Zoeken

19 resultaten gevonden

  1. VR 2026/44 Lokale regulering van fatbikes – een heilloze weg?

    Artikel
    1. Inleiding Ze zijn niet meer weg te denken uit het straatbeeld, de fatbikes. Vooral bij jongeren een populair vervoersmiddel, maar voor velen ook een bron van ergernis. Ontworpen als terreinfiets, maar vooral te zien in de stad waar ze – vaak opgevoerd – voor overlast én gevaar zorgen. Gesproken wordt van honderden zware ongevallen per jaar.2) Het is dan ook niet verwonderlijk dat al langere tijd gezonnen wordt op maatregelen tegen het gebruik van fatbikes, maar tot nu toe tevergeefs.3) Zo kwam er weinig terecht van de uitvoering van een motie van de Tweede Kamer in 2024 waarin zij opriep tot de invoering van een minimumleeftijd van veertien jaar voor het rijden op fatbikes en een helmplicht voor fatbikers die harder kunnen rijden dan 25 kilometer per uur.4) In februari 2025 liet de regering weten de motie niet uitvoerbaar te achten.5)
  2. VR 2026/45 Vergoeding van schokschade in medische kwesties na Hoogeveen

    Artikel
    1. Inleiding Hoe ver reikt het recht van een naaste op schadevergoeding wanneer hij met eigen ogen het plotselinge overlijden van een dierbare als gevolg van een medische fout waarneemt? Deze vraag staat centraal in de uitspraak van het UK Supreme Court in Paul and another v Royal Wolverhampton NHS Trust (hierna: Paul)1). Hierin wees het een vordering van twee dochters tot vergoeding van schokschade af. De dochters zagen hoe hun vader onverwachts ineenzakte en overleed aan een hartaanval. Veertien maanden eerder bezocht de vader het ziekenhuis wegens klachten aan zijn borst en kaak, maar de behandelend arts liet na om nader onderzoek te verrichten waardoor een onderliggende hartziekte onopgemerkt bleef. Volgens de meerderheid van het UK Supreme Court komt het geestelijk letsel dat de dochters opliepen door waarneming van het overlijden niet voor vergoeding in aanmerking. Deze terughoudende benadering staat in contrast tot de meer moderne koers die de Hoge Raad in 2022 insloeg in het Hoogeveen-arrest2). Daarin verlaat de Hoge Raad de harde vereisten uit Taxibus en introduceert hij een gezichtspuntenbenadering3). Opvallend genoeg ontbreekt – voor zover mij bekend – in de Nederlandse rechtspraak een uitspraak waarin deze gezichtspunten zijn toegepast op een medische aansprakelijkheidskwestie. Deze lacune vormde aanleiding om afgelopen jaar mijn afstudeerscriptie binnen de master privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen aan dit onderwerp te wijden. Deze bijdrage bevat een verkorte weergave daarvan en onderzoekt in hoeverre het Nederlandse recht naar aanleiding van Hoogeveen ruimte biedt voor de vergoeding van schokschade naar aanleiding van een medische fout. Evenals in mijn scriptie dienen hierbij de feiten uit Paul als referentiekader voor de toepassing van Hoogeveen op medische aansprakelijkheidszaken. Alvorens in de derde paragraaf tot deze toepassing over te gaan, bespreek ik in de volgende paragraaf het leerstuk van schokschade en de relevante ontwikkelingen hierin.
  3. VR 2026/46 Besluit aanwijzing Kiss & Ride-strook. Door appellant genoemde toekomstige ontwikkelingen onvoldoende concreet om mee te nemen in belangenafweging.

    Jurisprudentie

    Het college heeft een - in bezwaar gehandhaafd - besluit genomen dat inhoudt dat tien parkeerplaatsen worden aangewezen als Kiss & Ride-strook, bedoeld voor het kort laten in- en uitstappen van passagiers. De rechtbank heeft dit besluit vernietigd, omdat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen. De rechtbank vond in dat verband van belang dat het college onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke manier de ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van de woning van appellant en de Kiss & Ride-strook van invloed zijn op haar belang om te kunnen parkeren binnen een acceptabele

  4. VR 2026/47 Rijden met veel te hoge snelheid binnen bebouwde kom. Aanrijding met overstekende voetganger. Bewezenverklaring roekeloosheid als mate van schuld.

