De verdachte slaat met zijn personenauto linksaf om een parkeergarage in te rijden en verleent daarbij geen voorrang aan een tegemoetkomende motorrijder. De motorrijder botst tegen de auto van de verdachte en loopt diverse botbreuken op. Het hof spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, artikel 5 WVW 1994, maar acht de subsidiair tenlastegelegde overtreding van artikel 18 lid 1 RVV 1990 bewezen. Het hof stelt voorop dat niet iedere overtreding van een verkeersregel gevaar of hinder in de zin van artikel 5 WVW 1994 oplevert.