Verkeersrecht

VR 2026/15 De schadevergoedingsmaatregel in het licht van de normering en standaardisering van de behandeling van schade in het strafproces

Artikel
VR 2026-2 illustratie
De vergoeding van de schade die een slachtoffer heeft geleden door een strafbaar feit is een complex onderwerp. Bij schadevergoedingen aan slachtoffers van strafbare feiten komen twee gescheiden rechtsgebieden, het civielrecht en het strafrecht, samen. Ook raakt het onderwerp aan politieke en ideologische discussies over de positie van het slachtoffer van strafbare feiten. Hoewel de huidige praktijk tot zowel principiële als praktische problemen en knelpunten leidt, lijkt de politieke en financiële ruimte voor de wetgever om deze problemen aan te pakken beperkt. Aan de aanbevelingen van de Commissie onderzoek stelsel schadevergoeding voor slachtoffers van strafbare feiten (beter bekend als de Commissie-Donner)1) uit 2021 is grotendeels geen gevolg gegeven.2) Een oplossingsrichting die de regering wel wil verkennen is de normering en standaardisering van de schadevergoedingen.3) Een wetenschappelijke uitwerking van deze verkenning is in opdracht van de Raad voor de rechtspraak uitgevoerd door Hebly en Lindenbergh. Dit heeft geresulteerd in het rapport ‘Doen wat kan. Hoe normering kan bijdragen aan betere behandeling van schadevergoedingsvorderingen in het strafproces’ dat in 2025 is verschenen.4) Dit rapport geeft het algemene kader over de mogelijkheid tot normering en standaardisering. Een verder uitvloeisel van de verkenning is de ‘Rotterdamse schaal’ met een praktische uitwerking van normering en standaardisering voor een specifieke vorm van schadevergoedingen: smartengeldbedragen.5)

VR 2026/16 Oplossingsrichtingen voor een soepeler afwikkeling van letselschade

Artikel
Eind 2021 is op initiatief van Slachtofferhulp Nederland, de ANWB en het Verbond van Verzekeraars de Denktank vereenvoudigde schadeafhandeling bijeengebracht. Aanleiding voor deze Denktank was de constatering dat, ondanks de stappen die door de branche zijn gezet om de benadeelde in het schaderegelingsproces meer centraal te stellen, er ruimte blijft voor verbetering. Hoewel een op de benadeelde georiënteerde afwikkeling steeds beter geïntegreerd raakt, ligt de focus in de afhandeling soms meer dan nodig op het proces van schaderegeling dan op waar het werkelijk om draait: het herstel en de behoeften van benadeelden. Tegen deze achtergrond is de ambitie van de Denktank om te komen met oplossingsrichtingen voor een rechtvaardige(re), snelle(re), eenvoudige(re) en transparante(re) schadeafhandeling, waarbij het herstel en de behoeften van een benadeelde daadwerkelijkvoorop staan en dit ook zo wordt ervaren door benadeelde.

VR 2026/17 Niet aannemelijk gemaakt dat fietspaden voor meer dan dertig jaar voor iedereen toegankelijk zijn geweest. Geen openbare weg in de zin van de Wegenwet.

Jurisprudentie

De eigenaar van een landgoed heeft twee fietspaden op het landgoed, de Emilialaan en de Stulpselaan, afgesloten. Fietsvrienden Pijnenburg verzocht het college van burgemeester en wethouders van Baarn hiertegen handhavend op te treden, omdat de paden volgens hen openbare wegen zijn in de zin van de Wegenwet. Het college wees dit verzoek af, omdat het de paden niet aanmerkte als openbare weg. De rechtbank oordeelde dat het college terecht niet handhaafde ten aanzien van de Emilialaan, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat dit pad openbaar was geworden. Voor de Stulpselaan kwam de rechtbank tot

VR 2026/18 Intrekken weekendverbod voor motoren. Geluidsonderzoek uitgevoerd na eerdere uitspraak. Intrekkingsbesluit deugdelijk gemotiveerd.

Jurisprudentie

In een eerdere uitspraak had de Afdeling geoordeeld dat het verkeersbesluit om motoren in de weekenden van 1 april tot en met 31 oktober te weren onzorgvuldig was voorbereid. Naar aanleiding van die uitspraak heeft het college een geluidsonderzoek laten uitvoeren. Op basis van de resultaten van dat onderzoek en de cijfers over ongevallen, heeft het college geconcludeerd dat een weekendverbod voor motoren niet gerechtvaardigd is. Daarom heeft het college het besluit ingetrokken. Twee omwonenden stellen dat het intrekken van dit besluit in strijd is met de doelstellingen van artikel 2 WVW 1994

VR 2026/19 Bijrijder na ongeval overleden. Alternatief scenario van verontschuldigbare onmacht niet aannemelijk. Veroordeling overtreding art. 6 WVW 1994.

Jurisprudentie

De verdachte wordt verweten dat hij als beginnend bestuurder door zeer onvoorzichtig rijgedrag een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij zijn bijrijder is overleden. Vaststaat dat hij op een onverlichte 60-km-weg met een snelheid van ongeveer 135 km/u heeft gereden. In een bocht raakte de auto in een drift, waarna deze van de weg raakte en tegen twee bomen botste. Uit EDR-gegevens blijkt dat de auto 0,5 seconden vóór de botsing 123,07 km/u reed en tijdens de botsing 98,38 km/u. De verdediging heeft aangevoerd dat sprake was van verontschuldigbare onmacht, omdat de verdachte voorafgaand aan