smartengeld

VR 2026/32 Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW

Artikel
Bijlage bij 'Begroting van smartengeld in beweging' Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW Aanbevelingen hanteren Rotterdamse Schaal Geldend vanaf 1 januari 2026 * * Zie: https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-proce… Inleiding In opdracht van de Raad voor de Rechtspraak hebben onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam een model beschreven om tot een meer eenduidige vaststelling van smartengeld te komen. Dit model, dat gebaseerd is op de Engelse (en Ierse)

VR 2026/31 Begroting van smartengeld in beweging,

Artikel
VR 2026-3 illustratie
In 1959 verscheen de eerste tabel van rechterlijke uitspraken over (de hoogte van) smartengeld in Verkeersrecht.1) In dat nummer lichtte de Delftse advocaat Th. L. van der Veen zijn eerste pogingen toe vanuit de gedachte dat bekendheid met andere uitspraken zowel voor rechters als voor partijen bij hun onderhandelingen kan bijdragen aan het vinden van een antwoord op de vraag wat in voorkomend geval een juist bedrag zou zijn.2) Het betrof een eenvoudige lijst van bijna 120 grotendeels niet gepubliceerde uitspraken met een rubricering naar letsel verdeeld over een 10-tal categorieën, vermelding van een aantal maatschappelijke omstandigheden (arbeidsongeschiktheid, ziekenhuisopname) en steeds vermelding van het beroep van het slachtoffer. Vijf jaar later verscheen de tweede, aanzienlijk langere lijst van circa 250 uitspraken waarvan een groot deel inmiddels gepubliceerd.3) De letselindeling bleef gelijk, werd iets uitgebreid en de rubricering binnen een categorie vond plaats naar volgorde van het toegewezen bedrag. Deze opzet is tot op heden niet losgelaten. Vanaf de derde druk in 1967 werden de uitspraken genummerd en vanaf de vierde druk in 1970 werd een inflatiecorrectietabel opgenomen. Het aantal uitspraken was inmiddels gegroeid tot ruim 500. De frequentie van de verschijning nam ook toe van eenmaal in de vijf jaar, naar om de drie jaar en vervolgens ieder jaar. Inmiddels is de 31e editie van de Smartengeldgids verschenen.

VR 2025/94 Deelgeschil. Verkeersongeval tussen fietser en auto. Letselschade. Recht op smartengeld.

Jurisprudentie

Op 19 september 2022 werd verzoekster X op haar racefiets aangereden door een auto die verzekerd was bij ZLM. Ze raakte ernstig gewond: zes ribben waren gebroken, vier van haar ruggenwervels waren beschadigd, en haar linkernier was zo ernstig beschadigd dat deze verwijderd moest worden. Vier maanden later kreeg ze ook klachten aan haar linkerschouder. Inmiddels is haar medische toestand stabiel, maar de gevolgen van het ongeluk blijven zwaar. ZLM heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend en partijen hebben de schaderegeling ter hand genomen. Ze kwamen overeen over bijna

VR 2025/90 Letselschade na verkeersongeval. Schadeomvang. Onjuist gebruik van het blokkeringsrecht.

Jurisprudentie

X is geboren in Italië en is al jaren woonachtig in Duitsland. Op 26 oktober 2020 werd hij in Nederland op zijn motor aangereden door een personenauto. Hij liep hierdoor ernstig letsel op, onder andere een klaplong en diverse botbreuken. Na enkele dagen werd hij overgeplaatst naar een ziekenhuis in Wesel (Duitsland) en werd hij daar geopereerd. De bestuurder van de personenauto had een WAM-verzekering bij Nh1816. De verzekeraar heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Als gevolg van het ongeval ondervindt X dagelijks veel pijn, ongemak en hinder. Sinds medio 2020 exploiteerde hij

VR 2025/69 Het bestaan en de schadeloosstelling van immateriële schade (in België)

Artikel
VR 2025 7/8 - illu
Dit artikel biedt een samenvatting van de bevindingen uit het doctoraal proefschrift van Victor Schollaert over het bestaan en de schadeloosstelling van morele schade in het Belgisch buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht. Het werpt nieuw licht op het begrip en de behandeling van morele schade in het aansprakelijkheidsrecht. Het biedt vooreerst een duidelijk kader om morele schade(posten) te begrijpen en te beoordelen. Verder innoveert het onderzoek door de schadeloosstelling van morele schade op te splitsen in een plicht tot herstel én een plicht tot compensatie. Dit onderzoek draagt bij aan een en meer theoretische consistente benadering van morele schade.

