VR 2017/64 Rijden door rood licht. Noodtoestand?

De betrokkene had ten tijde van de gedraging net een epilepsieaanval gehad en werd - nadat hij door de brandweer uit huis is gehaald - met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. De vrouw van de betrokkene reed op aanraden van de brandweerauto achter de brandweerauto aan, in het voertuig van de betrokkene. In colonne zijn ze naar het ziekenhuis gereden. Zijn vrouw wist niet waar de brandweerkazerne en de noodingang van het ziekenhuis was. Doordat zij bang was om de ambulance en de brandweerauto kwijt te raken, is zij met dezelfde (te hoge) snelheid als de brandweerauto door het rode licht gereden.Hoewel het niet onbegrijpelijk is dat de echtgenote van de betrokkene in de door de betrokkene geschetste omstandigheden de ambulance en brandweerauto zo spoedig mogelijk naar het ziekenhuis wilde volgen, kan niet uit het oog worden verloren dat het niet stoppen voor rood licht - ook in de nachtperiode - gevaarzetting voor overige weggebruikers pleegt mee te brengen. Dat is ook de reden dat het RVV 1990 slechts aan voorrangsvoertuigen, die de voorgeschreven optische en geluidssignalen voeren, toestaat in algemene zin af te wijken van de voorschriften van het RVV 1990 voor zover de uitoefening van hun taak dit vereist. Dat de vrouw van de betrokkene ter plaatse niet is gestopt voor het rode licht teneinde de brandweerauto en de ambulance te volgen naar het ziekenhuis, is derhalve een omstandigheid die voor eigen rekening en risico komt.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren