VR 2016/131 Immateriële schade na seksueel misbruik van minderjarigmeisje tijdens jarenlang verblijf in leefgemeenschap.
Eiseres is vanaf haar dertiende jaar seksueel misbruikt door gedaagde tijdens jarenlang verblijf in leefgemeenschap, alsmede tweemaal van hem zwanger geraakt, ten gevolge waarvan zij beide keren een abortus heeft ondergaan. Eiseres vordert in onderhavige zaak immateriële en materiële schadevergoeding. Vooropgesteld wordt dat de hoogte van een immateriële schadevergoeding conform art. 6:106 BW naar billijkheid moet worden vastgesteld, waarbij rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, in het bijzonder de aard en ernst van de inbreuk en de gevolgen daarvan voor het