VR 2017/132 Begroting schade; bewijs van bestaan en omvang schade; pre-existentie.

Eiser is in 1989 betrokken geweest bij een ongeval en lijdt sindsdien aan whiplash-gerelateerde klachten. Voorafgaand aan het ongeval had hij een diploma behaald aan de Swiss School of Milling (SMS, een internationaal gerenommeerd opleidingsinstituut) en had hij de watermolen van zijn vader overgenomen. Na het ongeval hebben twee bedrijfseconomen geconcludeerd dat de financiële opbrengsten van de molen gering zijn en dat de mogelijkheden om de molen wél rendabel te exploiteren ook in de situatie zonder ongeval waarschijnlijk nihil zouden zijn geweest. Voorts heeft een neuropsycholoog onder meer geconcludeerd dat er sprake is van pre-existente psychische factoren in de vorm van een kwetsbare persoonlijkheidsstructuur. In eerste aanleg heeft eiser een groot bedrag aan inkomensschade gevorderd en betoogd dat hij door het ongeval niet de kans had om de molen rendabel te maken. De rechtbank overwoog dat de inkomsten uit de molen ook zonder ongeval zodanig laag zouden zijn geweest dat geen sprake is van inkomensschade en wees de vorderingen af. In hoger beroep heeft eiser het over een andere boeg gegooid: hij vorderde een hoger bedrag aan inkomensschade en betoogde dat hij in de situatie zonder ongeval na enkele jaren een beter betaalde baan zou hebben gezocht en gevonden. Het hof wees de vorderingen eveneens af. (1) Gelet op het feit dat eiser steeds vooral had benadrukt hoe belangrijk het overnemen van de watermolen (die al generaties lang in de familie was) voor hem was, viel volgens het hof niet zonder nadere onderbouwing in te zien dat hij inderdaad ook in de situatie zonder ongeval een carrière buiten de watermolen zou hebben geambieerd. (2) Bovendien achtte het hof het, ook als eiser inderdaad een dergelijke carrière zou hebben geambieerd, op grond van zijn persoonlijkheidsstructuur aan gerede twijfel onderhevig of hij dan ook daadwerkelijk een succesvolle carrière zou hebben kunnen realiseren. Eiser heeft tegen beide elementen van het arrest cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad stelt voorop dat (a) inkomensschade moet worden begroot aan de hand van een vergelijking tussen de situatie met ongeval enerzijds en de hypothetische situatie zonder ongeval anderzijds, dat (b) de bewijslast met betrekking tot het bestaan en de omvang van schade in beginsel op het slachtoffer rust, maar dat hierbij geen al te zware eisen aan dit bewijs mogen worden gesteld en (c) dat het oordeel van de feitenrechter in cassatie op begrijpelijkheid en consistentie kan worden getoetst. Vervolgens wordt het arrest van het hof op beide elementen van de redenering gecasseerd. (1) Uit het feit dat eiser tot aan het hoger beroep heeft benadrukt hoe belangrijk de watermolen voor hem was, volgt nog niet dat aan gerede twijfel onderhevig zou zijn of hij zonder het ongeval een carrière buiten de watermolen zou hebben geambieerd. Hij heeft een concreet aanknopingspunt gegeven voor zijn stelling dat dit wél het geval zou zijn geweest, door erop te wijzen dat hij ook in de situatie zonder ongeval op enig moment zou hebben geconcludeerd dat de molen niet rendabel te maken was. Bovendien stond het hem vrij om in hoger beroep een ander standpunt in te nemen, zonder dat hij voor die koerswijziging een verklaring had moeten geven. (2) De conclusie van de neuropsycholoog dat sprake is van een kwetsbare persoonlijkheidsstructuur, is onvoldoende om de conclusie te dragen dat eiser ook niet in staat zou zijn geweest om een vergelijkbare carrière te realiseren als zijn studiegenoten aan de SMS. Het rapport vermeldt immers niet in hoeverre de persoonlijkheidsstructuur van eiser in de hypothetische situatie zonder ongeval van invloed zou zijn geweest op zijn mogelijkheden om een zodanige carrière te realiseren.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren