Zoeken

162 resultaten gevonden

  1. VR 2020/169 Vuurwerkongeval in bedrijfskantine; 90% eigen schuld.

    Jurisprudentie
    In 2010 is A een vuurwerkongeval overkomen tijdens een afscheidsfeest in een bedrijfskantine. A heeft in de kantine een stuk illegaal vuurwerk aangestoken. A slaagde er niet in het vuurwerk tijdig door het raam naar buiten te gooien, waardoor het in zijn hand is geëxplodeerd. Door de explosie is A een groot deel van zijn hand verloren. B, een collega van A, had het stuk vuurwerk mee naar binnen gebracht. C, een vriend van B, had het stuk vuurwerk naar het afscheidsfeest meegenomen en buiten aan B afgegeven. A spreekt C aan tot vergoeding van de schade die hij door het vuurwerkongeval heeft
  2. VR 2020/17 50% eigen schuld slachtoffer ongeval botsing tussen fietsers nabij pont over het IJ.

    Jurisprudentie
    Op 28 november 2013 zijn geïntimeerde en appellant betrokken geraakt bij een ongeval. Geïntimeerde haalde appellant aan diens linkerzijde in terwijl appellant al fietsend naar links bewoog. Partijen raakten elkaar en geïntimeerde kwam ten val. In eerste aanleg vorderde geïntimeerde op grond van art. 6:162 BW een verklaring voor recht dat appellant aansprakelijk is voor de schade die geïntimeerde heeft geleden en in de toekomst nog zal lijden als gevolg van de aanrijding en een veroordeling van appellant tot betaling aan geïntimeerde van de schade, nader op te maken bij staat. Bij het bestreden
  3. VR 2020/170 Ongeval tramconducteur: werkgeversaansprakelijkheid?

    Jurisprudentie
    De stilstaande tram waarin appellant werkzaam was, is aangereden door een andere tram. Appellant viel daardoor op de grond. Appellant was destijds in dienst bij Securitas en werd door Securitas ter beschikking gesteld aan de Rotterdamse RET. Na het ongeval wordt appellant arbeidsongeschikt verklaard door het UWV. Appellant stelt Securitas aansprakelijk voor het ongeval en de gevolgen op grond van art. 7:658 BW) en wegens het betrachten van onvoldoende nazorg door het niet erkennen van aansprakelijkheid door Securitas (art. 7:611 BW). Het beroep op art. 7:658 BW faalt, omdat Securitas aan haar
  4. VR 2020/171 Aanrijding tram en voetganger; belsignaal; rijsnelheid; eigen schuld.

    Jurisprudentie
    In 2015 heeft in Amsterdam op de De Clercqstraat een aanrijding plaatsgevonden tussen een voetganger (A) en een tram. De tram naderde een tramhalte met een stoeplengte van ongeveer 50 meter, gelegen te midden van de rechter- en linkerbaan van de straat. Op 50 meter vóór het begin van de tramhalte zag de trambestuurder (B) dat A uit een zaak gelegen aan de rechterkant van de straat kwam en de rechterbaan overstak. A wilde vervolgens ook de tramhalte, de tramrails en de linkerbaan oversteken, waar twee mannen op haar wachtten in een aldaar geparkeerde auto. Toen A aangekomen was op de tramhalte
  5. VR 2020/172 Letselschade; medische noodzaak verhuizing; eisen en wensen benadeelde.

    Jurisprudentie
    In 2015 is A op zijn scooter aangereden door een auto die tegen wettelijke aansprakelijkheid was verzekerd bij B. Hierbij is de linker heup van A verbrijzeld. Bij een daarop volgende heupoperatie is een zenuwbeschadiging opgetreden, waardoor A een deel van zijn linkerbeen niet meer voelt en hij zijn linkervoet niet goed kan optillen. Als gevolg van deze beperking heeft A in 2017 zijn evenwicht verloren op de trap, waardoor hij is gevallen. A kan hierdoor niet meer zitten en hij brengt zijn dagen liggend door. B heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval (en de daarop volgende
  6. VR 2020/173 Politieachtervolging; schade aan politieauto; verdachte aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    A heeft, toen hij in zijn bestelauto reed, een stopteken van de politie genegeerd. In een daarop volgende achtervolging heeft een surveillancewagen van de politie tegen de achterzijde van bestelauto geramd met als doel hem te laten stoppen en te kunnen aanhouden. Bij deze actie is autoschade ontstaan aan de surveillancewagen. De gevolmachtigde van de WAM-verzekeraar van de bestelauto (B) heeft deze schade aan de politie vergoed. In deze procedure vordert B dat A het bedrag dat B aan de politie heeft uitgekeerd aan B betaalt.De kantonrechter overweegt dat A jegens de politie onrechtmatig heeft
  7. VR 2020/174 Verkeersongeval; whiplash; geen recht op aanvullend voorschot.

    Jurisprudentie
    A is op 20 november 2018 een verkeersongeval overkomen, waarbij een verzekerde van NN achterop de auto van A is gereden. NN heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. A heeft de dag na het ongeval zijn huisarts bezocht. Een neuroloog heeft later geconstateerd dat A lijdt aan een whiplashtrauma. Een psycholoog heeft bij A daarnaast een depressie en PTSS vastgesteld. A heeft na het ongeval niet meer gewerkt. NN heeft reeds een voorschot van € 27.300 aan A uitgekeerd. A vordert in dit kort geding een aanvullend voorschot. De kantonrechter overweegt dat uit een door NN overgelegd medisch
  8. VR 2020/175 Auto-ongeluk; whiplash; vaststellen klachten en causaal verband.

    Jurisprudentie
    In 2014 is A een verkeersongeval overkomen toen zij in haar auto reed. Bij een stoplicht is een auto die tegen wettelijke aansprakelijkheid was verzekerd bij B achterop de auto van A gebotst. B heeft aansprakelijkheid erkend voor de gevolgen van het ongeval. A ervaart na het ongeval verschillende whiplashachtige klachten. Naar aanleiding hiervan is door neuroloog C een neurologische expertise uitgevoerd. In dit deelgeschil verzoekt A dat de rechtbank vaststelt dat zij lijdt aan een twaalftal klachten en dat een causaal verband bestaat tussen deze klachten en het ongeval. Op grond van het
  9. VR 2020/176 Ongeval met halterstang van squatrek; geen aansprakelijkheid sportschool; geen gevaarzetting.

    Jurisprudentie
    A is een ongeval overkomen in de sportschool die werd geëxploiteerd door B. A trainde in de sportschool twee à drie keer per week, zonder begeleiding, aan de hand van oefeningen die door zijn fysiotherapeut waren voorgeschreven. Tijdens een training verrichtte A een buikspieroefening (genaamd ''windshield wiper'') waarbij hij met de rug op de grond lag, zijn benen van links naar rechts bewoog en tegelijkertijd een halterstang vasthield boven zijn borst. Tijdens het uitvoeren van deze oefening lag A met zijn hoofd richting een squatrek. Op enig moment is A plotseling op zijn hoofd geraakt door
  10. VR 2020/18 Overheidsaansprakelijkheid; geen schadevergoeding wegens onverbindende regeling over alcoholslotprogramma.

    Jurisprudentie
    Op 1 januari 2013 is appellant aangehouden wegens rijden onder invloed. Zijn rijbewijs is toen ingevorderd. Bij besluit van 14 januari 2013 (het Besluit) heeft het CBR het rijbewijs van appellant ongeldig verklaard en appellant verplicht om aan het alcoholslotprogramma (ASP) deel te nemen om weer in het bezit van een geldig rijbewijs te komen. Dit Besluit was gebaseerd op art. 17 lid 1 Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (de Regeling). Appellant heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit Besluit, waardoor het Besluit formele rechtskracht heeft gekregen. Appellant heeft
  11. VR 2020/180 De veiligheid in gevaar brengen. Verbod een terrein te betreden.

    Jurisprudentie
    De opvatting dat voor overtreding van art. 5 WVW 1994 is vereist dat medeweggebruikers door het rijgedrag van de verdachte concreet gevaar of hinder moeten hebben ondervonden en/of dat dat gevaar of die hinder zich in het verleden regelmatig heeft verwezenlijkt, vindt geen steun in het recht.Voor een bewezenverklaring ter zake van art. 461 Sr, een overtreding, is niet vereist dat de verdachte opzettelijk een hem bekend toegangsverbod overtreedt.
  12. VR 2020/181 Letselschadezaak; kosten ter vaststelling van schade; dubbele redelijkheidstoets.

    Jurisprudentie
    A is aangereden door een verzekerde van B. B heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Na het ongeval ervaart A een verergering van reeds voor het ongeval bestaande rugklachten. De medisch adviseur van B (X) en die van A (Y) hebben geoordeeld dat een causaal verband tussen de nog bestaande rugklachten en het ongeluk niet medisch te onderbouwen is. De eenmalig vervanger van Y (Z) en X hebben daarnaast aangegeven dat een orthopedische en neurologische expertise tot de conclusie zal leiden dat geen sprake is van afwijkingen. Desondanks heeft de rechtbank nadien op verzoek van A een
  13. VR 2020/182 Letselschadezaak; geschil over buitengerechtelijke kosten.

    Jurisprudentie
    A heeft bij B een autoverzekering afgesloten, inclusief de dekking "zekerheid voor inzittenden" (svi). Op de svi kan aanspraak gemaakt worden bij materiële schade en letselschade door een ongeval. A is op 18 juni 2016 als bestuurder van een auto betrokken geraakt bij een aanrijding. Zij kampt hierna met whiplashachtige klachten. De verzekeraar van de andere betrokkene bij de aanrijding heeft aansprakelijkheid afgewezen. De belangenbehartiger van A (C) heeft B in de periode van 20 april 2017 t/m 4 december 2017 verschillende facturen gestuurd die B onbetaald heeft gelaten. In deze procedure
  14. VR 2020/183 Kind rijdt volwassene aan; geen eigen schuld; vergoeding huishoudelijke hulp.

    Jurisprudentie
    Een kind (A) is vanaf de oprit de rijbaan opgereden. Hierbij heeft zij een op die rijbaan rijdende volwassene (B) - aan wie zij voorrang had moeten verlenen - in het voorwiel geschept. Vast komt te staan dat A onrechtmatig heeft gehandeld jegens B. De ouders van A zijn als wettelijke vertegenwoordigers van A hoofdelijk aansprakelijk voor de schade van B.Het hof oordeelt dat geen sprake is van eigen schuld van B. Op grond van de getuigenverklaringen van B en haar echtgenoot is aannemelijk dat B, fietsend op de rijbaan, plotseling geconfronteerd werd met A, die de oprit afreed en B in het
  15. VR 2020/184 Letselschadezaak; geschil over redelijkheid buitengerechtelijke kosten.

    Jurisprudentie
    A is in 2015 aangereden door een auto. De auto was tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij B. B heeft aansprakelijkheid erkend voor de schade die A door het ongeval heeft geleden. C is de belangenbehartiger van A. Bij brief van 5 oktober 2016 heeft C een factuur gestuurd aan B. B weigert de daarin opgenomen kosten voor werkzaamheden van C (hierna: BGK) te vergoeden, omdat de in rekening gebrachte werkzaamheden niet van toegevoegde waarde zouden zijn geweest voor de schadeafwikkeling. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat uit de door partijen overgelegde correspondentie volgt
  16. VR 2020/185 Letselschadezaak; redelijkheid buitengerechtelijke kosten.

