Op 18 september 2016 is verzoekster samen met haar
zesjarige dochter op bezoek gegaan bij persoon A en diens vijfjarige zoon, die
woonden op een boerderij. Op een weiland, gelegen op een paar honderd meter
afstand van de boerderij, stonden toen twee paarden; een wit en een bruin
paard. Het bruine paard behoorde in eigendom toe aan verweerder. Na het
avondeten zijn de dochter en de zoon naar het weiland gelopen om de paarden een
appel te voeren.