VR 2025/100 MH17: De EHRM-zaak

MH17: De EHRM-zaak

Een interview met Antoinette Collignon en Flip Schüller

 

S. de Lang *

 

Op 9 juli 2025 wees het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) arrest in de interstatelijke klachten van Oekraïne en Nederland tegen Rusland over het neerhalen van vlucht MH17. Het Hof stelde vast dat de Russische staat verantwoordelijk is voor de dood van 298 burgers en voor ernstige schendingen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Voor de nabestaanden betekent dit arrest een belangrijke stap in hun zoektocht naar erkenning en gerechtigheid. Als advocaat en lid van het Rechtsbijstandsteam MH17 (RBT) ben ik de afgelopen jaren samen met mijn collega’s betrokken bij de talloze juridische procedures om waarheid en aansprakelijkheid vast te stellen. In dit interview spreek ik met twee van mijn collega’s binnen het RBT, Antoinette Collignon en Flip Schüller, die een centrale rol spelen in de individuele klachtenprocedures bij het EHRM. Samen kijken we terug op de interstatelijke uitspraak en de bredere juridische context.

Hoe zijn jullie bij de MH17-zaak betrokken geraakt? 

AC: Als lid van het Rechtsbijstandsteam ben ik al vanaf het begin betrokken bij de MH17 zaak. In eerste instantie hebben wij als team de schadevergoedingsvordering op Malaysian Airlines afgewikkeld. Hiernaast waren wij betrokken bij de strafrechtelijke procedure bij de rechtbank Den Haag. Een ander onderdeel van de zaak is de procedure bij het EHRM. Er is in 2016 een individuele procedure gestart door een Amerikaanse advocaat. Hij benaderde ons en zodoende raakten wij destijds als kernteam MH17 betrokken. Volgens de regels van het EHRM moet een Europese advocaat de zaak behandelen. Daarom ben ik aangewezen als counsel bij het EHRM namens het kernteam. Christa Wijnakker van Beer Advocaten is eveneens counsel namens een andere groep nabestaanden, die in een later stadium een individuele klachtprocedure gestart zijn. Onze zaken zijn vervolgens gevoegd en worden door het EHRM gezamenlijk behandeld. We vormen samen, net als in de strafzaak, het Rechtsbijstandsteam in deze zaak bij het EHRM.

FS: Ik ben destijds door het kernteam MH17 gevraagd om mijn kennis van het procederen bij het EHRM. Ik had tot dat moment geen processtuk bestudeerd maar wilde graag bijdragen aan deze belangrijke zaak en met hulp van het kernteam zijn de specifieke schendingen van het EVRM nader onderzocht, toegelicht en onderbouwd.

Wat motiveerde u om namens de nabestaanden op te treden in deze complexe internationale procedure?

AC: Het is van groot belang dat de feiten boven tafel komen en worden vastgesteld door een rechter. Dat de Russische staat verantwoordelijk wordt gehouden voor het neerhalen van vlucht MH17. Het kan niet zo zijn dat een staat ermee wegkomt door te blijven ontkennen en dat er desinformatie verspreid wordt waardoor nog meer leed wordt toegebracht aan de nabestaanden.

FS: Gezien het leed bij de slachtoffers en de betrokkenheid van de Russische staat is het een eer om hen bij te staan met mijn expertise. 

Had u eerdere ervaring met interstatelijke zaken of internationale mensenrechtenprocedures?

AC: Dit is mijn eerste zaak bij het EHRM. Dat is ook de reden dat wij Flip Schüller en Liesbeth Zegveld gevraagd hebben om ons te ondersteunen.

FS: Ik procedeer regelmatig tegen diverse lidstaten, inclusief overigens Nederland.

Wat was uw rol binnen het team dat Nederland/de nabestaanden vertegenwoordigde?

AC: Mijn rol is die van counsel bij het EHRM samen met Christa Wijnakker. Wij zijn de ‘manager’ van dit traject en voeren de correspondentie met het EHRM en zijn aanspreekpunt en medeopsteller van de processtukken.

FS: In nauw overleg met de counsels schrijf ik samen met collega’s van kantoor de eerste concepten van de processtukken die vervolgens met de counsels worden bijgeslepen. Verder ben ik betrokken geweest bij het zoeken en aanstellen van deskundigen voor expert opinions die ons standpunt hebben onderbouwd.

Hoe bepaal je een juridische strategie in een zaak van deze omvang en gevoeligheid? 

FS: Aan de hand van de feitenvaststelling liggen de schendingen van de diverse Verdragsbepalingen voor de hand, die vloeien logischerwijs voort uit de feiten, bijvoorbeeld het recht op leven en het gebrek aan serieus onderzoek van Rusland waardoor de slachtoffers nog meer zijn beschadigd.

Welke keuzes zijn gemaakt in het presenteren van bewijs en het formuleren van juridische argumenten?

FS: Wij vonden het zonneklaar dat in het huidige Rusland er geen eerlijk proces kon worden gevoerd over de staatsaansprakelijkheid onder het bewind van Poetin, dat het niet is geprobeerd maar de focus is gelegd op de ineffectiviteit van zo’n procedure zodat we direct terecht zouden kunnen bij het Europese Hof.

AC: Verder geldt de ‘normale’ bewijsvoering ten aanzien van de schending van de mensenrechten. Voor de ‘just satisfaction’ (de genoegdoening) hebben we gekozen voor standaard bedragen, vergelijkbaar met een collectieve actie, omdat het gaat om een grote groep nabestaanden.

Hoe verliep de samenwerking met de Nederlandse Staat, met Oekraïne en eventueel met andere partijen?

AC: De samenwerking met de Nederlandse Staat is uitstekend. Nadat wij de individuele procedures hadden gestart is de Nederlandse Staat de interstatelijk procedure tegen de Russische staat begonnen. Wij hebben in die zaak als individuele klagers geïntervenieerd en de Nederlandse staat heeft dat ook in onze zaken gedaan. Daarmee zijn de stukken en standpunten in beide zaken op elkaar afgestemd en konden wij de stem van de individuele klagers laten horen in de Interstatelijke klacht. Nu er een arrest is in de Interstatelijke klachtprocedure komen onze zaken weer aan bod.

Wat is volgens u juridisch het belangrijkste onderdeel van de uitspraak?

FS: Het klinkt misschien basaal maar de vaststelling dat het recht op leven door de Russische staat is geschonden is denk ik de eerste en belangrijkste vaststelling door het Europese Hof. Verder is  duidelijk geworden dat het moedwillig beleid van desinformatie, het gebrek aan medewerking aan het onderzoek  en de onverschilligheid jegens de slachtoffers niet alleen een schending van artikel 2 EVRM procedureel behelzen maar ook dusdanig ingrijpend zijn geweest dat het de strenge eis van ‘minimum level of severity’  van artikel 3 EVRM heeft gehaald waardoor het Europese Hof ook kon concluderen dat het gedrag van de Russische staat gekwalificeerd kan worden als onmenselijk en vernederend ten opzichte van de slachtoffers.

Hoe beoordeelt u de manier waarop het Hof omging met de bewijspositie, het oorzakelijk verband en de staatsverantwoordelijkheid? 

FS: Er is zeer uitgebreid en aan de hand van eerdere uitspraken geoordeeld over het bewijs en causaal verband. Verder zijn met hulp van experts tal van voorbeelden verzameld waaruit afgeleid kan worden dat het opstarten van een procedure tegen de Russische staat volstrekt kansloos is. Een dergelijke vaststelling door de Grote Kamer van het Hof is ook van belang voor individuele klagers, inclusief Oekraïense slachtoffers die wellicht minder uitgebreide rechtsbijstand kunnen krijgen.

In hoeverre is er sprake van ‘erkenning’ en ‘rechtvaardigheid’ voor de nabestaanden?

AC: Voor de nabestaanden is de uitspraak enorm belangrijk. Voor het eerst is door een internationale rechter geoordeeld dat de Russische staat verantwoordelijk is voor het neerhalen van MH17 en de dood van hun geliefden. Dat geldt overigens ook voor de vele slachtoffers en nabestaanden in Oekraïne met betrekking tot de uitspraak over de schendingen van mensenrechten in Oekraïne door Rusland.

Verwacht u dat deze uitspraak impact zal hebben op andere internationale procedures tegen Rusland?

AC: Dat is lastig te beantwoorden. Rusland is geen lid meer van de Raad van Europa en er kunnen geen zaken meer aangebracht worden bij het EHRM voor schendingen die ná 16 september 2022 plaatsvonden en nog plaatsvinden.

Hoe past de EHRM-uitspraak in de bredere juridische strategie van Nederland, bijvoorbeeld ten opzichte van de ICAO-procedure?

AC: De Nederlandse Staat, maar ook Australië zullen alles doen wat in hun macht ligt om te zorgen dat de Russische staat verantwoordelijk wordt gehouden voor het neerhalen van MH17.

Zijn er punten waarop de uitspraken elkaar juridisch of politiek versterken?

AC: In beide gevallen zijn de feiten vastgesteld en is er geen twijfel over mogelijk dat de Russische staat verantwoordelijk is. In die zin versterken de uitspraken elkaar.

Heeft u het gevoel dat de ICAO-uitspraak invloed heeft gehad op de beoordeling door het EHRM – of andersom?

FS: Nee, ik heb niet dat gevoel. Het Europese Hof beoordeelt de zaak geheel los van alles aan de hand van alle informatie die beschikbaar is.

Kan de ICAO-uitspraak, als bindende vaststelling van staatsschending, helpen bij het afdwingen van naleving van het EHRM-arrest?

AC: Dat is een lastige vraag. Op dit moment is de Russische staat niet genegen om de ICAO-uitspraak noch de uitspraak van het EHRM te accepteren. Het is de vraag wanneer dat wel het geval zal zijn.

Welke betekenis hebben deze verschillende procedures voor de nabestaanden, die misschien niet altijd het onderscheid zien tussen EHRM, ICAO en het Nederlandse strafproces?

AC: In de strafzaak ging het om de vier individuele verdachten: Girkin, Dubinskiy, Kharchenko en Pulatov. De eerste drie zijn veroordeeld. In deze zaak zijn feiten vastgesteld die zien op de strafrechtelijke gedragingen van de individuele verdachten. De nabestaanden hadden slechts een bijrol in de strafzaak. Bij ICAO gaat het om schending van het Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart door de Russische staat. De nabestaanden spelen in deze zaak geen rol of slechts heel beperkt. Bij het EHRM heeft een grote groep nabestaanden zelf een klacht ingediend en kunnen zij zelf hun recht halen. Na de uitspraak in de interstatelijke procedure zijn nu deze individuele zaken weer aan de beurt. Dat is voor veel nabestaanden belangrijk.

Hoe gaat het Hof om met een staat die zich onttrekt aan de procedure?

FS: De situatie waarbij een lidstaat zijn lidmaatschap opzegt en bijna gelijktijdig er uit is gezet, heeft zich nooit eerder voorgedaan en vormt een uitdaging voor meerdere organen van de Raad van Europa. Normaliter ziet het Comité van Ministers toe op de naleving van een uitspraak maar hoe dat nu zal gebeuren is nog onduidelijk. Het Comité van Ministers kan immers niets feitelijks afdwingen.

Zijn er juridische mogelijkheden om Rusland alsnog te dwingen tot naleving of betaling?

FS: Nee, die zijn er helaas op dit moment niet echt.

Wat zegt deze zaak over de kracht én de kwetsbaarheid van internationale rechtspleging?

AC/FS: Als je als Staat niet wilt meewerken dan kom je daar in ieder geval op de korte termijn mee weg. Op de lange termijn blijft de uitspraak staan en zal dit onderdeel zijn van onderhandelingen over vrede en bij eventuele terugkeer naar de Raad van Europa. Het is daarnaast historisch van belang dat de precieze rol van de Russische staat wordt vastgesteld, overigens niet alleen met het oog op de toekomst.

Wat heeft deze zaak u persoonlijk geleerd?

AC: Dat internationaal recht en de ‘Rule of Law’ ongelooflijk belangrijk zijn en dat je een lange adem moet hebben bij vaststelling van schendingen, zeker als het gaat om een staat die systematisch desinformatie verspreidt, liegt en bedriegt. Dat je geliefden niet terugkrijgt en dat het leed blijft bestaan maar dat je in ieder geval degenen die verantwoordelijk zijn tot verantwoording kunt roepen.

Wat deed het met u om jarenlang intensief betrokken te zijn bij zo’n beladen dossier?

AC: Het is een bijzondere ervaring, de intensieve samenwerking binnen het team, met de Stichting Vliegramp MH17 en haar advocaten, met de Nederlandse staat, en niet te vergeten de nabestaanden in binnen- en buitenland waarmee ik al zoveel jaren contact heb. Zo heb ik, toen ik in Australië op reis was, een aantal nabestaanden opgezocht en onder andere de plek waar de as van slachtoffers is uitgestrooid bezocht. Heel indrukwekkend. Ik heb van deze zaak veel geleerd als advocaat, maar vooral ook als mens en het is nog niet voorbij.

Is er een moment in deze zaak dat u persoonlijk heeft geraakt of dat u altijd zal bijblijven?

AC: In de strafzaak was het uitoefenen van het spreekrecht door de nabestaanden ongelooflijk indrukwekkend. Het heeft mij heel erg geraakt. Het leed en het verdriet dat de nabestaanden is aangedaan. Dat gun je echt helemaal niemand. In de EHRM-zaak waren de mondelinge behandelingen van de zaak, waar Piet Ploeg namens de Stichting en de individuele klagers het woord voerde indrukwekkend. Dat grijpt je aan.

Heeft deze ervaring uw kijk op internationale rechtspraak veranderd?

AC: Ik heb groot vertrouwen in de internationale rechtspraak. Deze zaak heeft mijn overtuiging alleen maar versterkt dat het van groot belang is dat Staten zich aan verdragen houden, dat er internationale rechtspraak is en dat de Rule of Law met hand en tand verdedigd moet worden.

Om met H.M. Van Randwijck te spreken:

 

Wij staan tesaam voor het gericht

voor goed of kwaad te kiezen,

een volk dat voor tirannen zwicht,

zal meer dan lijf en goed verliezen,

dan dooft het licht.

 

 

Het Rechtsbijstandteam MH17 met, van links naar

rechts, Antoinette Collignon, Evert Wytema, Arlette

Schijns, Ruth Jager, Maya Spetter, Maarten

Pijnenburg, Peter Langstraat en Sander de Lang.

Bron: Feike Faase Fotografie

 

Het Rechtsbijstandsteam MH17

Het Rechtsbijstandsteam MH17 (RBT) staat vanaf het neerhalen van vlucht MH17 (bijna) alle nabestaanden bij, in wisselende samenstellingen en met verschillende specialismen. Het RBT, dat alle cliënten vertegenwoordigt in de lopende procedures, bestaat uit de letselschadeadvocaten Sander de Lang (SAP Letselschade Advocaten, Amersfoort), Peter Langstraat (Moree Gelderblom Advocaten, Rotterdam), Evert Wytema (Van Wassenaer Wytema, Haarlem), Maya Spetter (Spetter advocaat & mediator, Amersfoort), Christa Wijnakker (Beer advocaten, Amsterdam) en Antoinette Collignon (Legaltree Advocaten, Amsterdam). Voor de procedure bij het EHRM is Flip Schüller (Prakken d’Oliveira) aangeschoven vanwege zijn ruime ervaring met procedures bij het EHRM. Het RBT is betrokken bij verschillende procedures, waarvan sommige inmiddels zijn afgerond. De procedure tegen Malaysia Airlines voor schadevergoeding is afgesloten, evenals de strafzaak tegen vier daders. Bij het EHRM loopt nog een procedure tegen de Russische staat, waarin het land verantwoordelijk wordt gesteld voor de dood van 298 burgers. Daarnaast begeleidt het RBT de nabestaanden bij aanverwante zaken, waaronder een procedure bij de International Civil Aviation Organization (ICAO).

 

Rol van de ICAO

De International Civil Aviation Organization (ICAO) is een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties die toeziet op de veiligheid en het ordelijke verloop van de internationale burgerluchtvaart. Zij stelt regels en standaarden vast die door alle aangesloten staten moeten worden nageleefd. Er zijn 193 landen lid van ICAO. Nederland en Australië zijn in 2022 binnen ICAO een procedure gestart tegen Rusland. Deze ICAO-procedure richt zich op de vraag of Rusland het Verdrag van Chicago heeft geschonden, dat de rechten en plichten van staten in het internationale luchtverkeer regelt. Deze procedure staat los van, maar loopt deels parallel aan, de zaken bij het EHRM en de Nederlandse strafrechter. Recent heeft de ICAO-raad beslist dat Rusland het verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart heeft geschonden vanwege het neerhalen van MH17. De weg ligt nu open voor het indienen van een schadevergoeding.