VR 2026/15 De schadevergoedingsmaatregel in het licht van de normering en standaardisering van de behandeling van schade in het strafproces
VR 2026/16 Oplossingsrichtingen voor een soepeler afwikkeling van letselschade
VR 2026/17 Niet aannemelijk gemaakt dat fietspaden voor meer dan dertig jaar voor iedereen toegankelijk zijn geweest. Geen openbare weg in de zin van de Wegenwet.
De eigenaar van een landgoed heeft twee fietspaden op het landgoed, de Emilialaan en de Stulpselaan, afgesloten. Fietsvrienden Pijnenburg verzocht het college van burgemeester en wethouders van Baarn hiertegen handhavend op te treden, omdat de paden volgens hen openbare wegen zijn in de zin van de Wegenwet. Het college wees dit verzoek af, omdat het de paden niet aanmerkte als openbare weg. De rechtbank oordeelde dat het college terecht niet handhaafde ten aanzien van de Emilialaan, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat dit pad openbaar was geworden. Voor de Stulpselaan kwam de rechtbank tot
VR 2026/18 Intrekken weekendverbod voor motoren. Geluidsonderzoek uitgevoerd na eerdere uitspraak. Intrekkingsbesluit deugdelijk gemotiveerd.
In een eerdere uitspraak had de Afdeling geoordeeld dat het verkeersbesluit om motoren in de weekenden van 1 april tot en met 31 oktober te weren onzorgvuldig was voorbereid. Naar aanleiding van die uitspraak heeft het college een geluidsonderzoek laten uitvoeren. Op basis van de resultaten van dat onderzoek en de cijfers over ongevallen, heeft het college geconcludeerd dat een weekendverbod voor motoren niet gerechtvaardigd is. Daarom heeft het college het besluit ingetrokken. Twee omwonenden stellen dat het intrekken van dit besluit in strijd is met de doelstellingen van artikel 2 WVW 1994
VR 2026/19 Bijrijder na ongeval overleden. Alternatief scenario van verontschuldigbare onmacht niet aannemelijk. Veroordeling overtreding art. 6 WVW 1994.
De verdachte wordt verweten dat hij als beginnend bestuurder door zeer onvoorzichtig rijgedrag een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij zijn bijrijder is overleden. Vaststaat dat hij op een onverlichte 60-km-weg met een snelheid van ongeveer 135 km/u heeft gereden. In een bocht raakte de auto in een drift, waarna deze van de weg raakte en tegen twee bomen botste. Uit EDR-gegevens blijkt dat de auto 0,5 seconden vóór de botsing 123,07 km/u reed en tijdens de botsing 98,38 km/u. De verdediging heeft aangevoerd dat sprake was van verontschuldigbare onmacht, omdat de verdachte voorafgaand aan