In 2020 overleed de vader van appellant (A) en geïntimeerde (X). Daarna volgde een ernstig conflict tussen hen over een hypotheek ten gunste van X. Beide ouders hadden hiervoor meegetekend en de situatie escaleerde op 11 december 2022 in aanwezigheid van hun destijds 87-jarige moeder. De politie werd hierbij ingeschakeld en sindsdien stond ook de verhouding tussen A en zijn moeder onder druk. Drie maanden later overleed de moeder. Zij had in haar testament X benoemd tot uitvaartexecuteur. X had A een rouwkaart gestuurd met informatie over de afscheidsdienst en de crematie.