    Jurisprudentie
    X is in 2000 een auto-ongeval overkomen. B heeft als WAM-verzekeraar aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Nadien hebben twee neurologen afzonderlijk geconcludeerd dat de door X gestelde klachten en beperkingen niet aan het ongeval kunnen worden gerelateerd. De advocaat van X (A) heeft € 38.852,81 aan buitengerechtelijke kosten in rekening gebracht bij B voor de door haar verrichte werkzaamheden (van in het totaal 141,4 uur). Van dat bedrag heeft B € 11.355,57 betaald. A vordert van B nog € 20.000 aan buitengerechtelijke kosten. Het hof wijst erop dat B de redelijkheid van de door A
  17. VR 2020/186 Deelgeschil; voortzetting buitengerechtelijke onderhandelingen; buitengerechtelijke kosten; deskundigenonderzoek.

    Jurisprudentie
    Op 8 mei 2017 is A als bestuurder van een auto aangereden door een verzekerde van B. B heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. A was voor het ongeval werkzaam als kraanmachinist en hulpmonteur op zzp-basis. Het is A en B niet gelukt een pragmatische regeling te treffen. Op voorstel van B heeft A nadien een multidisciplinair revalidatietraject en een arbeidsdeskundig traject doorlopen. Daarnaast is een bedrijfsanalyse uitgevoerd. B heeft € 49.000 aan voorschotten aan A verstrekt en € 7.416,52 voldaan als voorschot op de buitengerechtelijke kosten. In 2019 heeft B de
  18. VR 2020/187 Letselschadezaak; deelgeschil; benoeming deskundige; buitengerechtelijke kosten.

    Jurisprudentie
    In 2014 is A in haar auto van achteren aangereden door een auto van een verzekerde van B. A heeft hierbij letsel opgelopen. B heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. A en B zijn het erover eens dat een neuropsychologisch onderzoek door een deskundige moet plaatsvinden. A is dit deelgeschil begonnen, omdat partijen het niet eens konden worden over de persoon van de deskundige. Ook wil A dat B wordt veroordeeld tot betaling van nog niet vergoede buitengerechtelijke kosten. De rechtbank wijst erop dat A na de zitting aan de rechtbank heeft medegedeeld dat A en B hebben afgesproken dat C
  19. VR 2020/188 Letselschadezaak; voorschot op schadevergoeding; voorschot op buitengerechtelijke kosten.

    Jurisprudentie
    A is in 2017 een ongeval overkomen. Toen zij in haar auto reed, is zij van achteren aangereden door een vrachtwagen die ingevolge de WAM verzekerd was bij B. B heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. A vordert van B een voorschot op de schadevergoeding van € 25.000 en een voorschot op de buitengerechtelijke kosten van € 5.460,12.De rechtbank overweegt dat B aan A reeds een bedrag van € 29.540 (of € 22.500) als voorschot op de schadevergoeding heeft betaald. De grootste schadeposten van A zijn het verlies aan verdienvermogen en de behoefte aan huishoudelijke hulp. Uit de beschikbare
  20. VR 2020/189 Deelgeschil over buitengerechtelijke kosten; uurtarief en aantal uren te hoog.

    Jurisprudentie
    A is in 2013 een arbeidsongeval overkomen waarbij hij letsel heeft opgelopen aan zijn linkerbeen. A heeft B hiervoor aansprakelijk gesteld. Nadat X een toedrachtsonderzoek heeft uitgevoerd, heeft B aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. X heeft de schadeafwikkeling voor B ter hand genomen. A heeft zich in 2018 gewend tot zijn gemachtigde Z. Z heeft contact opgenomen met X. In 2019 heeft Z aan X een declaratie verzonden van € 4.605,82. Deze is onbetaald gebleven. A verzoekt dat de rechtbank B beveelt dit bedrag te vergoeden. De rechtbank beantwoordt eerst de vraag of er sprake is van een

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!