In Memoriam Niels Frenk (1962-2013)

 

 

Hoofdredacteur van Verkeersrecht (2009-2013)

Op 14 augustus 2013 overleed, veel te jong, onze hoofdredacteur prof. mr. Niels Frenk. Wij treuren om het verlies van een veelzijdig begaafd jurist en een indrukwekkend mens. Met niet aflatende betrokkenheid, scherpzinnigheid en gedrevenheid gaf Niels ruim vier jaar leiding aan de redactie en de inhoud van Verkeersrecht.

Op 17-jarige leeftijd veranderde Niels’ leven ingrijpend toen een automobilist geen voorrang verleende aan de auto van de familie Frenk. Niels liep onder meer een hoge dwarslaesie op en hij moest langdurig revalideren. Zijn toekomst lag in duigen.

Ondanks de ernstige fysieke beperkingen waarmee hij werd geconfronteerd, maakte Niels zijn middelbare school af, studeerde rechten aan de Vrije Universiteit, promoveerde in Utrecht op een proefschrift over kollektieve akties1), werd raadadviseur bij de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie, bijzonder hoogleraar aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht aan zijn alma mater en in 2009 hoofdredacteur van Verkeersrecht. Het was een meer dan opmerkelijke levensweg: van verkeersslachtoffer tot hoofdredacteur van het tijdschrift voor wegverkeer, aansprakelijkheid, verzekering en schade.

Niels beschouwde zich als een bèta en dat verklaart wellicht zijn inzicht in samenhangen en de consistentie van het rechtssysteem. Maar zijn talent was om dat inzicht niet als een interessant academisch tijdverdrijf te zien. In zijn publicaties was de juridische analyse steeds dienstbaar aan de oplossing van een maatschappelijk probleem of een maatschappelijke tekortkoming. Niels was een jurist met een groot verstand en een groot hart.

Als raadadviseur bij de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie bracht hij dat in de praktijk en boekte hij concrete resultaten. Veel wetten dragen in meerdere of mindere mate zijn stempel, zoals de Wet Collectieve Acties, de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade, het nieuwe verzekeringsrecht, de Wet Deelgeschillen voor letsel en overlijdensschade en de Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

Deze leges Frenk zijn Niels’ legaat aan de Nederlandse samenleving. Niels zou natuurlijk de eerste zijn om op te merken dat hij niet als enige verantwoordelijk was voor de wetten. Maar iedereen die met hem heeft samengewerkt, weet dat formuleringen en toelichtingen in het wetgevingsproces heel vaak afkomstig waren van het intellectuele powerhouse dat in zijn hoofd was gehuisvest.

Niet al ‘zijn’ wetsvoorstellen haalden het Staatsblad. Dat gold in de jaren ‘90 voor het wetsvoorstel Verkeersongevallen, dat door een opvolgende Minister van Justitie werd ingetrokken. En in 2010 verwierp de Eerste Kamer het wetsvoorstel Affectieschade waaraan hij bijna een decennium had gewerkt. Het is kenmerkend voor Niels’ doelgerichtheid en vasthoudendheid dat hij niet lang daarna het affectieschade-dossier weer oppakte. Een paar dagen voordat hij hoorde dat hij ernstig ziek was, had hij juist een nieuw ontwerp-wetsvoorstel afgerond voor publicatie op internetconsultatie.nl. De lotgevallen van dit wetsvoorstel maakt hij zeer tot zijn spijt niet meer mee, maar zijn naam zal er voor altijd aan verbonden zijn.

Toen de redactie van Verkeersrecht in 2008 op zoek ging naar een nieuwe hoofdredacteur, lag het bepaald niet voor de hand dat we uiteindelijk bij een topambtenaar uit zouden komen. Onafhankelijkheid, ook ten opzichte van de wetgever, is een eerste vereiste voor de functie van hoofdredacteur. En bij Niels lag de potentiële belangenverstrengeling er dik bovenop, ook al omdat veel van de wetgeving waar hij ambtelijke verantwoordelijkheid voor droeg tot het hart van de onderwerpen van Verkeersrecht behoorde.

