Zoeken

161 resultaten gevonden

  1. VR 2022/106 Geen voordeelsverrekening bij arbeidsongeschiktheidsverzekering. Geen schadeverzekering, maar sommenverzekering.

    Jurisprudentie

    Op 6 januari 2017 wordt fietser X aangereden door een auto die achteruit uit een bospad de weg op reed. De automobilist was tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij ASR, die aansprakelijkheid voor de schade van X erkent. X was zelfstandig ondernemer en had een arbeidsongeschiktheidsverzekering (hierna: AOV) afgesloten bij Movir. ASR stelt dat deze AOV een schadeverzekering is en meent dat de uitkering uit hoofde van de AOV verrekend mag worden met de schade die ASR dient te vergoeden. X meent dat de AOV een sommenverzekering is en dat de uitkering niet verrekend dient te worden. In een

  2. VR 2022/107 Snorfietser komt ten val bij inhalen fietser. Heeft fietser onrechtmatig gehandeld?

    Jurisprudentie

    Op 2 september 2014 komt snorfietsster X ten val terwijl zij probeert fietser Y in te halen. Fietser Y zou zijn uitgeweken, waarna hij tegen de schouder van X botste, die hierdoor haar evenwicht verloor, tegen een metalen paal van een bushokje botste en ten val kwam. X loopt hierbij letsel aan haar schouder op. In eerste aanleg vordert ze een verklaring voor recht dat Y aansprakelijk is voor de door haar geleden schade als gevolg van het ongeval. Y zou namelijk onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld, door met oortjes in en mobiel in de hand onoplettend en onvoorzichtig aan het verkeer deel

  3. VR 2022/108 Verzekeraar weigert uit te keren. Ongeval niet in scène gezet; geen sprake van fraude. Verwijdering persoonsgegevens uit Externe Verwijzingsregister.

    Jurisprudentie

    In de nacht van 13 op 14 februari 2017 ontstaat een aanrijding tussen autorijder X en autorijder Y. Op het aanrijdingsformulier vult Y 22:45 uur in als het tijdstip van het ongeval. X claimt zijn schade bij Achmea, zijn verzekeraar, die een toedrachtonderzoek laat verrichten. Uit de track & trace-gegevens van de huurauto van Y is af te leiden dat zijn auto tot 23:58 uur met uitgeschakelde motor geparkeerd is geweest en dat deze auto in de hierna volgende rit niet uitgeschakeld is geweest. Achmea meent daarom dat het ongeval door X en Y in scène is gezet, weigert uitkering van de schade aan X

  4. VR 2022/109 Personenauto botst met vrachtwagen. Botsing veroorzaakt door manoeuvre vrachtwagen? Waardering deskundigen- en getuigenverklaringen.

    Jurisprudentie

    Op 31 oktober 2013 rijdt X met zijn partner als bijrijder op een driebaansweg. Wanneer hij een vrachtwagen, bestuurd door Y, inhaalt, raakt hij in een slip en komt hij voor de vrachtwagen terecht. De personenauto en de vrachtwagen botsen en belanden in de berm. De partner van X overlijdt als gevolg van het ongeval en zelf loopt hij letsel op. Het ongeval is in opdracht van de politie door de Verkeersongevalsanalyse (hierna: VOA) onderzocht. In opdracht van X is het ongeval onderzocht door bureau A en in opdracht van Y en zijn verzekeraar, TVM, door bureau B. Na verscheidene rapporten over en