    Jurisprudentie

    Verdachte reed met een zeer hoge snelheid van ongeveer 125 kilometer per uur op een weg waar 50 kilometer per uur is toegestaan. Het ging om een weg in een woonwijk met beperkt zicht vanwege bomen aan de linker- en rechterkant van de weg. Verdachte was ter plaatse bekend. Op een met kanalisatiestrepen gemarkeerde oversteekplaats heeft verdachte niet tijdig kunnen afremmen voor een overste-kende voetganger, die als gevolg van de aanrijding is overleden.

  5. VR 2026/48 Beroepschauffeur. Dodelijk ongeval met fietser. Ondergrens aanmerkelijke onvoorzichtigheid net overschreden.

    Jurisprudentie

    Verdachte is bestuurder van een vrachtwagen. Bij het verlaten van de rotonde moest verdachte voorrang verlenen aan bestuurders op het kruisende fietspad. De rechtbank stelt vast dat verdachte rustig over de rotonde reed, enkele meters achter een personenauto. De auto verleende voorrang aan een scooter die over de fietsstrook reed. Daarna trok de personenauto op en ontstond er meer afstand tussen verdachte en de auto. Verdachte rolde steeds met de vrachtwagen door en kwam op geen enkel moment volledig tot stilstand. Verdachte trok op en reed achter de personenauto aan, maar zag een voor hem van

  6. VR 2026/49 Begrip ‘roekeloosheid’ conform artikel 7:952 BW. Botsing auto’s. Eigen schuld voorligger.

    Jurisprudentie

    Appellanten houden zich voor werk bezig met goederenvervoer over de weg. In januari 2021 botste A met zijn Dodge Ram achterop een auto die zonder verlichting vanaf een tankstation de weg opreed. De Dodge Ram was WA-verzekerd bij Allianz. Met de bestuurder van de aangereden auto is een minnelijke regeling getroffen, waarbij 75% van diens schade is vergoed door Allianz. Op de verzekering waren de voorwaarden BST16 van toepassing, waarin dekking bij opzet of roekeloosheid is uitgesloten, een mededelingsplicht geldt en een verhaalsrecht is opgenomen bij uitkering op grond van de WAM zonder dekking

  7. VR 2026/50 Snelheidsovertreding. Roekeloosheid bestuurder. Regresblokkade niet van toepassing.

    Jurisprudentie

    Op 18 juni 2023 liet A (eiser 1) zijn zoon B (gedaagde 2) met toestemming in zijn Bentley rijden. Deze was bij Ansvar verzekerd onder de allrisk Prima XL autoverzekering. In de polisvoorwaarden is opgenomen dat schade niet wordt vergoed als deze is veroorzaakt door opzet, grove schuld of roekeloos gedrag. Tijdens het rijden op de vierde rijstrook botste hij tegen de achterkant van een Jaguar die net een inhaalmanoeuvre had uitgevoerd. Ansvar is ook de verzekeraar van de aangereden Jaguar en had een onderzoeksbureau ingeschakeld om de toedracht van het ongeval te analyseren. Op basis van de

  8. VR 2026/51 Dodelijk verkeersongeval. Verhaalsrecht WAM-verzekeraar op bestuurder.

    Jurisprudentie

    Op 28 januari 2019 veroorzaakte A een ernstig verkeersongeval op de A7 bij Den Oever, waarbij hij met een snelheid van ongeveer 200 km/u zonder te remmen op een bestelauto botste. De bestuurder van de bestelauto kwam hierdoor om het leven. A had voorafgaand aan het ongeval alcohol genuttigd en weigerde na het ongeluk een bloedonderzoek, ondanks een bevel van de hulpofficier van justitie. Op 20 maart 2020 werd A strafrechtelijk veroordeeld voor het ongeval. A reed tijdens het verkeersongeval in een (door zijn bedrijf) geleasede auto die in eigendom was van een leasemaatschappij. Deze had voor

  9. VR 2026/52 Schade na eenzijdig ongeval. Verzekeraar moet alsnog dekking verlenen.

    Jurisprudentie

    Eiseres X exploiteert een recyclingbedrijf waarvan A enig bestuurder en aandeelhouder is. Zijn neef B werkt bij het bedrijf. In augustus 2020 kocht X een Audi A6 en sloot daarvoor via een assurantieadviseur een autoverzekering bij Ansvar. Op de verzekering waren voorwaarden van toepassing die onder meer dekking bieden bij botsing en totaal verlies, maar ook bepalen dat bij schending van de medewerkingsplicht of het verstrekken van onjuiste informatie geen recht op uitkering bestaat. Op 18 april 2022 veroorzaakte B een eenzijdig ongeval op de N271 te Arcen waarbij de auto zwaar beschadigd

