Zoeken

25 resultaten gevonden

  1. VR 2026/099 Nul-emissiezone, verkeersbesluit, bedrijfs- en vrachtauto’s, milieubelang, evenredigheid

    Jurisprudentie
    Het college stelt een verkeersbesluit vast voor invoering van een nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s binnen de stadsring. Ondernemers op het bedrijventerrein binnen deze zone voeren aan dat het milieueffect onvoldoende duidelijk is en dat hun bedrijventerrein, net als een ander bedrijventerrein, van de zone had moeten worden uitgezonderd. De Afdeling stelt voorop dat het college beoordelingsruimte heeft bij het bepalen van welke verkeersmaatregelen nodig zijn ter bescherming van onder meer milieubelangen, en beleidsruimte bij afweging van betrokken belangen. De Afdeling oordeelt
  2. VR 2026/100 Wijziging geregistreerde CO2-uitstoot. Interne werkwijze RDW om hoogste waarde uit range van Europese typegoedkeuring te kiezen – zonder ruimte voor tegenbewijs –in strijd met geharmoniseerde stelsel van de Europese typegoedkeuring.

    Jurisprudentie
    Appellante heeft een voertuig vanuit Spanje ingevoerd en voor registratie bij de RDW een Spaans kentekenbewijs overgelegd waarop geen CO2-uitstoot was vermeld. De RDW heeft daarop aan de hand van de Europese typegoedkeuringsdatabase de hoogste waarde uit de daarin opgenomen bandbreedte geregistreerd (144 gr/km). Op basis daarvan heeft de Belastingdienst een naheffingsaanslag opgelegd, omdat appellante een lagere uitstoot had opgegeven. Het verzoek van appellante om wijziging van de geregistreerde CO2-uitstoot naar 135 gr/km, onder verwijzing naar zeventig vergelijkbare voertuigen met dezelfde
  3. VR 2026/101 Wijziging geregistreerde CO2-uitstoot. Interne werkwijze RDW strijdig met EU-recht. Niet gelukt aannemelijk te maken dat geregistreerde CO2-uitstoot onjuist is.

    Jurisprudentie
    Appellante heeft een voertuig vanuit Polen ingevoerd naar Nederland. Op het Poolse kentekenbewijs stond wel de Europese typegoedkeuring, maar geen CO2-uitstoot vermeld. De RDW heeft daarop de typegoedkeuring ingevoerd in een Europese database en de hoogste waarde uit de daaruit volgende range gekozen, waardoor een CO2-uitstoot van 177 gr/km in het kentekenregister werd opgenomen. Nadat appellante een naheffingsaanslag van de Belastingdienst had ontvangen, verzocht zij de RDW op grond van artikel 43e WVW 1994 om wijziging van de geregistreerde uitstoot naar 158 gr/km. Ter onderbouwing verwees
  4. VR 2026/102 Geregistreerde CO2-uitstoot te hoog. Wijzigingsverzoek. Referentielijst met 188 gelijksoortige voertuigen. Onzorgvuldige voorbereiding RDW. Hoger beroep gegrond.

    Jurisprudentie
    Appellant heeft een voertuig vanuit Tsjechië ingevoerd naar Nederland. Op het Tsjechische kentekenbewijs stond een onvolledige Europese typegoedkeuring vermeld en was geen vermelding van de CO2-uitstoot opgenomen. De RDW heeft vervolgens zelf de CO2-uitstoot berekend volgens de Scandinavische rekenmethode, waardoor een CO2-uitstoot van 186 gr/km in het kentekenregister werd opgenomen. Omdat de geregistreerde CO2-uitstoot volgens appellant onjuist is, verzocht hij de RDW op grond van art. 43e WVW 1994 om wijziging van de geregistreerde uitstoot naar 141 gr/km. Ter onderbouwing heeft appellant
  5. VR 2026/103 CVO leidend voor CO2-uitstoot. RDW moet registratie aanpassen.