  5. VR 2022/11 Aanrijding vrachtwagen tegen overhangend pand; op terrein gevestigde financiële holding niet aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    Een werknemer van onderneming A levert goederen af op het bedrijfsterrein van Baggermaatschappij Boskalis (B). B is een dochtermaatschappij van KBW. Eén van de kantoorpanden op het bedrijfsterrein hangt gedeeltelijk over de x-straat, op een hoogte van 3.60 meter. Bij het verlaten van het bedrijfsterrein rijdt de werknemer met de vrachtauto tegen het overhangende pand. De vrachtwagen is 4 meter hoog en kan niet onder het overhangende pand doorrijden. A stelt KBW aansprakelijk voor de schade die zij als gevolg van het ongeval heeft geleden en beroept zich op art. 6:174 BW, art. 6:181 BW en art
  6. VR 2022/110 Verzekeringsfraude; sancties kunnen niet aan derde-benadeelde worden opgelegd. Eigen schuld. Billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Op 1 januari 2019 is A als passagier in een personenauto betrokken geraakt bij een eenzijdig verkeersongeval. De door B, de zus van A, bestuurde auto vloog uit de bocht en sloeg meerdere keren over de kop. A is bekneld geraakt, naar het ziekenhuis overgebracht en dezelfde dag nog geopereerd. A bleek een incomplete dwarslaesie te hebben en heeft geen gevoel meer in haar benen. Zij is rolstoelafhankelijk en er is sprake van een 24-uur zorgindicatie. Ze stelt Allianz, bij wie de personenauto is verzekerd, aansprakelijk voor de schade als gevolg van het ongeval. Allianz weigert uitkering, omdat A

  7. VR 2022/111 Uitleg motorrijtuigenuitsluiting in polisvoorwaarden AVB-verzekering. Geen sprake van spiegelbeelddekking zonder complementaire WAM- of WLM-verzekering.

    Jurisprudentie

    ISL is tegen bedrijfsaansprakelijkheid verzekerd bij RSA. In de polisvoorwaarden van de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (hierna: AVB) is een motorrijtuigenuitsluiting opgenomen, waaruit volgt dat RSA geen dekking biedt voor schade veroorzaakt door een motorrijtuig in de zin van de WAM. Op 12 oktober 2017 is A tijdens het besturen van een elektrotrekker gewond geraakt, doordat een uitlaat op zijn hoofd valt. A stelt ISL aansprakelijk. Op 23 oktober 2018 raakt B gewond als een collega met een elektrotrekker over zijn voet heen rijdt. B stelt ISL aansprakelijk. ISL erkent in geen van beide

  8. VR 2022/112 Verzekeraar voert persoonlijk onderzoek uit. Onderzoeksrapport als onrechtmatig verkregen bewijs uitgesloten.

    Jurisprudentie

    Op 21 september 2017 wordt rijinstructeur X tijdens een rijles aangereden door een vrachtwagen. De verzekeraar van de vrachtwagen, TVM, erkent aansprakelijkheid voor de toedracht van het ongeval, met het voorbehoud dat zij hierop terug kan komen indien zij de beschikking krijgt over informatie die van invloed is op de beoordeling en vaststelling van aansprakelijkheid of vergoedingsplicht. Nadat bij TVM een vermoeden van fraude ontstaat, laat zij een persoonlijk onderzoek naar X verrichten. Naar aanleiding van het onderzoeksrapport trekt TVM haar erkenning van de aansprakelijkheid in. X vordert

  9. VR 2022/113 Door zelfmoordpoging X ontstaat schade. Gesubrogeerde verzekeraar vordert schadevergoeding van X. Zelfmoordpoging X niet toe te rekenen wegens geestelijke tekortkoming.

    Jurisprudentie

    Op 4 maart 2014 loopt X voor een vrachtwagen de autoweg op, met het doel om een einde aan zijn leven te maken. Ondanks een rem- en uitwijkmanoeuvre is X door de vrachtwagen aangereden. X overleeft het ongeval met zwaar lichamelijk letsel en de vrachtwagen raakt door de manoeuvre beschadigd. De vrachtwagen is verzekerd bij TVM, die de schade vergoedt en als verzekeraar is gesubrogeerd in de rechten van onder andere de eigenaar van de vrachtwagen. TVM vordert een verklaring voor recht dat X aansprakelijk is voor de door TVM geleden schade. X stelt dat de zelfmoordpoging hem niet is toe te

  10. VR 2022/114 Vliegtuigpassagier krijgt bagagestuk op hoofd; schadestaatprocedure; deskundigenrapporten.

    Jurisprudentie

    In 2006 vliegt A vanaf Schiphol naar Tel Aviv met luchtvaartmaatschappij B. Nadat zij heeft plaatsgenomen in het vliegtuig, probeert een medepassagier een bagagestuk boven het hoofd van A in de zogenoemde overhead bins te plaatsen. Dat bagagestuk valt op het hoofd van A. Na het ongeval ervaart A diverse klachten, waaronder vergeetachtigheid, concentratieproblemen, snelle vermoeidheid en duizeligheid. In het arrest van 3 december 2013 verklaart het Hof Amsterdam dat B op grond van de vervoersovereenkomst tussen partijen aansprakelijk is voor alle door A geleden en nog te lijden schade als

