Zoeken

2 resultaten gevonden

  1. VR 2026/097 De onveranderlijke rol van de bestuurder: summa divisio en justice in adversity in de WAM-richtlijn

    Artikel
    In het arrest van het Europees Hof van Justitie (hierna: HvJ EU) van 12 februari 2026 staat (naar aanleiding van een prejudiciële verwijzing door de Hoge Raad1)) de vraag centraal of artikel 12 lid 1 van de Europese WAM-richtlijn2) zo moet worden uitgelegd dat de verplichte verzekering aansprakelijkheid moet dekken voor de schade van de (aanvankelijke) bestuurder wiens voertuig door een ingreep van een inzittende een ongeval veroorzaakt.3) In artikel 12 lid 1 van de Europese WAM-richtlijn is neergelegd dat de verplichte motorrijtuigenverzekering de aansprakelijkheid voor lichamelijk letsel van de inzittenden van een voertuig, met uitzondering van de bestuurder, ten gevolge van de deelneming van dat voertuig aan het verkeer dient te dekken. Het Hof kiest voor een strikt onderscheid tussen inzittenden en bestuurders, en oordeelt dat het ingrijpen van een inzittende in de besturing van een voertuig waardoor zich een ongeval voordoet, niet tot gevolg kan hebben dat de bestuurder van dat voertuig zijn hoedanigheid van bestuurder verliest.4) De schade van de bestuurder valt in dit geval dan ook niet onder de verplichte dekking onder de WAM. De uitspraak biedt nationale rechters handvatten het begrip ‘bestuurder’ autonoom uit te leggen om zodoende de doelstelling van de Europese WAM-richtlijn, te weten het bieden van bescherming aan slachtoffers van verkeersongevallen, optimaal te kunnen waarborgen.
  2. VR 2026/098 Over compensatie, corrigerende en distributieve rechtvaardigheid en de natuurlijke verbintenis

    Artikel
    Compensatieregelingen voor beroepsziekten worden op relatief grote schaal ad hoc in het leven geroepen door zowel de overheid als werkgevers (zonder erkenning van aansprakelijkheid).1) Het is de zoveelste ‘verschuiving’ in de geschiedenis van schadeverhaal bij beroepsziekten.2) Net als bij de andere verschuivingen, zijn ook deze regelingen bedoeld om rechtvaardigheid te bewerkstelligen voor benadeelden. En die rechtvaardigheid lijkt hard nodig. De rechtspositie van de benadeelde met een beroepsziekte staat al jaren onder druk. Over mogelijke oplossingen zijn ideeën te over,3) maar een structurele oplossing op systeemniveau blijft uit. Een van de oplossingen voor het schadeverhaal bij beroepsziekten lijkt te worden gevonden in compensatieregelingen voor beroepsziekten. In Nederland schieten deze regelingen de afgelopen jaren als ‘paddenstoelen’ uit de grond. Zij worden in het leven geroepen door de overheid of de (voormalig) werkgever. Het idee is dat benadeelden door middel van een vaste uitkering tegemoet worden gekomen in hun schade. Aansprakelijkheid wordt niet erkend. Het idee is dat benadeelden door middel van een uitkering (meestal rond de € 20.000,-) weliswaar geen volledige schadevergoeding krijgen, maar wel een uitkering krijgen die snel en zonder al te veel discussie wordt aangeboden. Hierdoor wordt een belastende procedure en een gang naar de rechter voorkomen, zo is het idee. Die gang naar de rechter staat – ook nadat een uitkering is ontvangen – nog wel open voor benadeelden. In deze bijdrage probeer ik compensatieregelingen voor beroepsziekten van duiding te voorzien. Met duiding bedoel ik dat ik meer uitleg en verklaring wil geven aan compensatieregelingen voor beroepsziekten. Dit doe ik zodat inzichtelijker wordt welke rol deze compensatieregelingen spelen in relatie tot het aansprakelijkheidsrecht. Deze vraag is belangrijk, omdat hier discussie over bestaat in de literatuur4) en een compensatieregeling uiteindelijk invloed kan hebben op een aansprakelijkheidsrechtelijke procedure.5) Allereerst bespreek ik de achtergrond van compensatieregelingen voor beroepsziekten in paragraaf 2. Daarna ga ik in paragraaf 3 in op de vraag waarom compensatieregelingen voor beroepsziekten eigenlijk in het leven worden geroepen. In paragraaf 4 ga ik in op een mogelijke grondslag voor compensatieregelingen. Deze grondslag is onderwerp van discussie in (voornamelijk bestuursrechtelijke) literatuur. Niet lang geleden heeft de Raad van State een bijzondere grondslag geopperd in het kader van de zorgmedewerkersregeling: het honoreren van een natuurlijke verbintenis in de zin van artikel 6:3 BW. Afgesloten wordt met een conclusie in paragraaf 5.

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!