    Jurisprudentie
    De RDW heeft de CO2-uitstoot van de uit Zwitserland ingevoerde auto op 297 gr/km vastgesteld met behulp van de Scandinavische rekenmethode vanwege het ontbreken van een eerdere registratie in de Europese Unie. De wederpartij overlegde later alsnog een certificaat van overeenstemming (CVO) van de fabrikant, waarop een uitstoot van 243 gr/km stond vermeld en vroeg om aanpassing van de waarde in het kentekenregister. De RDW weigerde dit omdat het voertuig eerst opnieuw gecontroleerd zou moeten worden. De Raad van State oordeelt echter dat een CVO het officiële brondocument is voor de CO2-uitstoot
  6. VR 2026/104 Administratieve sanctie bromfiets, helm, misbruik van recht, beroep niet-ontvankelijk.

    Jurisprudentie
    Betrokkene werd op 29 oktober 2023 staande gehouden door een verbalisant terwijl hij reed op een bromfiets zonder goedgekeurde helm. Op basis hiervan werd een administratieve sanctie van € 100,- opgelegd. Tegen deze sanctie maakte hij bezwaar, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter. De kantonrechter overweegt dat misbruik van recht kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van een beroep, bijvoorbeeld wanneer het duidelijk kansloos is of wordt ingesteld met een ander doel dan waarvoor het bedoeld is. Uit het
  7. VR 2026/105 Ne bis in idem niet van toepassing in Mulderzaken. Overschrijding redelijke termijn.

    Jurisprudentie
    Aan betrokkene was een verkeersboete van € 289,- opgelegd wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op de weg. Betrokkene voerde aan dat sprake was van dubbele bestraffing in strijd met het ne bis in idem-beginsel, omdat voor dezelfde gedraging ook een andere sanctie was opgelegd. Daarnaast werd een beroep gedaan op overschrijding van de redelijke termijn en verzocht betrokkene om een proceskostenvergoeding. De kantonrechter oordeelde dat het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing is binnen de Wahv. Ten tijde van de gedraging was slechts de Aanwijzing administratiefrechtelijke
  8. VR 2026/106 Duocontrole toegestaan. Rijden met mobiel apparaat in de hand. Sanctie door staandehoudende verbalisant geldig.

    Jurisprudentie
    Verbalisant 1 constateerde dat betrokkene tijdens het rijden een mobiel apparaat vasthield en gaf dit door aan verbalisant 2, die een boete oplegde. Volgens betrokkene is deze werkwijze in strijd met artikel 3 lid 2 Wahv, omdat verbalisant 2 de gedraging niet zelf heeft vastgesteld. Ook stelt hij dat hij niet een mobiel apparaat, maar een afstandsbediening vasthield. Het hof oordeelt dat een redelijke wetsuitleg meebrengt dat de sanctie ook door de ambtenaar die de staandehouding verricht mag worden opgelegd, mits de waarnemingen in het proces-verbaal worden opgenomen. Daaraan is voldaan
  9. VR 2026/107 Door rood rijden, detectielussen registreren scooter niet, opleggen sanctie niet billijk.

    Jurisprudentie

    Aan betrokkene is een Wahv-sanctie van € 190,- opgelegd omdat hij met een bromscooter is doorgereden bij een rood driekleurig verkeerslicht. Betrokkene erkent dat hij door rood is gereden, maar voert aan dat de detectielussen in de weg zijn scooter niet registreerden, waardoor het verkeerslicht niet op groen sprong. Hij stelt dat hij ongeveer drie minuten heeft gewacht en pas is doorgereden toen het fietsverkeerslicht voor rechtdoor groen was en geen ander verkeer aanwezig was. Het hof acht aannemelijk dat de detectielussen de scooter niet registreerden en dat het verkeerslicht daardoor niet

  10. VR 2026/108 Door rood rijden met fiets, verkeerslicht ook bestemd voor fietsers, sanctie terecht.

    Jurisprudentie

    Aan betrokkene is een Wahv-sanctie van € 120,- opgelegd omdat hij met de fiets is doorgereden bij een rood driekleurig verkeerslicht. Betrokkene erkent dat hij door rood is gereden, maar stelt dat dit verkeerslicht alleen voor automobilisten gold. Volgens hem stond iets verderop een apart fietsersverkeerslicht op groen en mocht hij daarom doorfietsen. Hof oordeelt dat het rode verkeerslicht ook voor fietsers gold. Het verkeerslicht gold voor verkeer vanuit de richting waar betrokkene vandaan kwam, waaronder fietsers. Dat blijkt mede uit de fietsruimte op het wegdek, de stopstreep vóór het

  11. VR 2026/109 Snelheidsmeting drie voertuigen tegelijkertijd. Niet expliciet verboden. Gelijkblijvende tussenafstand. Geldige meting.

