VR 2017/84 Verkeersongeval; verzoek leent zich niet voor behandeling in deelgeschil; omvang schadeposten onvoldoende onderbouwd.

Verzoeker is in België betrokken geraakt bij een ernstig verkeersongeval. Vittoria heeft als WAM-verzekeraar aansprakelijkheid jegens verzoeker erkend en Van Ameyde ingeschakeld om de schade af te wikkelen. Verzoeker verzoekt in dit deelgeschil dat de omvang van enkele belangrijke schadeposten (onder meer verlies van zelfwerkzaamheid en verlies van verdiencapaciteit) zal worden vastgesteld. De rechtbank stelt allereerst vast dat het een internationaal geschil betreft, maar dat zij op basis van de Herschikte EEX-Verordening bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Ook bestaat tussen partijen geen verschil van mening dat, zoals zij onderling zijn overeengekomen, Nederlands recht van toepassing is. De rechtbank beoordeelt voorts of het geschil zich leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure. De stellingen van Vittoria dat verzoeker het gehele geschil zou willen voorleggen en dat de verzoeken niet kunnen bijdragen aan het tot stand komen van een vaststellingsovereenkomst, worden verworpen: het gaat wel degelijk om een onderdeel van het totale geschil en het is voldoende aannemelijk dat partijen er, na een beslissing over dit onderdeel, met betrekking tot de rest onderling zullen kunnen uitkomen. Vervolgens is het de vraag of het belang van verzoeker bij een snelle beëindiging van het geschil en de bijdrage die een beslissing kan leveren aan dat doel, opwegen tegen de investering in tijd, geld en moeite die in het deelgeschil moet worden gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank hangt het antwoord op die vraag er in belangrijke mate vanaf of de omvang van de litigieuze schadeposten relatief eenvoudig kan worden vastgesteld. Als nog veel extra tijd gemoeid zou zijn met bewijslevering, ligt het immers minder voor de hand om deze geschilpunten in deelgeschil te beslechten. De rechtbank beoordeelt dan ook of de omvang van de schadeposten relatief eenvoudig kan worden vastgesteld aan de hand van de stukken die in het geding zijn gebracht. Dat blijkt niet het geval te zijn. Verzoeker heeft feitelijk nauwelijks stukken overgelegd. De rechtbank kan de omvang van de schadeposten dan ook niet vaststellen. Daartoe zou nader onderzoek noodzakelijk zijn, waarvoor de deelgeschilprocedure zich niet leent: de procedure zou daarmee (in termen van tijd, geld en moeite) zodanig kostbaar worden dat het belang van verzoeker bij een spoedig einde van het geschil daar niet langer tegen opweegt. De rechtbank veroordeelt Vittoria wel in de door verzoeker gemaakte kosten van het deelgeschil, maar wijst de verzoeken voor het overige af.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren