Zoeken

22 resultaten gevonden

  1. VR 2020/155 Parkeren. Onderbord 'alleen elektrische voertuigen'.

    Jurisprudentie
    De verdachte heeft zijn elektrisch aangedreven voertuig geparkeerd op een plaats waar een parkeerverbod gold (bord E4). Het voertuig werd niet opgeladen. De tekst op het onderbord bij het bord E4 hield in “alleen elektrische voertuigen". Dat de bestuurder van een elektrisch voertuig slechts op die parkeergelegenheid mag parkeren als het voertuig wordt opgeladen, is op het onderbord echter niet aangegeven. Nu een andere wijze van parkeren evenmin is voorgeschreven, kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
  2. VR 2020/156 Parkeerverbod. Uitgezonderde categorie. Onderbord "alleen voor autodate".

    Jurisprudentie
    Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd voor: “Parkeren op parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde”.Artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d sub 1 RVV 1990 bepaalt dat de bestuurder zijn voertuig niet mag parkeren op een parkeergelegenheid voor zover zijn voertuig niet behoort tot de op het bord of op het onderbord aangegeven voertuigcategorie of groep voertuigen. Het bord dat hier wordt bedoeld is het bord E8 uit bijlage 1 bij het RVV 1990.Ter plaatse staat een bord E9 als bedoeld in
  3. VR 2020/157 Stilstaan langs gele streep. Wettelijke grondslag. Sanctie.

    Jurisprudentie
    De betrokkene wordt verweten dat zij geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een verbod inhoudt (artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)). Volgens vaste jurisprudentie van het hof staat het niet ter beoordeling van de weggebruiker of een verkeersteken overeenkomstig de voorschriften - daaronder te begrijpen: overeenkomstig een geldig verkeersbesluit - en terecht is geplaatst. Dat is slechts anders in het geval de situatie klaarblijkelijk zo afwijkend is van die waarop het verkeersteken betrekking heeft, dat bij gevolg geven aan dat teken de
  4. VR 2020/158 Dood door schuld. Mate van schuld. Inhalen. Maximumsnelheid.

    Jurisprudentie
    De verdachte, die bekend was met de betekenis van bedoelde dubbele doorgetrokken streep, heeft een ernstige verkeersfout gemaakt door in strijd met het ter plaatse geldende verbod de voor hem rijdende Toyota te gaan inhalen en daarbij de dubbele doorgetrokken streep te overschrijden en met de door hem bestuurde personenauto (deels) op de weghelft voor het hem tegemoetkomende verkeer te gaan rijden.Deze gedraging is op zichzelf al laakbaar, maar is extra onvoorzichtig, aangezien de verdachte naar eigen zeggen, voordat hij de voor hem rijdende Toyota ging inhalen, had gezien dat er op de andere
  5. VR 2020/159 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Mate van schuld. Rijden onder invloed. Straf.

    Jurisprudentie
    De verdachte heeft onder invloed van alcohol een auto bestuurd, is zonder aanwijsbare oorzaak op de verkeerde weghelft terecht gekomen en heeft een frontale aanrijding veroorzaakt. Deze omstandigheden, in samenhang bezien, leiden tot het oordeel dat de verdachte zich als verkeersdeelnemer 'aanmerkelijk onvoorzichtig' heeft gedragen. Het hof acht voorts bewezen dat verdachte door het gebruik van alcohol niet tot behoorlijk sturen in staat moest worden geacht zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de WVW 1994. Bij het ongeval hebben de slachtoffers zwaar lichamelijk letsel opgelopen
  6. VR 2020/160 Kop-staartbotsing. Dood door schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend.

    Jurisprudentie
    De verdachte botste met de door hem bestuurde auto op een stilstaande auto bij de ingang van de Wijkertunnel, waardoor de bestuurder van de laatste auto om het leven kwam. Het rood uitstralende dan wel geel knipperende verkeerslicht voor de ingang van de Wijkertunnel moet gedurende langere afstand en tijd zichtbaar zijn geweest voor de verdachte, evenals de auto van het slachtoffer, die was afgeremd voor voornoemd verkeerslicht en (nagenoeg) stilstond voor de stopstreep.De verdachte heeft op deze voor hem waarneembare waarschuwing en op zijn afremmende of stilstaande voorganger in het geheel
  7. VR 2020/161 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Mate van schuld. Straf.

    Jurisprudentie
    De verdachte is de rotonde opgereden via een weghelft die bedoeld was voor het verkeer van de tegengestelde richting en is zonder te stoppen voor de haaientanden de rotonde vlot overgereden (eigen waarneming van de beelden door het hof ter terechtzitting in hoger beroep). Daarbij heeft hij zijn snelheid niet aangepast aan de onoverzichtelijke en drukke situatie ter plaatse en is hij zonder oplettend te zijn of er zich verkeer bevond op de rotonde met diezelfde snelheid rechtsaf geslagen zonder richting aan te geven en zonder voorrang te geven aan de op de rotonde rijdende fietsster. Met dit
  8. VR 2020/162 Dood door schuld? Politie. Aanvaardbaar risico. Afwezigheid van alle schuld.

    Jurisprudentie
    De verdachte rijdt op een voorrangsweg met een politievoertuig zonder optische en/of geluidssignalen met een snelheid van ca. 80 km/u binnen de bebouwde kom waar een maximumsnelheid gold van 50 km/u. Hij is op weg naar een op heterdaad ontdekte inbraak. Volgens de Brancherichtlijn Verkeer Politie 2014 mag hij niet harder rijden dan met een snelheid van maximaal 40 km/u boven de ter plaatse geldende maximumsnelheid. Op een fietsoversteekplaats botst hij op een overstekende fietser die geen licht voert. Het is donker. Ter plaatse brandt straatverlichting. De fietser overlijdt aan de gevolgen van
  9. VR 2020/163 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Doorrijden na ongeval. Strafmaat en mediation.

    Jurisprudentie
    De verdachte, bestuurder van een personenauto, was al rijdend zoekende naar een asbak, waarvan hij dacht dat die misschien bij of onder de rechter passagiersstoel was gevallen. In plaats van goed op de weg te letten, was hij daarmee bezig. Dit heeft er toe geleid dat hij op de verkeerde weghelft is beland, waar op dat moment het slachtoffer, mevrouw X, aan het oversteken was. Vervolgens heeft de aanrijding met haar plaatsgevonden. Het letsel dat mevrouw X hieraan heeft overgehouden kwalificeert de rechtbank, gezien de aard, de ernst en de langdurigheid van het herstel ervan, als zwaar
  10. VR 2020/164 Letselschade door afgebroken boomtak; kelderluikcriteria; gemeente aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    Op een windstille zomerdag in juli 2015 is A een ongeluk overkomen. Zij stond met anderen te wachten bij de opstaplocatie van een fluisterboot, toen een hoofdtak van een grote kastanjeboom afbrak en op haar terechtkwam. Bij dit ongeval heeft A ernstig letsel opgelopen. A stelt de gemeente (B) als eigenaar van de boom op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) aansprakelijk voor de schade die zij door het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. Volgens A heeft B de boom onvoldoende onderhouden en gecontroleerd, waardoor B een gevaarlijke situatie in het leven heeft geroepen. Het hof stelt
  11. VR 2020/165 Verkeersongeval; motorfiets op fietsstrook; open portier geparkeerde auto; autobestuurder aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    A is een verkeersongeval overkomen. Hij reed op een motorfiets op een weg met aan de rechterzijde een fietsstrook met onderbroken streep. Aan de rechterzijde van de fietsstrook bevonden zich (gehandicapten)parkeervakken. B stond in een van die parkeervakken geparkeerd met een auto. Enkele meters verder van dat parkeervak was een kruising met verkeerslichten. Voor de verkeerslichten (die op rood stonden) stond een andere auto te wachten. A wilde bij de kruising rechtsaf slaan. Bij het naderen van de kruising is hij op de fietsstrook gaan rijden. Toen A ter hoogte van de geparkeerde auto van B
  12. VR 2020/166 Ski-ongeval Zwitserland; art. 15 EVEX II; Nederlandse rechter niet bevoegd.

    Jurisprudentie
    In 2010 is A een ski-ongeval overkomen op een skipiste in Zwitserland. Op een plek waar de piste met een bocht naar links gaat, is A rechtdoor geskied en van de piste gevallen. Hierbij heeft A ernstig letsel opgelopen. Vaststaat dat A een skipas had gekocht bij de exploitant van het skigebied (B). A stelt B aansprakelijk voor de schade die hij als gevolg van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. De vraag ligt voor of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.Het hof stelt voorop dat het ambtshalve gehouden is te onderzoeken of de Nederlandse rechter
  13. VR 2020/167 Ongeval opgevoerde snorfiets en auto die geen voorrang verleent; 30% eigen schuld snorfietser.

    Jurisprudentie
    Automobilist (B) is uit een uitrit een fietspad opgereden dat parallel loopt aan de weg waar de uitrit op uitkomt. Op dat moment kwam snorfietser (A) van links op het fietspad aangereden. Nadat A de auto van B heeft opgemerkt, heeft hij geremd en daarbij is hij, zonder de auto te raken, gevallen. Als gevolg van dit ongeval heeft A ernstig letsel opgelopen. De snorfiets was opgevoerd tot 57 km/uur. A vordert dat het hof voor recht verklaart dat B en zijn WAM-verzekeraar (C) volledig aansprakelijk zijn voor de door hem geleden schade. Tussen partijen staat vast dat B en C aansprakelijk zijn voor
  14. VR 2020/168 Duw tijdens weerbaarheidstraining; medecursist aansprakelijk; geen eigen schuld.

