zorgvuldigheidsnorm

VR 2026/45 Vergoeding van schokschade in medische kwesties na Hoogeveen

Artikel
1. Inleiding Hoe ver reikt het recht van een naaste op schadevergoeding wanneer hij met eigen ogen het plotselinge overlijden van een dierbare als gevolg van een medische fout waarneemt? Deze vraag staat centraal in de uitspraak van het UK Supreme Court in Paul and another v Royal Wolverhampton NHS Trust (hierna: Paul)1). Hierin wees het een vordering van twee dochters tot vergoeding van schokschade af. De dochters zagen hoe hun vader onverwachts ineenzakte en overleed aan een hartaanval. Veertien maanden eerder bezocht de vader het ziekenhuis wegens klachten aan zijn borst en kaak, maar de behandelend arts liet na om nader onderzoek te verrichten waardoor een onderliggende hartziekte onopgemerkt bleef. Volgens de meerderheid van het UK Supreme Court komt het geestelijk letsel dat de dochters opliepen door waarneming van het overlijden niet voor vergoeding in aanmerking. Deze terughoudende benadering staat in contrast tot de meer moderne koers die de Hoge Raad in 2022 insloeg in het Hoogeveen-arrest2). Daarin verlaat de Hoge Raad de harde vereisten uit Taxibus en introduceert hij een gezichtspuntenbenadering3). Opvallend genoeg ontbreekt – voor zover mij bekend – in de Nederlandse rechtspraak een uitspraak waarin deze gezichtspunten zijn toegepast op een medische aansprakelijkheidskwestie. Deze lacune vormde aanleiding om afgelopen jaar mijn afstudeerscriptie binnen de master privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen aan dit onderwerp te wijden. Deze bijdrage bevat een verkorte weergave daarvan en onderzoekt in hoeverre het Nederlandse recht naar aanleiding van Hoogeveen ruimte biedt voor de vergoeding van schokschade naar aanleiding van een medische fout. Evenals in mijn scriptie dienen hierbij de feiten uit Paul als referentiekader voor de toepassing van Hoogeveen op medische aansprakelijkheidszaken. Alvorens in de derde paragraaf tot deze toepassing over te gaan, bespreek ik in de volgende paragraaf het leerstuk van schokschade en de relevante ontwikkelingen hierin.

VR 2025/148 Aansprakelijkheid exploitant kermisattractie ‘Funhouse’ voor letsel kind.

Jurisprudentie

Op 16 juni 2010 bezocht X (verzoekster) met haar dochter en 3-jarige zoon de kermis in Nijkerk. In de zogenaamde ‘fun-house’ genaamd New York New York ging het mis. Haar zoon viel en kwam met zijn hand klem te zitten tussen de band en de vloer. De band bleef draaien, waardoor hij brandwonden en een gekneusde hand opliep. Hij werd geopereerd en kreeg een huidtransplantatie. X stelt de eigenaresse van de attractie aansprakelijk voor de schade. Uit onderzoek van de NVWA bleek dat er meerdere ongevallen met kinderen waren geweest en dat de attractie niet voldeed aan veiligheidsvoorschriften. Er

VR 2023/107 Door storm omgevallen schrikhek. Aansprakelijkheid gemeente als wegbeheerder. Geen eigen schuld bestuurder.

Jurisprudentie

Op maandag 11 maart 2019 vonden omstreeks 6 uur 's ochtends twee afzonderlijke, maar vrijwel identieke ongevallen plaats. Daarbij zijn kort na elkaar twee scooterrijders tegen een omgevallen schrikhek aangereden en ten val gekomen. Scooterrijder A heeft hoofdletsel opgelopen en enkele maanden in het revalidatiecentrum verbleven. Scooterrijder B is aan zijn verwondingen overleden. A was verzekerd bij DSW. DSW voldoet de zorgkosten van A. DSW vordert betaling van die zorgkosten, groot € 155.582,55, van de gemeente, omdat de gemeente als wegbeheerder op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk zou

VR 2022/75 Val bij deelname aan hindernissenparcours; kelderluikcriteria; organisator aansprakelijk.

Jurisprudentie
In 2016 neemt A deel aan het evenement "Venlostormt". Tijdens dit evenement leggen deelnemers een parcours met diverse hindernissen af. Tijdens het afleggen van het parcours moet A op enig moment vanuit de Maas een houten trapje opklimmen naar een steiger, waar zij vervolgens weer vanaf moet klimmen via ijzeren steigerbuizen. De voet van A glijdt weg vanaf de bovenste ijzeren buis die zich bevindt op een hoogte van anderhalf à twee meter vanaf de grond. A valt en loopt letsel op aan haar staart-/heiligbeen en voet. A verzoekt een verklaring voor recht dat de organisator van Venlostormt (B)

VR 2021/64 Ongeval kleuter schoolplein; school niet aansprakelijk.