  11. VR 2022/115 Ongeval tijdens opleiding klimpark; geen aansprakelijkheid opleider en ontwerper/aanlegger klimpark.

    Jurisprudentie

    Op 8 september 2010 is X een ongeval overkomen in een klimpark. Dit klimpark was kort daarvoor in opdracht van A ontworpen en aangelegd door B. Ten behoeve van A zorgde B ook voor het opleiden van het personeel van het klimpark. B heeft hiervoor C ingeschakeld. X was werkzaam voor A en werd door C opgeleid tot locatiemanager van het klimpark. X moest als onderdeel van de opleiding de verschillende parcoursen in het klimpark afleggen. Hij was hierbij steeds gezekerd door een valveiligheidssysteem (een valharnas gekoppeld aan een lifeline). Op de dag van het ongeval heeft X samen met een collega

  12. VR 2022/116 Eenzijdige beëindiging schadeonderhandeling. Veroordeling tot dooronderhandelen. Zeer hoge buitengerechtelijke kosten.

    Jurisprudentie

    Op 7 januari 2021 is A een verkeersongeval overkomen, waarvoor WAM-verzekeraar Bovemij aansprakelijkheid erkent. Zijn uitzendovereenkomst wordt beëindigd en ondanks enkele voorschotten van Bovemij, belandt A in een financieel benauwde situatie. Onder meer is hij niet in staat om de behandelingen bij een fysiotherapeut voor zijn herstel door te zetten, omdat hij deze niet meer kan betalen. De belangenbehartiger van A neemt meerdere malen contact op met Bovemij met het verzoek om aanvullende voorschotten. Bovemij weigert een aanvullend voorschot te verstrekken tot een nader medisch advies is

  13. VR 2022/117 Aanrijding tussen voetganger en auto. 50%-regel; eigen schuld; billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Op 10 oktober 2017 botste voetganger X tijdens het oversteken tegen de zijkant van de auto van Y. X loopt hierbij een onderbeenbreuk op en kan haar fysieke werk niet meer verrichten. Ze raakt haar baan kwijt en stelt psychische klachten te hebben. Y was tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Achmea, die erkent voor 50% aansprakelijk te zijn voor de gevolgen van het ongeval. X verzoekt een verklaring voor recht dat Achmea volledig aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het ongeval. Ze stelt dat Y te hard en te dicht op de geparkeerde auto's reed. Achmea betwist de toedracht

  14. VR 2022/118 X verlaat zijn auto. A stapt in de auto en rijdt X aan. Gebruik auto in overeenstemming met gebruikelijke functie; sprake van deelneming aan verkeer? Onzorgvuldigheid van X; diefstaluitsluiting? Eigen schuld X?

    Jurisprudentie

    Op 10 augustus 2012 stopt X zijn auto en roept beledigende teksten naar een jongetje. X stapt vervolgens uit de auto en raakt in confrontatie met drie mannen. Tijdens deze confrontatie wordt X door hen omsloten en met een mes bedreigd. X steekt één van hen, A, in zijn arm met een mes en rent vervolgens weg. A stapt in de auto van X, achtervolgt hem en rijdt over hem heen. A is strafrechtelijk veroordeeld voor poging tot moord en poging tot zware mishandeling. X is vrijgesproken, omdat hem een succesvol beroep op noodweer toe kwam. X stelt Y, bij wie zijn auto onder de WAM was verzekerd

  15. VR 2022/119 Ongeval tussen overstekende voetgangster en automobilist. Beroep op overmacht; automobilist kan rechtens geen enkel verwijt worden gemaakt.

