De vergoeding van de schade die een slachtoffer heeft geleden door een strafbaar feit is een complex onderwerp. Bij schadevergoedingen aan slachtoffers van strafbare feiten komen twee gescheiden rechtsgebieden, het civielrecht en het strafrecht, samen. Ook raakt het onderwerp aan politieke en ideologische discussies over de positie van het slachtoffer van strafbare feiten. Hoewel de huidige praktijk tot zowel principiële als praktische problemen en knelpunten leidt, lijkt de politieke en financiële ruimte voor de wetgever om deze problemen aan te pakken beperkt. Aan de aanbevelingen van de Commissie onderzoek stelsel schadevergoeding voor slachtoffers van strafbare feiten (beter bekend als de Commissie-Donner)1) uit 2021 is grotendeels geen gevolg gegeven.2) Een oplossingsrichting die de regering wel wil verkennen is de normering en standaardisering van de schadevergoedingen.3) Een wetenschappelijke uitwerking van deze verkenning is in opdracht van de Raad voor de rechtspraak uitgevoerd door Hebly en Lindenbergh. Dit heeft geresulteerd in het rapport ‘Doen wat kan. Hoe normering kan bijdragen aan betere behandeling van schadevergoedingsvorderingen in het strafproces’ dat in 2025 is verschenen.4) Dit rapport geeft het algemene kader over de mogelijkheid tot normering en standaardisering. Een verder uitvloeisel van de verkenning is de ‘Rotterdamse schaal’ met een praktische uitwerking van normering en standaardisering voor een specifieke vorm van schadevergoedingen: smartengeldbedragen.5)
De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn alleen beschikbaar voor abonnees.