Jurisprudentie
Een leerling (A) uit groep 1 is een ongeval overkomen tijdens de pauze op het schoolplein. Tijdens deze pauze bevonden zich ongeveer 50 leerlingen tussen de 4-6 jaar op het schoolplein. Twee leerkrachten hielden toezicht. Met twee klasgenootjes (E en F) was A aan het spelen bij een knikkertegel. Op ongeveer twee meter van de knikkertegel bevond zich een putdeksel. Op enig moment hielden E en F de putdeksel vast, terwijl A keek of er nog knikkers onder lagen. Toen E zag dat er geen knikkers onder lagen, gooide hij de putdeksel dicht. Daarbij is de putdeksel op de rechterpink van A

VR 2021/14 11-jarige valt uit boom tijdens schooluitje; school niet aansprakelijk.

Jurisprudentie
In 2016 is de 11-jarige X een ongeval overkomen tijdens een basisschooluitje. Ter viering van Koningsdag vertrok X met zijn school naar de Loonse en Drunense duinen voor de zogeheten Koningsspelen in de duinpan. X heeft op enig moment na de lunch de duinpan verlaten, waarna hij in een boom is geklommen en van een hoogte van 5 meter naar beneden is gevallen. X heeft hierbij een ruggenwervel gebroken en "licht traumatisch hersenletsel" opgelopen. De ouders van X spreken de school aan voor de schade die X door het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. De vraag ligt voor of de school aan haar

VR 2021/07 Vrijwilliger valt uit kerstboom; dwarslaesie; vrijwilligersorganisatie aansprakelijk.

Jurisprudentie
Vrijwilliger A van stichting B is een ongeval overkomen bij het plaatsen van een kerstboom in zijn dorp. De kerstboom, een blauwspar van 6 meter hoog, werd ter beschikking gesteld door de buurman van A. De boom bevond zich nog in diens tuin en moest eerst worden omgezaagd, voordat deze op het dorpsplein kon worden geplaatst. A was samen met bestuursleden/vrijwilligers van B ter plaatse gegaan om de boom om te zagen. A is met behulp van een zetje de boom ingeklommen om het trektouw om de stam van de boom te binden teneinde de boom bij de val te kunnen leiden. Toen A zich op 3,5 meter hoogte

VR 2019/83 Optillen van persoon na avondje stappen: onrechtmatige daad
of ongelukkige samenloop van omstandigheden?

Jurisprudentie
In de nacht van 31 juli op 1 augustus 2017 heeft verzoekster op vakantie te Burgas (Bulgarije) een uitgaansgelegenheid bezocht. Daar heeft zij verweerder gesproken die eveneens met enkele Nederlandse vrienden op vakantie te Burgas verbleef. Omstreeks 03.30 uur - tijdens de wandeling naar het hotel - heeft verweerder verzoekster van achteren benaderd en opgetild en is hij met haar weggerend en ten val gekomen. Als gevolg van deze val heeft verzoekster een complexe (drievoudige) enkelbreuk opgelopen. Verzoekster vordert aansprakelijkheid van verweerder voor alle geleden en te lijden materiële en

VR 2019/59 Schietpartij Alphen aan den Rijn; aansprakelijkheid
toezichthouder; relativiteit; redelijke toerekening.

Jurisprudentie
Op zaterdag 9 april 2011 heeft X in en rond het winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn met vuurwapens op mensen geschoten, waarbij zes mensen zijn gedood en zestien mensen gewond zijn geraakt. X heeft daarna zelfmoord gepleegd. Appellanten zijn onder meer slachtoffers en nabestaanden van slachtoffers. Deze procedure gaat over de vraag of de Politieregio, de instantie die X een wapenvergunning heeft verstrekt, aansprakelijk is voor de door X veroorzaakte schade. Daarbij komen drie elementen aan de orde: - Onrechtmatigheid (art. 6:162 BW);- Relativiteit (art. 6:163 BW);- Causaal

VR 2018/133 Aansprakelijkheid wegbeheerder; botsing met wegbarricade;
descente.

Jurisprudentie
Tussenuitspraak 22 februari 2017 (ECLI:NL:OGEAA:2017:115): ten behoeve van een festival heeft X toestemming gekregen van het Land Aruba (hierna: het Land) om een weg af te sluiten door middel van een mobiele wegbarricade, die onder toezicht van de politie is geplaatst. De barricade stond op enige afstand van een kruising met verkeerslichten. Ter plaatse gold een maximumsnelheid van 80 km/u. Op 5 september omstreeks 23.20 uur reed eiser in de richting van de kruising. De verkeerslichten stonden op groen, zodat hij met onverminderde snelheid is doorgereden. Daarbij is hij in botsing gekomen