    Jurisprudentie

    Aan betrokkene was een sanctie van € 436,- (gematigd tot €327,- door de kantonrechter wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg) opgelegd wegens een snelheidsovertreding van 36 km/u op de autosnelweg. De gemachtigde stelt dat de snelheidsmeting ongeldig was, omdat de ambtenaar drie voertuigen tegelijk had gemeten en onduidelijk was welk voertuig precies was gemeten. Het hof verwerpt dit verweer. Het hof overweegt dat noch uit de wet, noch uit jurisprudentie blijkt dat het gelijktijdig meten van meerdere voertuigen niet is toegestaan. Uit het zaakoverzicht

  12. VR 2026/110 Artikel 5a WVW 1994, politieachtervolging, ernstige verkeersschending, voorzienbaar gevaar.

    Jurisprudentie
    Verdachte rijdt tijdens een politieachtervolging ’s avonds laat in een bedrijfsauto/bakwagen met gedoofde lichten en zeer hoge snelheden door een woonwijk. Daarbij rijdt hij met snelheden tussen ongeveer 70 en 120 km/u op wegen waar grotendeels een maximumsnelheid van 30 km/u geldt. Op het wegdek liggen sneeuw en ijzel. Verdachte rijdt door smalle straten, rakelings langs geparkeerde voertuigen, over een voetpad en door een park waar voetgangers aanwezig zijn. Ook rijdt hij op een dienstvoertuig af. Hij komt uiteindelijk tegen een appartementencomplex tot stilstand. Het hof toetst het
  13. VR 2026/111 Bloedonderzoek als bedoeld in artikel 8 lid 5 WVW 1994, kennisgeving uitslag, recht op tegenonderzoek, strikte waarborg, vrijspraak.

    Jurisprudentie
    Verdachte wordt vervolgd voor rijden onder invloed van alcohol en cannabis. Het hof stelt voorop dat bloedonderzoek alleen als onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 WVW 1994 geldt als de strikte wettelijke waarborgen zijn nageleefd. Daartoe behoort schriftelijke kennisgeving van uitslag bloedonderzoek en recht op tegenonderzoek. Niet kan worden vastgesteld dat die kennisgeving daadwerkelijk aan verdachte is verzonden. Het proces-verbaal vermeldt alleen dat uitslag later wordt toegevoegd en nagezonden. Afschrift van brief met uitslag bewijst verzending niet. Ook aanvullend proces-verbaal over
  14. VR 2026/112 Openen portier. 13-jarige fatbiker komt ten val. Lichamelijk letsel door schuld.

    Jurisprudentie
    Verdachte – bezorger in dienst van een bakkerij – parkeerde zijn voertuig in een flauwe bocht om een bestelling af te leveren. Vervolgens opende hij de deur om uit te stappen en reed een 13-jarig kind op een fatbike tegen het portier aan, met als gevolg ernstig hoofdletsel. De verdachte wordt verweten dat door zijn schuld het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het hof onderzoekt eerst of de verdachte op het moment van het openen van het portier nog is aan te merken als bestuurder. Die vraag beantwoordt het hof bevestigend. Het hof overweegt dat voor een bewezenverklaring van
  15. VR 2026/113 Schuld in de vorm van roekeloosheid. Kijken naar samenstel van gedragingen. Niet enkel de primaire oorzaak relevant.

    Jurisprudentie
    Verdachte veroorzaakte een dodelijk verkeersongeval door gedurende langere tijd opzettelijk ernstige verkeersovertredingen te begaan. Hij reed met een snelheid van ongeveer 132 km/u waar 70 km/u was toegestaan, haalde rechts in, reed door rood licht en naderde het kruispunt waar het ongeval plaatsvond. In eerste aanleg is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, met aftrek van voorarrest en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vijf jaar met aftrek overeenkomstig artikel 179 WVW 1994. Namens de verdachte en door de officier van
  16. VR 2026/114 Behoud militair rijbewijs ondanks rijden onder invloed. Zwaarwegende militaire belangen. Civiel rijbewijs blijft ingehouden.

