regres

VR 2026/22 Regresvordering verzekeraar. Aanvang verjaringstermijn. Redelijkheid en billijkheid.

Jurisprudentie

In 2013 hield Ziggo een bedrijfsfeest bij evenementenlocatie Brothers. Een medewerker van Ziggo kwam daar ten val op een nabijgelegen parkeerterrein en liep daarbij blijvend letsel op. De verzekeraar van Ziggo, Nationale Nederlanden (NN), stelt dat Brothers naast Ziggo aansprakelijk is voor deze schade en vordert regres voor het aan de werknemer uitgekeerde bedrag van € 230.000,-. Brothers betwist die aansprakelijkheid en beroept zich op verjaring. De werknemer stelde Ziggo in 2017 aansprakelijk, waarna aansprakelijkheid aanvankelijk werd afgewezen. In 2019 vond een voorlopig getuigenverhoor

VR 2026/21 Dekman valt van schip. Letselschade. Aansprakelijkheid werkgever en/of schip.

Jurisprudentie

Op 19 december 2012 raakte X als terminaloperator bij ECT ernstig gewond toen hij aan boord van het containerschip van Cosco Europe door een opening viel tijdens het sluiten van een scheepsluik. De looppaden waren rommelig door lashingmateriaal, ondanks herhaalde verzoeken van X om dit op te ruimen. Hierdoor kon hij de veiligheidsprocedure niet volledig volgen. ECT erkende aansprakelijkheid en stelde vervolgens Cosco aansprakelijk. Volgens het Marintec-rapport was het ongeval het gevolg van onveilige omstandigheden en het niet naleven van veiligheidsprocedures. In eerste aanleg vorderde ECT

VR 2025/135 Eenzijdig dodelijk ongeval. Bestuurder onder invloed. Regresvordering van verzekeraar.

Jurisprudentie
A (appellant) heeft in de nacht van 23 op 24 november 2018 met te veel alcohol een auto bestuurd en een eenzijdig verkeersongeval veroorzaakt. Bij het ongeval is een inzittende van de auto overleden. De Vereende heeft als verzekeraar van zijn auto schadevergoeding betaald aan de nabestaanden van het slachtoffer. In eerste aanleg heeft de Vereende de door haar uitgekeerde schade en gemaakte kosten op appellant verhaald. De rechtbank heeft de vordering van de Vereende grotendeels toegewezen. In hoger beroep verzoekt appellant om de toegewezen vorderingen alsnog af te wijzen. De Vereende vorderde

VR 2025/119 Regresvordering WAM-verzekeraar op veroorzaker dodelijk ongeval. Ongedaanmaking registraties.

Jurisprudentie

Op 26 januari 2022 veroorzaakte X (geïntimeerde) een dodelijk verkeersongeval door met de Mercedes van zijn moeder op een Opel te botsen. X reed onder de invloed van alcohol en met zeer hoge snelheid. Beide inzittenden van de Opel kwamen om het leven. X is strafrechtelijk veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf (waarvan achttien maanden voorwaardelijk) en drie jaar rijontzegging wegens roekeloos rijgedrag. Ansvar, de WAM-verzekeraar van de Mercedes, heeft de schade aan de nabestaanden vergoed en wil dit verhalen op X, omdat de polis geen dekking biedt bij rijden onder invloed en grove

VR 2025/106 Aanrijding tussen auto en fietser. Verkeersaansprakelijkheid motorrijtuig.

Jurisprudentie

Op 10 april 2019 vond een aanrijding plaats tussen een fietsster en een bestelauto, bestuurd door B (verweerder 2). De fietsster liep hierbij ernstig letsel op. Haar zorgverzekeraar, Menzis, heeft de medische kosten vergoed en is gesubrogeerd in haar rechten. De bestelauto was verzekerd bij Achmea. Er is vastgesteld dat er geen sprake was van overmacht aan de zijde van B en dat het verkeersgedrag van de fietsster voor 75% aan het ontstaan van het ongeval heeft bijgedragen. Achmea heeft met de fietsster een minnelijke regeling getroffen waarbij 75% van haar schade werd vergoed. Menzis vorderde

VR 2024/80 Aanrijding trein en vrachtwagen, onrechtmatige daad, gevaarzetting, verhaalsvordering.