VR 2025/63 Whiplash na ongeval. Deskundigenonderzoek. Beoordeling verschillende schadeposten.

Jurisprudentie

In deze zaak draait het om letselschade na een ongeval, waarbij de centrale vraag is welke beperkingen het gevolg zijn van het ongeval en in hoeverre X recht heeft op aanvullende schadevergoeding. Deze uitspraak is lezenswaardig voor wat betreft de beoordeling van de verschillende schadeposten. De verzekeringsarts concludeert dat X lijdt aan een Whiplash Associated Disorder (WAD II), met beperkingen in nek- en schoudergebruik en lichte beperkingen in sociaal en persoonlijk functioneren, die zonder het ongeval niet zouden zijn ontstaan. De arbeidsdeskundige stelt vast dat X gedeeltelijk

VR 2025/32 Schadevergoeding. Opvolgende persoonlijke onderzoeken. Onrechtmatig verkregen bewijs.

Jurisprudentie

Op 29 september 2015 werd X van achteren aangereden door een auto. Aegon, de WAM-verzekeraar van de autobestuurder die X aanreed, had de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. X was vijf jaar lang in loondienst werkzaam als technisch adviseur c.q. rayonleider voordat hij in 2005 zelfstandig ondernemer in de spuitmachinebranche was geworden. Na het ongeval werkte hij ondanks medische beperkingen 15-20 uur per week. Anonieme tips over mogelijke fraude leidden niet tot onderzoek. In latere jaren ontving X leningen en waren er re-integratiepogingen. Er ontstonden financiële en medische

VR 2025/21 Aanrijding voetganger door auto met fatale gevolgen. Vordering smartengeld door erven.

Jurisprudentie

Op 31 augustus 2018 werd A, de moeder van de verzoekende partijen, op een zebrapad aangereden door een automobilist. A liep hierdoor ernstig letsel op waaronder hersenletsel, een verbrijzelde bovenarm, een gebroken linker sleutelbeen, dubbele beenbreuken en een verbrijzelde heupkom. Na een periode van ziekenhuisopname en verblijf in een verpleeghuis overleed zij. De verzekeraar van de automobilist, Euro Insurance, vertegenwoordigd in Nederland door Accident Management Services (AMS), heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Tijdens haar leven maakte A aanspraak op een vergoeding

VR 2025/20 Letselschade, whiplash, arbeidsongeschiktheid, aanvullend bedrag schadevergoeding, smartengeld.

Jurisprudentie

Op 26 oktober 2010 was X (eiseres) betrokken bij een verkeersongeval op de snelweg A2. Haar auto stond stil in een file toen een achteropkomende auto tegen haar achterkant botste. De bestuurder van die auto was verzekerd bij ASR, de aansprakelijkheid is erkend. Na het ongeval had X direct nekklachten en stijfheid. Neurologen diagnosticeerden een postwhiplashsyndroom. In juli 2013 werd X gezien bij een revalidatiearts. Vanwege aanhoudende klachten en druk op het werk nam ze een andere functie binnen het bedrijf aan. Na een beoordeling door het UWV in oktober 2013 werd X arbeidsongeschikt

VR 2025/18 Het belang van smartengeld voor slachtoffers

Artikel
VR 2025-2_illu
Als je slachtoffers van ernstige en blijvende personenschade vraagt naar de schade, dan beginnen ze als eerste over de immateriële gevolgen van het letsel. Het gaat dan over pijn, de klachten en beperkingen en het moeizame herstelproces, maar vooral over de fundamentele verandering die het letsel in het leven heeft teweeggebracht. Die gevolgen staan voor het slachtoffer centraal. De impact van het letsel is een olievlek, die zich uitbreidt van het dagelijks leven en werk, naar persoonlijke relaties, woonsituaties, et cetera. De kern van het leed is het verlies van autonomie en keuzevrijheid. Het leven kan niet meer worden geleefd zoals het slachtoffer dat wil leven. Het afhankelijk worden van anderen raakt een existentiële kernwaarde.