Verkeersrecht

VR 2026/63 Het roer om of bijsturen?

Artikel
VR 2026-5-illustratie
Op 10 december 2025 brachten Bas de Wilde en Oberon Nauta m.m.v. Herman Bröring (de rapporteurs) het eindrapport Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften uit (het rapport). De Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) was in de afgelopen 35 jaar nooit integraal geëvalueerd, terwijl maatschappelijke, juridische en technologische veranderingen daartoe wel aanleiding gaven. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) heeft daarom de onderzoeksbureaus DSP-groep en De Strafzaak opdracht gegeven om de wet integraal te evalueren. Het rapport bevat diverse beschrijvingen, analyses en 46 aanbevelingen tot verbetering van de Wahv. De regering heeft aan de Tweede Kamer laten weten na de zomer op het rapport te zullen reageren.1) Op verzoek van de redactie van dit tijdschrift bespreken wij het rapport. Het is een omvangrijk rapport, zodat we ons beperken tot een aantal van deze beschrijvingen, analyses en voorstellen, waarbij natuurlijk de hoogte van de boetetarieven en de wettelijke verhogingen in het oog springen. Ook leggen we de vinger op enige tekortkomingen in het rapport. We starten hierna eerst, net als het rapport, met een korte beschrijving van de achtergrond van en het systeem van de Wahv.

VR 2026/64 Vergoeding BGK voor het deskundigenbericht in de voorlopige bewijsverrichtingenprocedure

Artikel
Aanleiding voor dit artikel is een beschikking begin dit jaar van de Rechtbank Rotterdam.1) De rechtbank doet daarin een opvallende uitspraak over de vergoeding van de kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure voor een voorlopig deskundigenbericht.2) Die advocaatkosten komen volgens de rechtbank op basis van artikel 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking. Die kosten moeten dus worden vergoed als zijnde buitengerechtelijke kosten rechtsbijstand (BGK). In dit artikel zal ik deze uitspraak bespreken en in een breder kader plaatsen. Tot slot zal ik ingaan op de wenselijkheid van de vergoeding van BGK in deze voorlopige bewijsverrichtingenprocedure.

VR 2026/65 Sanctie vanwege verkeerde verlichting. Mogelijkheid van andere, lichtere sanctie maakt de opgelegde sanctie niet onterecht.

Jurisprudentie
De betrokkene heeft een administratieve sanctie gekregen omdat de verlichting op het dak aan de voorzijde van de vrachtwagen niet de juiste kleur had. De gemachtigde voert aan dat de verkeerde feitcode was gebruikt. De gemachtigde geeft aan dat de ambtenaar verklaarde dat de verlichting aan de voorzijde niet was toegestaan. Dat betekent dat een sanctie opgelegd had moeten worden voor het voeren van meer verlichting dan is toegestaan. Aan deze feitcode is een lager sanctiebedrag gekoppeld. Het gerechtshof oordeelt dat de ambtenaar voldoende duidelijk heeft verklaard dat de verlichting aan de

VR 2026/66 Geen schuld aan dodelijk ongeval fietser. Wel veroordeling voor art. 5 WVW 1994 vanwege versleten achterbanden.

Jurisprudentie

Verdachte nadert een kruispunt met verkeerslichten. Voor verdachte staat het verkeerslicht op groen. Op het kruispunt is een voetgangersoversteekplaats en een oversteekplaats voor tegengesteld fietsverkeer. Verdachte passeert het groene verkeerslicht en ziet dat een fietser vanuit de rechterkant de weg oversteekt. Verdachte remde gelijk toen hij de fietser zag, maar kon een aanrijding niet voorkomen. Het slachtoffer overleed later aan haar verwondingen. De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer, een 17-jarig meisje, is overgestoken op een plek waar dit niet was toegestaan. De rechtbank kan

VR 2026/67 Ongeval op onbewaakte spoorwegovergang. Aansprakelijkheid automobilist en wegbeheerder jegens Arriva.

Jurisprudentie

In 2018 vond een dodelijk ongeval plaats op een zogenaamde niet actief beveiligde overweg (hierna: NABO). Een 78-jarige automobilist kwam in botsing met een trein van Arriva. De auto was verzekerd bij Achmea. Uit het politierapport blijkt dat het ongeval waarschijnlijk het gevolg was van een rij- of beoordelingsfout van de bestuurder, die de trein geen voorrang gaf. Er werden geen technische gebreken of zichtbelemmeringen vastgesteld. Op grond van artikel 185 WVW vorderde Arriva haar schade van Achmea. De rechtbank wees deze vordering toe. Achmea heeft daarna in een vrijwaringsprocedure