Jurisprudentie
Op 18 november 2016 vond er nabij Winsum een aanrijding plaats tussen reizigerstrein van Arriva en een vrachtwagencombinatie op de onbeveiligde overweg genaamd "Voslaan". De vrachtwagencombinatie werd bestuurd door een werknemer van Melkweg Fritom B.V. De trein, bestaande uit één treinstel, reed met een snelheid van 77 km/u en ontspoorde volledig als gevolg van de aanrijding. Van de ongeveer 50 reizigers raakten 18 personen gewond, waarvan 11 naar het ziekenhuis werden gebracht en 4 ernstig gewond waren. De bestuurder van de vrachtwagen raakte lichtgewond en zowel de trein als de

VR 2024/64 Een Tijdelijke Regeling die al meer dan 30 jaar bestaat

Artikel
Door deze tijdelijke regeling, de Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten (TRV), hebben regresnemers een beperkter verhaalsrecht dan slachtoffers. Wanneer iemand letsel oploopt, zijn er verschillende instanties die aan of ten behoeve van het slachtoffer betalingen doen zoals zorgverzekeraars (medische kosten), sociale uitvoeringsinstanties (arbeidsongeschiktheidsuitkeringen), gemeenten (Wmo) en ook werkgevers (loondoorbetaling). Indien een ander aansprakelijk is voor het letsel, kunnen die betalingen verhaald worden op de aansprakelijke partij of zijn verzekeraar. Dit heet regres. Door de TRV zijn de mogelijkheden om die betalingen te verhalen voor regresnemers beperkter dan voor het slachtoffer zelf. Dat komt omdat regresnemers door de TRV geen beroep kunnen doen op een groot aantal risicoaansprakelijkheden waar het slachtoffer wél een beroep op kan doen. Een regresnemer zal daardoor vaker met de schade blijven zitten terwijl de aansprakelijke partij er van profiteert dat hij die door de regresnemer vergoede schade niet zelf aan het slachtoffer hoeft te vergoeden. Voorbeeld: De werkgever ontvangt in het geval van een verkeersongeval wél schadevergoeding voor het door hem (verplicht) doorbetaalde loon. Maar in het geval van een ongeval veroorzaakt door een minderjarig kind kan dat niet, omdat de risicoaansprakelijkheid van ouders voor kinderen in het Nieuw BW is ingevoerd en voor een regresnemer (zoals de werkgever) is uitgesloten onder de TRV. In dat geval blijft de werkgever dus met zijn schade zitten.

VR 2024/57 Subrogatie. Zelfstandig wettelijk regresrecht. Doorwerking van billijkheidscorrectie.

Jurisprudentie

In januari 2017 vond er een ongeval plaats tussen scooterbestuurder A en bestuurder B van een bestelauto. A heeft de verzekeraar van B aansprakelijk gesteld voor de schade. B is afkomstig uit Duitsland en is tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij de Duitse verzekeraar Kravag. De schaderegelaar van Kravag in Nederland is Achmea Schadeverzekeringen N.V. Partijen werden het eens dat B voor 50% aansprakelijk is en er een billijkheidscorrectie van 25% ten gunste van A wordt toegepast. Nu A arbeidsongeschikt is geworden en een WIA-uitkering ontvangt, heeft het UWV Achmea

VR 2023/105 Regresvordering verzekeraar, langlopende letselschadezaak, verjaring.

Jurisprudentie

De zaak gaat over een elfjarige jongen, kind A, die na een sportevenement door een vrijwilliger van de Stichting Jong Nederland, persoon X, voor zijn huis werd afgezet en daarna werd aangereden door een auto. De bestuurder van de auto is verzekerd bij Achmea. Stichting Jong Nederland is verzekerd bij Reaal. Na onderhandelingen over de mate van eigen schuld is overeengekomen dat kind A 50% eigen schuld had en dat de andere 50% gelijkelijk door Achmea en Reaal zou worden betaald. In 2007 heeft Achmea de schulddeling ter discussie gesteld en heeft Reaal zich op het standpunt gesteld dat kind A

VR 2021/110 Val op voetpad; gemeente erkent aansprakelijkheid; gemeente niet aansprakelijk jegens verzekeraar voetganger.

Jurisprudentie
Mevrouw X is op 2 augustus 2013 gevallen op een voetpad in Rotterdam. Zij heeft hierbij letsel opgelopen. De gemeente (G) heeft naderhand vastgesteld dat het voetpad gebrekkig was en heeft aansprakelijkheid ex art. 6:174 BW erkend. G heeft de persoonlijke schade van X vergoed. X had ten tijde van het ongeval een ziektekostenverzekering bij V. Op grond van die verzekering heeft V de ongevalsgerelateerde ziektekosten van X vergoed. V vordert een verklaring voor recht dat G op grond van art. 6:162 BW gehouden is de schade van V als gevolg van de val van X te vergoeden.De kantonrechter is, anders