VR 2026/93 Smartengeld zus aan broer vanwege ontnemen van mogelijkheid tot afscheid moeder.
In 2020 overleed de vader van appellant (A) en geïntimeerde (X). Daarna volgde een ernstig conflict tussen hen over een hypotheek ten gunste van X. Beide ouders hadden hiervoor meegetekend en de situatie escaleerde op 11 december 2022 in aanwezigheid van hun destijds 87-jarige moeder. De politie werd hierbij ingeschakeld en sindsdien stond ook de verhouding tussen A en zijn moeder onder druk. Drie maanden later overleed de moeder. Zij had in haar testament X benoemd tot uitvaartexecuteur. X had A een rouwkaart gestuurd met informatie over de afscheidsdienst en de crematie. X verscheen bij de
VR 2026/94 Terugvorderingsrecht verzekeraar. Beroep op rechtsverwerking. Schending zorgplicht.
X had een Lynk & Co personenauto verzekerd bij Allianz. Echter, het voertuig stond op naam van een besloten vennootschap waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is. Op 14 mei 2024 vond met dit voertuig een aanrijding plaats. De schade was bij Allianz gemeld en zij keerde een schadebedrag uit aan de wederpartij. Daarna heeft Allianz het dossier in oktober 2024 gesloten. Enkele maanden later stelde Allianz zich op het standpunt dat geen dekking bestond omdat het voertuig ten tijde van het ongeval niet op naam van de verzekerde privé stond en vorderde zij terugbetaling van het uitgekeerde bedrag
VR 2026/95 Oud verkeersongeval. Aansprakelijkheid WAM-verzekeraar. Aanvullende schadevergoeding?
VR 2026/96 Causaal verband ongeval - klachten. Deskundigenonderzoeken.
Op 11 januari 2016 werd de 18-jarige X aangereden. De schadeverzekeraar van de automobilist, Nationale Nederlanden (NN), heeft hiervoor de aansprakelijkheid erkend. Partijen verschillen van mening over de medische en juridische gevolgen van het ongeval en de wijze waarop de schade moet worden vastgesteld. In de jaren na het ongeval zijn meerdere medische expertises uitgevoerd, waaronder een neuropsychologisch rapport uit 2019 van deskundige D en een neurologisch rapport van C. Deze rapporten leidden tot uiteenlopende conclusies over de aard en ernst van de cognitieve klachten van verzoekster