Maar Niels was geen gewone wetgevingsambtenaar. Ambtenaren zijn per definitie niet erg zichtbaar. Dat hoort bij hun werk. Niels was wel zichtbaar. Niet alleen door zijn proefschrift maar ook en vooral door zijn continue stroom van publicaties. Een in het openbaar sprekende en schrijvende ambtenaar is een potentiële nachtmerrie voor een ministerie. Maar Niels was dat niet. In de loop der tijd ontwikkelde hij groot gezag in de vele onderwerpen van zijn portefeuille. Gezag dat hij niet ontleende aan zijn positie maar aan zijn inhoudelijke overtuigingskracht.

Om die reden kwamen we toch bij Niels uit. Niet alleen omdat hij deskundig was en gezag had. Maar ook omdat iedereen die hem kende wist dat hij met grote integriteit zou om gaan met mogelijke spanningsvelden tussen zijn hoofdberoep en het hoofdredacteurschap.

In de ruim vier jaar van Niels’ hoofdredacteurschap heeft Verkeersrecht in ruime mate mogen profiteren van zijn kennis, uitstraling en ervaring. Hij signaleerde vele nieuwe ontwikkelingen, nam initiatieven voor specials en schreef tien hoofdartikelen. Die artikelen tonen zijn talent om juridische problemen scherp te analyseren, er op toegankelijke wijze over te schrijven en zijn mening op bescheiden maar gezaghebbende wijze voor het voetlicht te brengen. Illustratief is zijn laatste bijdrage aan Verkeersrecht, die in het vorige nummer stond. Het was het openingsartikel van de smartengeldspecial, het dikke zomernummer dat de bijdragen bevatte aan het smartengeldcongres dat Verkeersrecht in oktober 2012 organiseerde met de Rijksuniversiteit Groningen en waaraan Niels ook in veel andere opzichten belangrijke bijdragen leverde.

Niels heeft op bewonderenswaardige en vaak op onverschrokken wijze geleefd met de gevolgen van het verkeersongeluk dat hem op jonge leeftijd trof. Met zijn grote wilskracht is hij er in geslaagd om zijn fysieke beperkingen geen obstakel te laten zijn voor een glanzende carrière. Hoewel die beperkingen de laatste jaren steeds meer hun tol gingen eisen, was Niels niet iemand die zich daarover beklaagde, integendeel. Hij was meestal degene die het eerste informeerde naar het welzijn van de ander.

Met innemendheid leidde Niels ook de maandelijkse redactievergaderingen. Met een combinatie van charme en licht cynische humor wist hij steeds de juiste toon te treffen voor een aangename, vruchtbare en efficiënte vergadering. Een hoogtepunt in de geschiedenis van Verkeersrecht was zonder twijfel de 600e redactievergadering waarvoor Niels de redactie had uitgenodigd in zijn prachtige huis aan de Langweerder Wielen. We genoten van het terras aan het water, maakten een prachtige boottocht, aten in een mooi restaurant en, o ja, we vergaderden. Niels en zijn moeder maakten het tot een onvergetelijke dag.

Daar op die geliefde plek in Langweer bracht Niels zijn laatste dagen door. En genoot hij van de geur van het gras en het water, van het zicht op de boten en de bootjes en van de surfers die op de korte golfslag voorbij hobbelden.

Niels laat een grote leegte na. Zijn intellectuele erfenis is indrukwekkend en zal nog lang van belang blijven in academische discussies en bij nieuwe wetgeving. Als mens heeft hij op iedereen die hem heeft gekend een onvergetelijke indruk gemaakt. Door zijn warme persoonlijkheid, zijn gevoel voor humor en de manier waarop hij zich niet van de wijs liet brengen door de vele obstakels en tegenslagen in zijn leven.

Het motto van Niels’ overlijdenskaart is: ‘Wat geweest is, moet je koesteren.’ Wij koesteren de herinnering aan wat Niels heeft betekend als hoofdredacteur van Verkeersrecht en aan de inspiratie die hij was en is, voor ons en vele anderen.

Redactie en uitgever Verkeersrecht

1. Kollektieve akties in het privaatrecht (Deventer: Utrecht, 1994, 385 p.).