VR 2017/136 Deelgeschil; sport- en spelsituatie; aansprakelijkheid; geen eigen schuld.

Verzoeker en verweerder maken beiden deel uit van hetzelfde voetbalteam. Het team is een dagje uit geweest naar Duitsland, waar zij onder meer een ijsvoetbalspel hebben gespeeld. Daarbij wordt een voetbalwedstrijd gespeeld op een ijsbaan, waarbij de deelnemers worden beschermd door grote plastic ballen die zij aantrekken. Na afloop van de wedstrijd (het fluitsignaal van de scheidsrechter had geklonken) wilde verzoeker de ijsbaan verlaten. Hij had de bal reeds uitgetrokken, toen verweerder (die de bal nog droeg) hem een duw in de rug gaf. Mede door de extra verende kracht van de bal kwam die duw behoorlijk aan, zodat verzoeker viel en letsel (onder meer een zware hersenschudding) opliep. Verzoeker acht verweerder aansprakelijk voor zijn schade. Verweerder verweert zich door te verwijzen naar (1) de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel in sport- en spelsituaties en (2) eigen schuld aan de zijde van verzoeker. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat hier inderdaad een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel geldt. Het feit dat het fluitsignaal had geklonken doet daaraan niet af - er was nog altijd sprake van een sport- en spelsituatie, waarin verzoeker tot op zekere hoogte rekening moest houden met onvoldoende doordachte gedragingen vaan medespelers. Desondanks was het handelen van verweerder zodanig gevaarlijk dat de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel wordt gehaald. Daarbij is onder meer van belang dat (1) verzoeker geen bescherming meer droeg, terwijl die bescherming juist op de ijsbaan gedragen werd om te beschermen tegen ernstig letsel; dat (2) verweerder verzoeker opzettelijk en hard (van een 'speels duwtje', zoals door verweerder gesteld, was blijkens diverse getuigenverklaringen bepaald geen sprake) in de rug heeft geduwd op het moment dat deze dat niet kon zien aankomen en dat (3) verweerder juist vanwege het kort daarvoor gespeelde spel moest begrijpen dat de bal die hij droeg een grote veerkracht had en de energie van een duw dus fors zou vermeerderen. Onder die omstandigheden was de mate van waarschijnlijkheid dat de duw zou leiden tot (ernstig) letsel aan de zijde van verzoeker zodanig groot, dat verweerder zich van deze gedraging had moeten onthouden. De rechtbank verwerpt voorts het beroep op eigen schuld aan de zijde van verzoeker, die er onder meer in gelegen zou zijn dat verzoeker de bal pas na het verlaten van het veld had moeten uittrekken. Verzoeker had redelijkerwijs geen rekening hoeven houden met deze gedraging van verweerder en heeft ook onweersproken gesteld dat hij het veld niet kon verlaten zonder de bal eerst uit te trekken. Bovendien kan verweerder niet, ter afwering van een schadevergoedingsverplichting voor een eigen opzettelijke gedraging, stellen dat het slachtoffer maar maatregelen had moeten nemen om het ongeval te voorkomen.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren