VR 2017/70 Overschrijding redelijke termijn in belastingprocedures. Overzichtsarrest.

In 2011 heeft de Hoge Raad (HR) aanvaard dat wanneer de procedure in een belastingzaak onredelijk lang heeft geduurd, hiervoor in beginsel een recht op immateriële schadevergoeding bestaat. De HR gebruikt het onderhavige arrest om de jurisprudentie op dit punt te consolideren en te beslissen op enkele overgebleven vragen. (1) Het uitgangspunt: de rechtszekerheid maakt dat de procedure binnen een redelijke termijn moet worden afgerond. (2) Aanvang en einde van de termijn: de in aanmerking te nemen termijn vangt in beginsel aan wanneer de inspecteur het bezwaarschrift ontvangt en eindigt wanneer de rechter uitspraak doet in de hoofdzaak. Bij de beoordeling of de termijn redelijk is, komt het zowel aan op de afzonderlijke fasen van het proces als op de duur van het proces als geheel. (3) De maximale lengte van de termijn: bij de beoordeling moet worden aangesloten bij eerdere overzichtsarresten van de HR (BNB 2005/337, BNB 2011/232). De duur van de procedure in eerste aanleg, inclusief de bezwaarfase en een eventuele verzetprocedure, mag in beginsel niet langer zijn dan twee jaar. De termijn van twee jaar geldt eveneens voor zowel hoger beroep als cassatie, terwijl de verwijzingsrechter na cassatie door de HR in beginsel binnen een jaar uitspraak dient te doen. Termijnen van een jaar gelden in eerste aanleg, hoger beroep en cassatie wanneer de rechter na het afdoen van de hoofdzaak het onderzoek heropent om afzonderlijk te beslissen op een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De genoemde termijnen zijn uitgangspunten, waarvan naar boven en beneden kan worden afgeweken. Een bijzondere omstandigheid die afwijking naar boven kan rechtvaardigen is bijvoorbeeld de ingewikkeldheid van de zaak, alsmede de invloed die eiser(es) zelf heeft op de lengte van de procedure. Bijzondere omstandigheden zijn onder meer niet: de lengte van de termijnen die partijen krijgen voor het indienen van nadere stukken, het op verzoek van partijen uitstellen van de zitting en het onderbreken van de zitting wegens een wrakingsverzoek. Bij de beoordeling blijft buiten beschouwing de termijn die gemoeid is met het verkrijgen van een prejudiciële beslissing van het EHRM. Deze termijn vangt aan op de dag na verzending van de tussenuitspraak en eindigt op de dag van openbaarmaking van de prejudiciële beslissing. In het geval de rechter het antwoord op in een andere procedure gestelde prejudiciële vragen wil afwachten, telt de termijn vanaf het moment dat hij partijen dit meedeelt tot de openbaarmaking van de prejudiciële beslissing evenmin mee, mits de beslissing tot aanhouding redelijk was, gelet op onder meer de stand van de procedure. Wanneer de rechter in deze situatie partijen in de gelegenheid stelt binnen zes weken bezwaar te maken tegen de aanhouding en zij hiervan geen gebruik maken, is de beslissing tot aanhouding in beginsel redelijk. Wanneer de rechter in reactie op bezwaren besluit bij nader inzien niet aan te houden, telt de termijn tussen zijn beslissing tot aanhouding en het moment dat hij terugkomt op deze beslissing wél mee voor de vraag of sprake is geweest van een redelijke termijn. Ten slotte kan een termijnoverschrijding in een fase van de procedure worden gecompenseerd door een voortvarende behandeling in eerdere of latere fasen. (4) Gevolgen van een termijnoverschrijding: bij een overschrijding van de redelijke termijn wordt in beginsel verondersteld dat er immateriële schade is, ook wanneer het hoger beroep en/of cassatieberoep ongegrond is. Niet van belang is of de belanghebbende heeft aangedrongen op een spoedige behandeling, de zaak van de belanghebbende (nagenoeg) kansloos was en/of de belanghebbende door zijn onrechtmatige of laakbare gedrag zelf heeft bijgedragen aan het ontstaan van het geschil. Wel kan in zaken met een zeer gering financieel belang worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. (5) Hoogte van de schadevergoeding: in beginsel bedraagt de schadevergoeding € 500 per (naar boven afgerond) halfjaar waarmee de redelijke termijn is overschreden. Dat is niet anders wanneer het totale bedrag aan schadevergoeding hoger is dan de inzet van het geschil. Wanneer meerdere zaken van dezelfde belanghebbende gezamenlijk zijn behandeld en deze zaken in hoofdzaak betrekking hebben op hetzelfde onderwerp, wordt in iedere fase van de procedure waarin van gezamenlijke behandeling sprake is geweest slechts één keer € 500 per halfjaar vergoed. De termijn begint in dat geval te lopen bij de indiening van het eerste bezwaarschrift. Het feit dat meerdere belanghebbenden gezamenlijk een procedure voeren kan een reden zijn om de schadevergoeding te matigen. De rechter dient bij een termijnoverschrijding in de bezwaar- en beroepsfase te beoordelen in hoeverre de overschrijding is toe te rekenen aan respectievelijk het bestuursorgaan en de rechter, waarna de veroordeling tot schadevergoeding evenredig moet worden uitgesproken ten laste van het bestuursorgaan en de Staat. (6) Formele aspecten: afhankelijk van het overgangsrecht dient het tot 1 januari 2013 geldende artikel 8:73 Awb of de vanaf die datum geldende titel 8.4 Awb naar analogie te worden toegepast op de overschrijding van de redelijke termijn. In beide gevallen moet om schadevergoeding worden verzocht, waarbij een klacht over de duur van de procedure moet worden gezien als zo'n verzoek. Het verzoek dient in beginsel uiterlijk ter zitting te worden gedaan, behalve als de termijnoverschrijding op dat moment nog niet voorzienbaar was. In dat geval mag tot het doen van de einduitspraak worden verzocht om heropening van het onderzoek teneinde het verzoek te kunnen doen. Een verzoek is niet vereist als de termijn pas overschreden wordt na afloop van de termijn van 6 weken waarbinnen de rechtbank uitspraak hoort te doen; in dat geval is het een ambtshalve beoordeling. Een belanghebbende kan er voor kiezen eerst in hoger beroep een verzoek om schadevergoeding te doen. Hij plaatst zich dan wel in een nadeliger positie, omdat in dat geval de termijnoverschrijding in eerste aanleg gecompenseerd kan worden door een snellere behandeling in hoger beroep. Een verzoek om schadevergoeding wegens een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en/of hoger beroep kan niet eerst in cassatie worden gedaan, maar een verzoek in verband met de lange duur van de cassatieprocedure wel. Het verzoek kan worden gedaan na cassatie en verwijzing door de HR, maar kan dan niet zien op de duur van de procedure voorafgaand aan de verwijzing. Ook kan het worden gedaan nadat de HR een uitspraak op verzet heeft vernietigd en het verzet gegrond verklaard; het kan in dat geval wél zien op de procedure voorafgaand aan de cassatiefase. Het verzoek dat in een bepaalde fase van de procedure wordt gedaan kan niet zien op latere fasen, waarvoor steeds een nieuw verzoek moet worden gedaan bij de volgende rechterlijke instantie. Een nieuw verzoek moet ook worden gedaan wanneer er sprake is van een termijnoverschrijding in de procedure ter verkrijging van schadevergoeding wegens termijnoverschrijding. Wanneer het (hoger/cassatie)beroep in de hoofdzaak ongegrond is, maar er schadevergoeding wordt toegekend wegens termijnoverschrijding, is er aanleiding de belanghebbende het griffierecht en de (forfaitaire) proceskosten te vergoeden. Wanneer de termijnoverschrijding zowel aan het bestuursorgaan als aan de rechter te wijten is, dienen het bestuursorgaan en de staat beiden de helft van deze kosten te vergoeden. (7) Nog niet eerder beantwoorde vragen: het voorgaande geldt zowel voor natuurlijke personen als voor rechtspersonen en andere entiteiten. Wanneer een belanghebbende tijdens de procedure overlijdt en zijn erfgenamen de procedure voortzetten, staat artikel 6:102 lid 2 BW niet in de weg aan het toekennen van schadevergoeding. De termijn omvat in dat geval ook de periode dat overledene zelf nog partij was.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren