VR 2017/138 Deelgeschil; aansprakelijkheid voor val van paard; eigen schuld?

Verweerder bezat hobbymatig twee paarden, die hij op enige afstand van zijn woning bij een boerderij had gestald. Hij had twee vriendinnen van verzoekster toestemming gegeven om zijn paarden te verzorgen en te berijden, op voorwaarde dat (1) zij hem steeds om toestemming zouden vragen om op een gegeven moment te gaan rijden en (2) zij dan niet op de openbare weg zouden gaan rijden. Op 30 december 2012 is verzoekster (toen 13 jaar oud) samen met deze vriendinnen naar de stal gegaan. Verweerder had de vriendinnen van verzoekster vooraf telefonisch toestemming gegeven om te gaan rijden. Verzoekster is op één van de paarden gaan rijden. Toen dit paard schrok en op hol sloeg, is zij er vanaf gevallen, waarbij zij ernstig (onder meer hersen-)letsel heeft opgelopen. Univé heeft als aansprakelijkheidsverzekeraar van verweerder voor 70% aansprakelijkheid erkend. In dit deelgeschil verzoekt verzoekster een verklaring voor recht dat Univé volledig aansprakelijk is. De rechtbank stelt voorop dat de aansprakelijkheid van Univé gegeven is, dat de schadevergoedingsplicht slechts in geval van eigen schuld aan de zijde van verzoekster kan worden verminderd en dat het aan Univé is om het bestaan van eigen schuld te bewijzen. Vervolgens overweegt de rechtbank als volgt. Het ongeval is enerzijds ontstaan als gevolg van de eigen energie van het paard en anderzijds als gevolg van de beslissing van verzoekster om, bekend met de gevaren van het rijden op een (onbekend) paard, het paard te berijden. De causale verdeling wordt derhalve vastgesteld op 50%. In dit geval is echter een billijkheidscorrectie geïndiceerd. Daarbij is in de eerste plaats het ernstige letsel van verzoekster van belang, dat op zichzelf reeds leidt tot een verhoging van de vergoedingsplicht tot 70%. In de tweede plaats is van belang dat verweerder zelf een (aanzienlijk) ernstiger fout dan verzoekster heeft gemaakt door de vriendinnen van verzoekster (ten tijde van het ongeval respectievelijk 13 en 11 jaar oud) toestemming te geven om zonder zijn toezicht te gaan rijden, terwijl hij, mede gelet op hun leeftijd en het daarmee gepaard gaande beperkte inzicht in gevaar, rekening had moeten houden met de mogelijkheid dat zij onvoldoende voorzichtig zouden zijn. Deze fout noopt tot een verdere verhoging van de vergoedingsplicht tot 90%. In de derde plaats is ten slotte van belang dat verweerder verzekerd is voor deze schade. Die factor leidt ertoe dat de vergoedingsplicht nog eens met 10% wordt verhoogd en dus volledig wordt.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren