buitengerechtelijke kosten

VR 2026/80 Deelgeschil als tegenverzoek in voorlopig deskundigenprocedure. Aansprakelijkheid ziekenhuis. Buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie

Dit deelgeschil is ingesteld als tegenverzoek in een voorlopig deskundigenprocedure. Het betreft een medische aansprakelijkheidszaak waarin het ziekenhuis aansprakelijkheid gedeeltelijk heeft erkend. De verzoeker (de patiënt) in het deelgeschil wil dat het ziekenhuis een voorschot betaalt en de openstaande buitengerechtelijke kosten vergoedt. In geschil is in hoeverre het ziekenhuis gehouden is de kosten van rechtsbijstand van de patiënt te vergoeden. De rechtbank maakt onderscheid tussen kosten van het deelgeschil en kosten van rechtsbijstand in de voorlopig deskundigenprocedure. De kosten

VR 2026/64 Vergoeding BGK voor het deskundigenbericht in de voorlopige bewijsverrichtingenprocedure

Artikel
Aanleiding voor dit artikel is een beschikking begin dit jaar van de Rechtbank Rotterdam.1) De rechtbank doet daarin een opvallende uitspraak over de vergoeding van de kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure voor een voorlopig deskundigenbericht.2) Die advocaatkosten komen volgens de rechtbank op basis van artikel 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking. Die kosten moeten dus worden vergoed als zijnde buitengerechtelijke kosten rechtsbijstand (BGK). In dit artikel zal ik deze uitspraak bespreken en in een breder kader plaatsen. Tot slot zal ik ingaan op de wenselijkheid van de vergoeding van BGK in deze voorlopige bewijsverrichtingenprocedure.

VR 2025/20 Letselschade, whiplash, arbeidsongeschiktheid, aanvullend bedrag schadevergoeding, smartengeld.

Jurisprudentie

Op 26 oktober 2010 was X (eiseres) betrokken bij een verkeersongeval op de snelweg A2. Haar auto stond stil in een file toen een achteropkomende auto tegen haar achterkant botste. De bestuurder van die auto was verzekerd bij ASR, de aansprakelijkheid is erkend. Na het ongeval had X direct nekklachten en stijfheid. Neurologen diagnosticeerden een postwhiplashsyndroom. In juli 2013 werd X gezien bij een revalidatiearts. Vanwege aanhoudende klachten en druk op het werk nam ze een andere functie binnen het bedrijf aan. Na een beoordeling door het UWV in oktober 2013 werd X arbeidsongeschikt

VR 2023/124 Deelgeschil letselschadezaak. Vergoeding kosten huishoudelijke hulp. Buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie

Op 28 september 2021 heeft verzoeker een verkeersongeval gehad waarbij hij ernstig letsel heeft opgelopen, waaronder een gebroken knieschijf en afgescheurde pezen in de knie. Hij is dezelfde dag geopereerd. Na het ongeval is hij bij de ouders van zijn partner gaan wonen. Op 12 oktober 2021 heeft verzekeringsmaatschappij Nationale Nederlanden (NN) de aansprakelijkheid erkend en is er een voorschot van € 2.000,- betaald. Er zijn tussen partijen besprekingen geweest over de hoogte van de schadevergoeding en over veel zaken werd overeenstemming bereikt. Echter, er waren nog geschillen over enkele

VR 2023/111 Causaal verband. Voorschot. Buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie

Op 18 april 2014 en 10 augustus 2016 is X verkeersongevallen overkomen, waarvoor ASR en Allianz aansprakelijkheid erkennen. X stelt lichamelijk en psychisch letsel te hebben opgelopen. Neuroloog C en psychiater D voeren medische expertises uit. Partijen zijn verdeeld over de vraag welke conclusies aan de expertiserapporten moeten worden verbonden. Na een mislukte poging tot mediation medio 2018 gaat ASR over tot eenzijdige schadeafhandeling. X verzoekt onder meer een verklaring voor recht dat zijn klachten en beperkingen in causaal verband staan met de ongevallen, dat ASR zijn schade moet

VR 2023/100 De BGK-pilot

Artikel
VR2023-9_illu
“Het zou goed zijn, wanneer deze uitgave er mede toe zou kunnen bijdragen dat discussies over (de omvang van) buitengerechtelijke kosten tot het verleden behoren. Niet zelden vertroebelt die discussie het verloop van de schaderegeling. Beide partijen zouden gediend zijn bij duidelijkheid vooraf, mits die duidelijkheid bestaat uit een regeling, waarin beide partijen zich kunnen vinden.” “Discussies over buitengerechtelijke kosten zijn nog altijd aan de orde van de dag, ondanks de initiatieven die zijn ondernomen om deze te vermijden.” Het eerste citaat is uit 2000 en komt uit de uitgave van PIV in 2000 “Buitengerechtelijke kosten: vijf visies op de redelijkheid”. De toon in het voorwoord over de toen ook al bestaande BGK-discussie was nog optimistisch. In het tweede citaat uit 2012 heeft de moedeloosheid duidelijk toegeslagen. Ook de artikelen van verzekeraarszijde en slachtofferadvocatenzijde in het themanummer van Letsel & Schade over BGK (2016) stemden niet tot optimisme. In mijn artikel uit 2020 voor dit tijdschrift maakte ik echter wel melding van pogingen om de BGK-discussie in rustiger vaarwater te leiden. Er liepen toen een paar projecten waarbij tussen verzekeraars en slachtofferadvocaten geprobeerd werd om (ook) afspraken over betaling van de kosten rechtsbijstand te maken. Eén daarvan betrof een project van de LSA en verzekeraars over een BGK-voorschotregeling. Ten aanzien van dit laatste project pak ik in dit artikel de draad weer op, omdat dit project de fase van de steigers inmiddels is ontgroeid en steeds meer vorm krijgt. Het gaat om procesafspraken over buitengerechtelijke kosten in een pilot van de Vereniging voor Letselschade Advocaten (LSA) en het Platform Personenschade (voorheen: PIV), hierna kortweg aangeduid met ‘BGK-pilot’.

VR 2022/152 Is tussen partijen een eindregeling tot stand gekomen? Begroting buitengerechtelijke kosten: dubbele redelijkheidstoets.

Jurisprudentie

Op 29 september 2018 is fietser X aangereden door een bij De Goudse verzekerde auto. Hierdoor loopt zij een breuk in haar scheenbeen op, waaraan zij geopereerd moet worden. Daarnaast zijn enkele zaken van haar beschadigd. De Goudse erkent aansprakelijkheid en partijen treden in onderhandeling over een schaderegeling. De Goudse doet een aanbod voor een slotuitkering (exclusief buitengerechtelijke kosten) voor de letselschade van X. Voor de beoordeling van de buitengerechtelijke kosten verzoekt zij Van der Zwan, de belangenbehartiger van X, om zijn slotdeclaratie op te sturen. Een paralegal van

VR 2022/116 Eenzijdige beëindiging schadeonderhandeling. Veroordeling tot dooronderhandelen. Zeer hoge buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie

Op 7 januari 2021 is A een verkeersongeval overkomen, waarvoor WAM-verzekeraar Bovemij aansprakelijkheid erkent. Zijn uitzendovereenkomst wordt beëindigd en ondanks enkele voorschotten van Bovemij, belandt A in een financieel benauwde situatie. Onder meer is hij niet in staat om de behandelingen bij een fysiotherapeut voor zijn herstel door te zetten, omdat hij deze niet meer kan betalen. De belangenbehartiger van A neemt meerdere malen contact op met Bovemij met het verzoek om aanvullende voorschotten. Bovemij weigert een aanvullend voorschot te verstrekken tot een nader medisch advies is

VR 2021/129 Letselschadezaak; buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie
A is een ongeval overkomen. Verzekeraar B is hiervoor voor 50% aansprakelijk. Tussen partijen is in geschil of B € 15.224,48 aan buitengerechtelijke kosten moet betalen aan A als voorschot op de kosten van de belangenbehartiger van A (X). De rechtbank wijst de buitengerechtelijke kosten grotendeels toe. De belangrijkste overweging in dit verband is dat redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking komen, behalve als de regels over proceskosten van toepassing zijn krachtens art

VR 2021/120 Buitengerechtelijke kosten; dubbele redelijkheidstoets.

Jurisprudentie
A is in 2015 betrokken geraakt bij een eenzijdig verkeersongeval. Hierbij heeft A lichamelijk en psychisch letsel opgelopen. Verzekeraar B heeft in 2016 de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. In 2017 heeft A zich gewend tot mr. Z. Daarvoor hebben X en Y de belangen van A behartigd. Z heeft bij B € 14.499,28 aan buitengerechtelijke kosten gedeclareerd. B heeft daarvan € 8.000,- vergoed. B heeft in totaal in het dossier van A € 16.092,97 aan buitengerechtelijke kosten uitgekeerd. In deze procedure vordert A van B € 6.499,28. Dit bedrag ziet op de onbetaald gebleven