VR-kort *

Culturen van letselschadeafwikkeling: indrukken uit een vergelijkend onderzoek naar de wijze van afwikkeling van letselschades in Engeland, Noorwegen en Nederland

Onder de vlag van het European Institute for Tort and Insurance Law in Wenen is in de afgelopen jaren sociaalwetenschappelijk onderzoek verricht naar de wijze van afwikkeling van letselschades in drie Europese jurisdicties: Engeland, Noorwegen en Nederland. Het onderzoek had ten doel om, naast het rechtsvergelijkende onderzoek dat al is gedaan, een indruk te krijgen van de wijze(n) waarop het recht op een bepaald terrein in de praktijk functioneert. Daartoe zijn in drie landen professionals op het gebied van de afwikkeling van letselschade geïnterviewd: advocaten, andersoortige rechtshulpverleners, verzekeraars, rechters en andere betrokkenen, zoals in Nederland De Letselschade Raad en het Personenschade Instituut van Verzekeraars. De keuze voor de landen is geïnspireerd door hun uiteenlopende rechtsstelsels: common law (Engeland), civil law (Nederland) en een mengvorm met sociale zekerheid (Noorwegen).

Schade door een ongeschikte medische hulpzaak ex art. 6:77 BW: een rechtsvergelijking met Frankrijk en Duitsland

Art. 6:77 BW is de wetsbepaling die de gebruiker van een hulpzaak een risicoaansprakelijkheid oplegt. De wetgever heeft voor gebruikers van medische hulpzaken een bijzondere rol weggelegd. Dit heeft geleid tot rechtsonzekerheid en daarmee tal van publicaties over de rol van art. 6:77 BW in het medisch aansprakelijkheidsrecht. Daarbij is weinig aandacht besteed aan rechtsvergelijkende aspecten. Het kan leerzaam zijn om te kijken naar landen als Frankrijk en Duitsland, die qua rechtssysteem en juridisch-culturele ontwikkeling op Nederland lijken. Ten aanzien van deze aansprakelijkheid is een telkens terugkerend probleem de vraag tot wie een patiënt zich kan wenden.

Wat is een behoorlijke verzekering in het kader van goed werkgeverschap?

Een van de jongste ontwikkelingen op het gebied van werkgeversaansprakelijkheid is de verzekeringsplicht van de werkgever op grond van art. 7:611 BW. De werkgever heeft een verzekeringsplicht in het geval een werknemer zich in het verkeer bevindt in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Deze verzekering moet dekking bieden voor bepaalde verkeersrisico’s en moet tevens behoorlijk te zijn. De schending van de verzekeringsplicht wordt gesanctioneerd met aansprakelijkheid ter hoogte van het bedrag waartoe een behoorlijke verzekering zou hebben uitgekeerd, als deze was afgesloten. Maar wat is dan een behoorlijke verzekering?

Wet inning verkeersboetes in strijd met onschuldbeginsel

Na ruim 25 jaar dat er verkeersboetes worden opgelegd onder het regime van de Wet Mulder is het tijd om de wet tegen het licht te houden. In de media wordt geklaagd over de gijzeling en de door de boetes veroorzaakte schuldenlast. Men realiseert zich niet dat bezwaar en beroep altijd, ook al is de bezwaartermijn verlopen, moeten worden ingesteld, omdat daardoor de betalingsverplichtingen en dus ook de incassomaatregelen worden opgeschort en mogelijk van de baan zijn.

Bijna 9,5 miljoen verkeersovertredingen geconstateerd in 2016

In 2016 zijn 9.437.717 verkeersovertredingen geconstateerd voor onder meer te hard rijden, door rood licht rijden, fout parkeren en handheld bellen. Dat is ongeveer 1,5 miljoen meer dan een jaar eerder. In 2015 werden nog 7.968.912 verkeersboetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Zowel het aantal staandehoudingen als kentekengeregistreerde overtredingen is toegenomen. Dat blijkt uit het jaaroverzicht verkeersboetes 2016.

Pagina's