Wetsvoorstel Zorg- en Affectieschade

'Een evenwichtsoefening tussen hanteerbaarheid en individuele rechtvaardigheid' door Prof. mr. A.J. Verheij* 

Na verwerping door de Eerste Kamer van het wetsvoorstel vergoeding affectieschade (28 781) in 2010 komt de Staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie met een nieuw wetsvoorstel dat nu openbaar is gemaakt voor consultatie.1) Het heeft een bredere strekking dan het eerdere wetsvoorstel omdat het niet alleen beoogt een regeling voor vergoeding van affectieschade te geven, maar ook voor drie andere onderwerpen veranderingen voorstelt: vergoeding van zorgkosten bij letsel, de mogelijkheid voor naasten of nabestaanden om zich in een strafproces te voegen en beslag en overgang van de vordering tot smartengeld.

In dit artikel zullen al deze vier onderwerpen worden besproken (paragraaf 2-5), waarbij de meeste aandacht zal uitgaan naar vergoeding van zorgkosten en affectieschade, omdat deze onderwerpen het meest ingewikkeld zijn. Het gekozen perspectief is daarbij in de eerste plaats of het voorstel een goede balans heeft weten te treffen tussen hanteerbaarheid (dat wil zeggen eenvoudige toepassing in de praktijk) enerzijds en individuele rechtvaardigheid (in de zin van recht doen aan de concrete omstandigheden van het geval) anderzijds.2) In de tweede plaats wordt het voorstel de maat genomen aan de hand van de noties rechtsgelijkheid en doeltreffendheid.

De algemene conclusie is dat het wetsvoorstel de balans in de meeste gevallen goed heeft getroffen. Dat geldt ook in relatie tot smartengeld, hoewel het voorstel daar op een aantal punten zonder goede argumentatie vasthoudt aan eerder gemaakte keuzes en soms zelfs enigszins verkrampt overkomt. Smartengeld, en zeker affectieschade, is nu eenmaal een figuur die de gemoederen in Nederland in beroering brengt. Deze gebreken zijn evenwel gemakkelijk te verhelpen zonder de kern van het voorstel aan te tasten. Voorstellen daartoe zijn in paragraaf 6 op een rij gezet.

Klik hier om het hele artikel te lezen (voor zowel abonnees als niet-abonnees op Verkeersrecht toegankelijk).

Uit het commentaar en aanbevelingen van de auteur is een stelling geformuleerd - we zijn erg benieuwd naar uw mening hierover.
 

 

 

 

* Hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het verbintenissenrecht, aan de Rijksuniversiteit Groningen