VR 2025/136 Annotatie bij HR 22-04-1969, VR 1969, 120
Op 9 september 2022 vond op een fietsoversteekplaats een aanrijding plaats tussen gedaagde en A, de partner van eiser. De fiets van gedaagde raakte beschadigd en hij liep letsel op. De verzekeraar van eiser erkende 50% aansprakelijkheid voor de letselschade. Het geschil draait om de materiële schade aan de auto van eiser. Eiser vordert betaling van schade aan zijn auto, expertisekosten, buitengerechtelijke kosten en proces- en nakosten met rente. Hij stelt dat A geen enkel verwijt treft en dat de fout van gedaagde onaannemelijk was. Als er geen overmacht was, stelt eiser dat het verkeersgedrag
De verdachte is als bestuurder van een auto in Duitsland onderworpen aan een drugsonderzoek, waarbij sporen van THC, MDMA en MDA in zijn bloed zijn aangetroffen. De Duitse politie heeft deze informatie gedeeld met de Nederlandse autoriteiten. Het CBR heeft besloten te onderzoeken of de verdachte beschikt over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van een motorrijtuig. De geldigheid van het rijbewijs van de verdachte is gelijktijdig geschorst. Tegen dit besluit is geen rechtsmiddel aangewend. Ondanks de schorsing zou de verdachte alsnog in zijn auto hebben
De appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing door het college van zijn verzoek om verkeersmaatregelen te nemen nabij zijn woning. De appellant pleit voor verlaging van de maximumsnelheid naar 30 km/u en een verbod op vracht- en landbouwverkeer vanwege geluidsbelasting en verkeersveiligheid. Het college had het verzoek afgewezen, onder meer vanwege de verkeersintensiteit en geldende CROW-normen, en omdat er geen ongevallen geregistreerd waren bij de woning van appellant. De Afdeling is van oordeel dat het college binnen zijn beoordelingsruimte is gebleven en voldoende heeft
De wederpartij (in de uitspraak: X; red. VR) heeft bezwaar gemaakt tegen de plaatsing van verkeerslichten door het college van burgemeester en wethouders van Waalre bij een fietsersoversteek. Het college meende dat voor het plaatsen van deze verkeerslichten geen verkeersbesluit nodig was, omdat het als een feitelijke handeling werd beschouwd. Het college verklaarde daarom het bezwaar van de wederpartij niet-ontvankelijk. De rechtbank was van oordeel dat het plaatsen van verkeerslichten volgens de WVW 1994 wel een verkeersbesluit vereiste. Dit omdat verkeerslichten worden beschouwd als
De verdachte heeft als bestuurder van zijn auto met een snelheid van 175 tot 184 km/u gereden waar 80 km/u was toegestaan, terwijl hij op een eenbaansweg probeerde in te halen. Dit resulteerde in een ernstig verkeersongeval waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opliep. De vraag is of dit gedrag van de verdachte kan worden aangemerkt als schuld in de zin van roekeloosheid. In deze zaak was de verdachte op de betreffende dag gestrest en boos, wat mogelijk invloed had op zijn rijgedrag. Verder was gebleken dat de verdachte eerder die avond ook al snelheden van meer dan 200 km/u had
DHL verzoekt om een vrijstelling van een aantal verkeersregels, zodat bezorgers mogen rijden en parkeren op plaatsen waar dat normaal niet is toegestaan. De minister weigert deze vrijstelling te verlenen, omdat de dienstverlening van DHL niet is aan te merken als een openbare of daarmee gelijk te stellen dienst. Deze vrijstelling is wel aan PostNL verleend. In geschil is of de minister hiermee in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld. De rechtbank oordeelt dat dit niet zo is. In tegenstelling tot DHL is PostNL door de minister aangewezen als universele postdienst (UPD). De
Het hof acht bewezen dat verdachte als bestuurder van een personenauto een verkeersongeval heeft veroorzaakt door roekeloos te rijden. Hij overschreed een dubbele doorgetrokken streep, reed met een hogere snelheid dan was verantwoord gezien de weersomstandigheden en heeft een andere auto aangereden. Hierbij is de passagier om het leven gekomen en heeft de bestuurder zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 5 jaren. Verdachte toonde eerder
De verdachte wordt verweten op een drukke zaterdagavond als bestuurder van een personenauto twee keer de toegestane snelheid te hebben gereden. Op enig moment is de verdachte in een slip geraakt en in de tegengestelde rijrichting terechtgekomen. Hij heeft daarbij een brommer aangereden en een fietser is ten val gekomen. De bestuurder van de brommer is om het leven gekomen en de fietser is gewond geraakt. De verdachte is na het ongeval doorgereden. Naar het oordeel van het hof is geen sprake van doodslag, nu de gedragingen van de verdachte niet aangemerkt kunnen worden als naar hun uiterlijke
In deze zaak is er bestuursdwang toegepast ter handhaving van een verkeersbord. Het verkeersbord in kwestie stond niet op de plaats waar het oorspronkelijk was geplaatst. Volgens de Raad van State is de feitelijke situatie ter plaatse doorslaggevend of handhavend kan worden opgetreden. In het belang van de rechtszekerheid en verkeersveiligheid moet een verkeersdeelnemer een verkeersbord opvolgen, ook al zou dit verkeersbord niet geplaatst zijn met inachtneming van de daarvoor geldende wetsvoorschriften.