    Jurisprudentie
    In 2014 nam A deel aan een weerbaarheidstraining. Deze training bestond onder meer uit de oefening 'Sterk weglopen', waarbij een cursist een andere cursist tegen de schouder of borst moest duwen, waarna de andere cursist enkele stappen naar achteren moest doen en daarna rustig moest weglopen. A heeft de oefening uitgevoerd met medecursist B, waarbij B de rol van pester/duwer had. B heeft A geduwd en A is vervolgens achterover gevallen, waarbij zij twee gebroken polsen en een gekneusd stuitje heeft opgelopen. A stelt dat B onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en vordert dat het hof voor
  15. VR 2020/169 Vuurwerkongeval in bedrijfskantine; 90% eigen schuld.

    Jurisprudentie
    In 2010 is A een vuurwerkongeval overkomen tijdens een afscheidsfeest in een bedrijfskantine. A heeft in de kantine een stuk illegaal vuurwerk aangestoken. A slaagde er niet in het vuurwerk tijdig door het raam naar buiten te gooien, waardoor het in zijn hand is geëxplodeerd. Door de explosie is A een groot deel van zijn hand verloren. B, een collega van A, had het stuk vuurwerk mee naar binnen gebracht. C, een vriend van B, had het stuk vuurwerk naar het afscheidsfeest meegenomen en buiten aan B afgegeven. A spreekt C aan tot vergoeding van de schade die hij door het vuurwerkongeval heeft
  16. VR 2020/170 Ongeval tramconducteur: werkgeversaansprakelijkheid?

    Jurisprudentie
    De stilstaande tram waarin appellant werkzaam was, is aangereden door een andere tram. Appellant viel daardoor op de grond. Appellant was destijds in dienst bij Securitas en werd door Securitas ter beschikking gesteld aan de Rotterdamse RET. Na het ongeval wordt appellant arbeidsongeschikt verklaard door het UWV. Appellant stelt Securitas aansprakelijk voor het ongeval en de gevolgen op grond van art. 7:658 BW) en wegens het betrachten van onvoldoende nazorg door het niet erkennen van aansprakelijkheid door Securitas (art. 7:611 BW). Het beroep op art. 7:658 BW faalt, omdat Securitas aan haar
  17. VR 2020/171 Aanrijding tram en voetganger; belsignaal; rijsnelheid; eigen schuld.

    Jurisprudentie
    In 2015 heeft in Amsterdam op de De Clercqstraat een aanrijding plaatsgevonden tussen een voetganger (A) en een tram. De tram naderde een tramhalte met een stoeplengte van ongeveer 50 meter, gelegen te midden van de rechter- en linkerbaan van de straat. Op 50 meter vóór het begin van de tramhalte zag de trambestuurder (B) dat A uit een zaak gelegen aan de rechterkant van de straat kwam en de rechterbaan overstak. A wilde vervolgens ook de tramhalte, de tramrails en de linkerbaan oversteken, waar twee mannen op haar wachtten in een aldaar geparkeerde auto. Toen A aangekomen was op de tramhalte
  18. VR 2020/172 Letselschade; medische noodzaak verhuizing; eisen en wensen benadeelde.

    Jurisprudentie
    In 2015 is A op zijn scooter aangereden door een auto die tegen wettelijke aansprakelijkheid was verzekerd bij B. Hierbij is de linker heup van A verbrijzeld. Bij een daarop volgende heupoperatie is een zenuwbeschadiging opgetreden, waardoor A een deel van zijn linkerbeen niet meer voelt en hij zijn linkervoet niet goed kan optillen. Als gevolg van deze beperking heeft A in 2017 zijn evenwicht verloren op de trap, waardoor hij is gevallen. A kan hierdoor niet meer zitten en hij brengt zijn dagen liggend door. B heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval (en de daarop volgende
  19. VR 2020/173 Politieachtervolging; schade aan politieauto; verdachte aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    A heeft, toen hij in zijn bestelauto reed, een stopteken van de politie genegeerd. In een daarop volgende achtervolging heeft een surveillancewagen van de politie tegen de achterzijde van bestelauto geramd met als doel hem te laten stoppen en te kunnen aanhouden. Bij deze actie is autoschade ontstaan aan de surveillancewagen. De gevolmachtigde van de WAM-verzekeraar van de bestelauto (B) heeft deze schade aan de politie vergoed. In deze procedure vordert B dat A het bedrag dat B aan de politie heeft uitgekeerd aan B betaalt.De kantonrechter overweegt dat A jegens de politie onrechtmatig heeft
  20. VR 2020/174 Verkeersongeval; whiplash; geen recht op aanvullend voorschot.

    Jurisprudentie
    A is op 20 november 2018 een verkeersongeval overkomen, waarbij een verzekerde van NN achterop de auto van A is gereden. NN heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. A heeft de dag na het ongeval zijn huisarts bezocht. Een neuroloog heeft later geconstateerd dat A lijdt aan een whiplashtrauma. Een psycholoog heeft bij A daarnaast een depressie en PTSS vastgesteld. A heeft na het ongeval niet meer gewerkt. NN heeft reeds een voorschot van € 27.300 aan A uitgekeerd. A vordert in dit kort geding een aanvullend voorschot. De kantonrechter overweegt dat uit een door NN overgelegd medisch

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!