    Jurisprudentie
    Klager is militair chauffeur bij de Koninklijke Landmacht. Het rijbewijs van klager is op 3 januari 2026 ingevorderd omdat het alcoholgehalte in zijn adem hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht (710 microgram). De officier heeft besloten het rijbewijs onder zich te houden tot en met 2 juli 2026. Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs, omdat klager het rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk bij defensie. Zijn eenheid neemt op korte termijn deel aan een belangrijke oefening in Duitsland en klager is de enige die het voertuig kan besturen. Tevens
  17. VR 2026/115 Aanrijding voetgangster op zebrapad. Zwaar lichamelijk letsel. Zwaaien naar bekenden. Schuld in zin van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid.

    Jurisprudentie
    Verdachte reed op een voorrangsweg en zag twee bekende fietsers vanuit de tegengestelde richting naar hem toe fietsen. Hij zwaaide, maar zij reageerden niet. Toen hij ze was gepasseerd, keek de verdachte in zijn linkerzijspiegel om te zien of de twee fietsers alsnog een reactie gaven. Toen verdachte daarna weer voor zich keek, zag hij dat een voetgangster zich op het zebrapad begaf. Verdachte had onvoldoende tijd om te remmen en botste met de voetganger. Aan deze aanrijding hield de voetgangster zwaar lichamelijk letsel over, met name aan het hoofd. Aan verdachte is overtreding van artikel 6
  18. VR 2026/116 Overlijdensschade nadat hooibaal van aanhangwagen valt. AVB-polis of ook WLM-polis?

    Jurisprudentie
    Aardbeienkweker A gaf agrarisch transportbedrijf X de opdracht om strobalen te leveren en te verspreiden over zijn velden. Tijdens de werkzaamheden hielp A zelf mee door de aanhangwagen te verplaatsen en de spanbanden los te maken. Toen de door X ingeschakelde zzp’er strobalen van de aanhangwagen haalde, kantelde een deel van de lading en viel een strobaal op A. Hij is ter plekke aan zijn verwondingen overleden. Uit onderzoek bleek dat het transportbedrijf onvoldoende veiligheidsmaatregelen had genomen, terwijl de risico’s van vallende lading bekend waren en eerder tot een dodelijk ongeval
  19. VR 2026/117 Botsing op geparkeerde auto. Onder invloed alcohol. Dekking WAM-verzekering. Te goeder trouw.

    Jurisprudentie
    Op 21 september 2014 veroorzaakte geïntimeerde X onder invloed van alcohol een verkeersongeval met een Suzuki Alto. Hij botste tegen een geparkeerde auto, waarna die een lantaarnpaal raakte. Een inzittende passagier liep daarbij letsel op. De auto was van de ouders van X en werd zonder hun toestemming gebruikt. Voor de auto gold een WAM-verzekering bij Univé, maar volgens de polis bestaat geen dekking bij rijden onder invloed. Univé betaalde € 105.000,- schadevergoeding aan de inzittende en wil dit bedrag verhalen op X. Univé heeft X gedagvaard op grond van artikel 15 lid 1 WAM. Volgens die
  20. VR 2026/118 Letselschade door mishandeling. Schadevergoeding. Rotterdamse Schaal.

    Jurisprudentie
    Op 26 november 2016 sloeg gedaagde A met een gebalde vuist hard in het gezicht van eiser X. Daardoor kwam X ten val en liep hij ernstig letsel op, waaronder een schedelbreuk en hersenbloedingen. A is hiervoor in 2018 strafrechtelijk veroordeeld wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. In een eerder tussenvonnis had de rechtbank al beslist dat A civielrechtelijk aansprakelijk is voor de schade van X. In het eindvonnis lag daarom alleen nog de omvang van de schadevergoeding voor. X stelt dat hij als gevolg van het geweld blijvende klachten heeft ontwikkeld, waaronder

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!