VR 2017/125 Hoe oordeelt de feitenrechter over strijd met de maatschappelijke betamelijkheid in de zin van art. 6:162 lid 2 BW?

VR 2017/125, J.L. Smeehuijzen, Oordeel feitenrechter strijd maatschappelijke betamelijkheid

Of een gedraging al dan niet in strijd is met ‘de maatschappelijke betamelijkheid’ van art. 6:162 lid 2, is de centrale vraag van het aansprakelijkheidsrecht. Het is tegelijkertijd een van de meest problematische vragen. Want hoe bepaalt de rechter of is gehandeld in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid? Het begrip is in de wet niet gedefinieerd. Dat kan ook niet, want de inhoud is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het is onmogelijk al die omstandigheden in een werkbare definitie te vangen. Maar hoe verloopt dan de rechterlijke oordeelsvorming op dit punt? Het is nog niet zo eenvoudig literatuur te vinden die dit inzichtelijk maakt. Er bestaan veel tamelijk beschouwende stukken, en die helpen ons verder in de gedachtevorming. Maar om werkelijk vat op de materie te krijgen, moet men ook een niveau concreter kijken. Om echt te leren begrijpen hoe het gaat, moet men zich begeven in de werkplaats van het onrechtmatige daadsrecht; in de feitenrechtspraak. Want de vraag of een handeling in strijd is met de maatschappelijke betamelijkheid, is bij uitstek een feitelijke vraag. Wat het inzicht dus kan verdiepen, is een bestudering van de oordeelsvorming door de feitenrechter. Dat is wat dit artikel beoogt. Het is gebaseerd op rechtspraak die de afgelopen 10 jaar in het tijdschrift Jurisprudentie Aansprakelijkheidsrecht is gepubliceerd. Getracht is herhaald door rechters bewandelde motiveringspaden te benoemen en met voorbeelden te illustreren.

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.

Bestel dit artikel voor slechts € 3,95 excl. BTW door op de button 'Koop artikel' te klikken.

Nog geen abonnee? Klik op de button 'Abonneren' zodat ook u toegang krijgt tot de meest recente uitgaven en het archief van Verkeersrecht.