VR 2015/143 Formele vastleggingen ASP onder de maat!

VR 2015/143

 

Formele vastleggingen ASP onder de maat!

Hoe administratieve perikelen rondom een alcoholslot vergaande gevolgen kunnen hebben

 

Mr. Mieke Eversteijn *

 

* Advocaat bij Bellius Advocaten te Bussum.

 

 

Cliënt, deelnemer aan het alcoholslotprogramma, krijgt begin september een brief van het CBR waarin staat dat bij een steekproef van de RDW ten aanzien van het in zijn auto ingebouwde alcoholslot is geconstateerd dat de verzegeling van het slot is verbroken. CBR deelt mede dat dit een ernstig vergrijp is en vraagt cliënt om een verklaring. Cliënt vraagt ons vervolgens om hulp, want een verbroken verzegeling kan als manipulatie worden gezien en dit kan ertoe leiden dat het CBR vaststelt dat de vereiste medewerking aan het programma niet meer wordt verleend. Als gevolg hiervan kan het rijbewijs van cliënt worden ingetrokken. Iets wat hem zeer slecht uitkomt.

 

Begin oktober informeer ik het CBR dat cliënt niet weet waar het over gaat en dat hij met de vermeende manipulatie niets te maken heeft. Ik vraag het CBR om welke verzegeling het eigenlijk gaat. Een alcoholslot is namelijk op meerdere manieren verzegeld. Ook vraag ik om nadere (onderbouwende) informatie. Het CBR zal wel moeten aantonen dat de verzegeling verbroken is.

Het CBR reageert een paar dagen later door te schrijven dat er geen duidelijke oorzaak is voor de verbreking van de verzegeling. Het zou gaan om de verzegeling van de handset; deze ontbreekt. Deze conclusie trekt CBR uit het meegestuurde steekproefcontrolerapport van de RDW. Daarin staat dat het slot “terecht” is afgekeurd als gevolg van manipulatie, omdat de verzegeling handset ontbreekt. De alarmbellen gaan dan rinkelen: uit dit controlerapport blijkt immers dat de verzegeling niet is “verbroken” zoals het CBR eerder stelde, maar dat deze “ontbreekt”. Een wezenlijk verschil, zo lijkt me. Overigens blijkt uit het rapport dat het in casu blijkbaar gaat om de verzegeling van de handset.

 

Begin november schrijf ik het CBR nog maar eens. Ik had inmiddels het Evaluatierapport alcoholslotprogramma bestudeerd, en daaruit bleek dat er van de 1.496 geëvalueerde alcoholsloten maar zeven keer onregelmatigheden met betrekking tot de verzegeling waren geconstateerd. In twee van die gevallen was het alcoholslot onvolledig verzegeld en in drie gevallen was de verzegeling niet volgens de inbouwvoorschriften aangebracht. Dit soort onregelmatigheden zijn dus niet te herleiden tot de deelnemers van het alcoholslotprogramma! Uit het rapport bleek verder dat slechts in twee gevallen de verzegeling door de betrokkene was gemanipuleerd. Met andere woorden: manipulatie komt bijna niet voor! Dit is mogelijk te verklaren doordat de alcoholsloten een NEN-keurmerk hebben, waardoor fraude haast onmogelijk is.

 

Reden voor mij om wederom nadere informatie op te vragen bij het CBR. Tot nu toe hadden we namelijk slechts het door de RDW opgemaakte steekproefcontrolerapport ontvangen. Nu de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 uitdrukkelijk bepaalt dat de vereiste medewerking niet verleend wordt indien de bij de installatie aangebrachte verzegeling is verbroken, moest eerst worden vastgesteld dát die verzegeling daadwerkelijk conform het voorschrift was aangebracht. Omdat de RDW had geconstateerd dat de verzegeling in zijn geheel ontbrak, lag de vraag voor de hand of deze er überhaupt ooit had gezeten. Gelukkig schrijft de Regeling erkenning ASP voor dat de deelnemer aan het programma bij installatie van het slot in zijn auto schriftelijk geïnformeerd moet worden over het een en ander. De RDW heeft een hiertoe bestemd informatieformulier gearchiveerd dat ondertekend dient te worden door de installateur. Het leek me goed dit op te vragen om te beoordelen wat er allemaal over verzegelingen was medegedeeld en/of vastgelegd. Ook wilde ik de uitleesrapporten van de inbouw van het slot en het periodiek onderhoud daarvan inzien. De installateur is namelijk verplicht om de door de fabrikant van het alcoholslot gegeven installatie-instructies op te volgen en dit houdt onder andere in dat het slot dient te worden verzegeld conform een verzegelplan. De installateur dient hierover na de inbouw te rapporteren. Ook dit rapport zou dus meer duidelijkheid kunnen verschaffen. Tot slot wilde ik de rapporten ten behoeve van het periodieke onderhoud van het slot inzien.

 

Medio november reageerde het CBR op de verzoeken. Het CBR bleek uiteindelijk navraag te hebben gedaan bij de producent van het alcoholslot: Dräger. De installateur (blijkbaar heeft het CBR dus ook hem benaderd) heeft vervolgens aangegeven dat de verzegeling volledig ontbrak, maar (niet onbelangrijk…) dat er geen enkel spoor van sabotage was te ontdekken. Het CBR schrijft vervolgens dat naast de handsetverzegeling door Dräger ook een schroefverzegeling op het slot wordt aangebracht en dat deze laatste in het geval van mijn cliënt intact was, waardoor het “onmogelijk is dat u de handset open heeft geschroefd.” Het CBR concludeert dan ook dat de meest logische verklaring voor het ontbreken van de verzegeling is dat de fabriek de verzegeling in kwestie nooit heeft geplaatst. Dit is dus blijkbaar, ondanks alle formaliteiten, formulieren en controles, nooit opgemerkt. De manipulatiemelding is daarmee niet verwijtbaar en cliënt krijgt na ruim twee maanden van stress en briefwisseling excuses “voor het ongemak”…

De gevraagde stukken heb ik nooit gekregen, misschien waren ze niet meer voorhanden. Uit het voorgaande blijkt maar weer dat het bij gestelde onschuld raadzaam is alle onderliggende regelgeving uit te pluizen en op basis hiervan nadere informatie op te vragen. De impact van een eenmaal vastgestelde manipulatie is nogal groot namelijk. Cliënt liep het risico uit het ASP te worden gegooid en zijn rijbewijs voor een bepaalde periode kwijt te raken.