  10. VR 2026/53 Schade aan politievoertuig. Geen dekking wegens opzetuitsluiting. Voorwaardelijk opzet.

    Jurisprudentie

    Op 6 januari 2024 sloot X bij Achmea een WA-bromfietsverzekering af waarop de Verzekeringsvoorwaarden Bromfietsverzekering van toepassing zijn. Deze voorwaarden sluiten dekking uit bij opzettelijk en wederrechtelijk handelen, waaronder ook voorwaardelijk opzet valt. De opzetuitsluiting geldt onder meer bij maatschappelijk ongewenst of crimineel gedrag dat gevaar voor personen of zaken oplevert. Op 9 mei 2024 negeerde X een stopteken van de politie en sloeg op de vlucht. Tijdens de achtervolging kwam hij ten val na contact met een politiedienstvoertuig, waarbij schade aan dat voertuig ontstond

  11. VR 2026/54 Aansprakelijkheid schade eigenaar van hond die andere hond doodbeet. Onrechtmatige daad.

    Jurisprudentie

    X en gedaagde A waren bevriend en maakten in december 2024 samen een wandeling met hun honden. Tijdens die wandeling viel de hond van A de hond van X onverwacht aan, waarna deze overleed. Partijen hebben daarna veel WhatsApp-contact gehad over de afwikkeling van de schade. X stuurde facturen van onder meer de aanschaf van de hond, de puppycursus, de crematie en een beschadigde jas en begrootte zijn schade op ruim € 3.000,-. A gaf aan (een deel van) de crematiekosten te willen betalen en stelde later een betalingsregeling van € 20,- per maand voor, maar betaalde uiteindelijk niets. Ook bleek

  12. VR 2026/55 Aanrijding motorrijtuig met minderjarige op fatbike. Geen overmacht.

    Jurisprudentie

    Op 18 juli 2024 vond op de Hoefkade te Den Haag een verkeersongeval plaats tussen eiser X en de minderjarige A. X was de bestuurder van een Audi personenauto terwijl A op een fatbike reed. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat A de Hoefkade opreed met een fatbike waarvan de remmen niet functioneerden. Hierdoor botste A tegen de rechterflank van de auto van X. Op verzoek van X heeft Dekra de schade aan zijn auto onderzocht en is de schade begroot op € 3.439,73. X stelde bij brief van 31 juli 2024 A aansprakelijk voor de schade. De ouders van A hebben de aansprakelijkheid van de hand

  13. VR 2026/56 Onrechtmatige daad kinderen. Materiële gevolgschade en smartengeld. Gedeeltelijk eigen schuld.

    Jurisprudentie

    Op 5 april 2022 vond op school een incident plaats tussen twee kinderen: A en B. Hierbij liep A schade op aan zijn tanden. Twee dagen later deed hij aangifte van mishandeling. Volgens zijn verklaring keek B hem boos aan. B liep op hem af en gaf hem een kopstoot, waarna A pijn voelde en merkte dat zijn tanden beschadigd waren. De leerkracht verklaarde dat de jongens eerst op enkele meters afstand tegenover elkaar stonden en woorden wisselden. Na een korte interventie stonden ze weer dicht bij elkaar; A duwde B licht weg, waarna hun hoofden tegen elkaar kwamen. De leerkracht zag de kopstoot zelf

  14. VR 2026/57 Aanrijding tussen auto en voetganger. Aansprakelijkheid. Eigen schuld voetganger.

    Jurisprudentie

    Op 11 september 2014 stak de toen 16-jarige X (verzoekster) over om een bus te halen en werd daarbij aangereden door een Volkswagen Caddy die van rechts kwam. De auto was van ALD Automotive en werd bestuurd door A (gedaagde). De auto was verzekerd bij de buitenlandse WAM-verzekeraar AXA Corporate Solutions, met Crawford & Company als schaderegelaar in Nederland. X raakte gewond en werd in het ziekenhuis geopereerd aan een gebroken kuitbeen. X verzoekt de rechtbank te verklaren dat A, ALD Automotive of AXA volledig aansprakelijk zijn voor haar schade, of anders het aansprakelijkheidspercentage

  15. VR 2026/58 Letsel aan vinger door beknelling tijdens tackle. Schending zorgplicht docent. Onrechtmatige daad.

    Jurisprudentie
    X (verzoekster) volgde sinds 2021 een opleiding aan O (verweerster sub 1). Op 4 oktober 2022 nam X deel aan een introductieles rugby. Tijdens het oefenen van tackles met docent A liep zij bij de tweede tackle letsel aan haar vinger op. In deze procedure vordert X van O en verzekeraar Allianz schadevergoeding voor het opgelopen letsel tijdens de rugbyles. De kernvraag is of docent A, werkzaam bij O, zijn zorgplicht heeft geschonden. Bij bewegingsonderwijs geldt een hogere zorgplicht dan bij gewone sport- of spelsituaties, omdat de relatie tussen docent en leerling een bijzondere
  16. VR 2026/59 Aansprakelijkheid verkeersletsel. Vaststelling causaal verband na voorlopig deskundigenonderzoek.

    Jurisprudentie
    X (eiser) heeft al jarenlang conflicten met het personeel van een pizzeria in zijn straat, onder andere over het rijgedrag van de pizzabezorgers. Op 22 april 2016 werd X als voetganger aangereden door een pizzabezorger van hen. De verzekeraar van de bezorger, ASR, heeft 75% aansprakelijkheid erkend. Later vonden opnieuw incidenten plaats, waaronder nog een vechtpartij en twee aanrijdingen. X stelt dat hij door de aanrijding schouderklachten en posttraumatische stress-stoornis (PTSS) heeft opgelopen, wat zijn werk als sportinstructeur ernstig heeft beperkt. Sinds 1 oktober 2023 is zijn
  17. VR 2026/60 Aanrijding tussen automobilisten. Aansprakelijkheid. Bewijsvermoeden door rood rijden.

    Jurisprudentie

    Op 20 januari 2021 vond een aanrijding plaats tussen A en X (gedaagde) op een kruispunt van de N200. A reed rechtdoor richting Amsterdam en X sloeg linksaf. A botste tegen de rechterachterkant van de bestelbus van X. Het kruispunt heeft stoplichten die ervoor zorgen dat de twee richtingen nooit tegelijk groen licht hebben. Door de aanrijding liep A letselschade op. Zij is hiervoor verzekerd bij Achmea. De schade is door Achmea vergoed en zij is in de rechten van A gesubrogeerd. Nationale Nederlanden (NN) is de WAM-verzekeraar van X. Achmea vordert dat X aansprakelijk wordt gesteld voor het

  18. VR 2026/61 Ongeval tijdens bedrijfsuitje. Verlof in tussentijds hoger beroep van deelgeschilbeschikking.

    Jurisprudentie

    A viel tijdens een bedrijfsuitje van de elektrische step. Als gevolg daarvan heeft hij blijvend letsel opgelopen. Hij stelde zijn werkgever aansprakelijk voor de schade die uit het ongeval voortvloeide. Zowel de werkgever als haar bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeraar erkenden geen aansprakelijkheid, ook niet nadat een voorlopig getuigenverhoor had plaatsgevonden. Om duidelijkheid te krijgen, heeft A een deelgeschilprocedure gestart. De rechter oordeelde dat het bedrijfsuitje onder de werking van artikel 7:658 BW viel, omdat het in voldoende nauw verband stond met de werkzaamheden. Vervolgens

  19. VR 2026/62 Val door plantenbak tijdens weekmarkt. Aansprakelijkheid gemeente.

    Jurisprudentie

    Verzoekster X is tijdens de weekmarkt in Beverwijk ten val gekomen over de rand van een plantenbak. Zij heeft daarbij letsel opgelopen. X heeft de gemeente aansprakelijk gesteld voor haar materiële en immateriële schade. Volgens X is de gemeente aansprakelijk op grond van gebrekkige opstal en subsidiair op grond van onrechtmatige daad. Zij voert aan dat het ongeval plaatsvond in een drukke winkelstraat tijdens de weekmarkt, waardoor niet steeds de vereiste oplettendheid van bezoekers kan worden verwacht. Daarnaast hebben de plantenbakken dezelfde kleur als de bestrating en steken zij uit met

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!