    Jurisprudentie
    Op 23 maart 2019 ontstaat een ongeval tussen voetgangster Y en automobilist X. Y stak tussen stilstaande auto's door een voorrangsweg over, waarna zij in aanraking kwam met de auto van X. Als gevolg hiervan liep zij meerdere breuken in haar rechtervoet en een verbrijzelde teen op, die later geamputeerd moest worden. De auto van X is tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Nh1816. Namens Y stelt Univé Rechtshulp Nh1816 op grond van art. 185 WVW aansprakelijk voor de door Y geleden schade als gevolg van het ongeval. Nh1816 erkent geen aansprakelijkheid. Y verzoekt een verklaring voor
  16. VR 2022/12 Aanrijding tegen overhangend pand; gemeente niet aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    Een werknemer (W) van onderneming A levert goederen af op het bedrijfsterrein van Baggermaatschappij Boskalis (B). W rijdt het terrein op bij de leveranciersingang. Op de beoogde losplaats wordt W doorgestuurd naar een andere losplaats vanwege de grootte van zijn lading. W rijdt via een openstaand schuifhek het achtergelegen personeelsparkeerterrein op. Dat hek staat toevallig open, omdat daar bestratingswerkzaamheden plaatsvinden. W meldt zich vervolgens op de losplaats. Na het lossen rijdt W naar de dichtstbijzijnde uitrit van het parkeerterrein. Die uitrit komt op de x-straat uit. In de x
  17. VR 2022/120 Fietser botst tegen trottoirband; gebrekkig opstal; wegbeheerder aansprakelijk.

    Jurisprudentie

    In 2016 komt A met haar fiets ten val in de Dorpstraat in Meijel. Het ongeval ontstaat doordat A met het voorwiel van haar fiets tegen de opstaande rand van de trottoirband aankomt, waardoor zij uit balans raakt en valt. Door de val loopt A ernstig letsel op aan haar bovenarm en schouder. De Dorpstraat was vlak daarvoor gereconstrueerd door de gemeente (B). A verzoekt een verklaring voor recht dat B op grond van art. 6:174 BW aansprakelijk is voor haar schade als gevolg van het ongeval. De rechtbank wijst het verzoek toe, omdat de trottoirband niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de

  18. VR 2022/121 Fietser botst tegen portier geparkeerde auto. Tweede deelbeschikkingsverzoek geen verkapt hoger beroep. Bewijslevering; geen eigen schuld; monteur aansprakelijk.

    Jurisprudentie

    Op 9 juni 2016 botste fietser X tegen het openstaande portier van een langs de weg geparkeerde auto waaraan Y werkzaamheden verrichtte. X kwam ten val en liep letsel op. X stelt dat Y het portier plotseling opendeed terwijl hij langs fietste. Y stelt dat X door eigen onvoorzichtigheid tegen het openstaande portier is gereden terwijl Y onder de motorkap bezig was. In een eerste deelgeschilprocedure verzocht X een verklaring voor recht dat Y en diens werkgever aansprakelijk zijn voor de schade als gevolg van het ongeval. De rechtbank oordeelde dat niet tot een beslissing kon worden gekomen

  19. VR 2022/122 Fietsster X komt ten val. Betrokkenheid brommerrijder Y bij dit ongeval en toepassing art. 185 WVW?

    Jurisprudentie

    Op 24 december 2019 komt fietsster X ten val. Ze stelt dat deze val is veroorzaakt doordat haar fiets door de achterkant van de brommer van Y is geraakt. X verzoekt een verklaring voor recht dat Y en Unigarant hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het ongeval, in de zin van art. 185 WVW. Y en Unigarant beroepen zich primair op overmacht en subsidiair betwisten ze de door X gestelde toedracht van het ongeval. De rechtbank wijst het verzoek af en overweegt hiertoe als volgt. De bewijslast voor het vaststellen van betrokkenheid van Y bij het ongeval rust op grond van art. 150 Rv op X

  20. VR 2022/123 Verkeersongeval; causaal verband; deskundigenrapporten.

    Jurisprudentie

    In juni 2011 wordt A op zijn mountainbike geschept door een van links komende auto. De WAM-verzekeraar van de auto (B) erkent aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval. Tussen A en B is in geschil welke klachten en beperkingen A heeft en of deze in causaal verband staan met het ongeval. Om hierover duidelijkheid te krijgen, schakelen A en B orthopeed X, neuroloog Y en neuropsycholoog Z in. A verzoekt dat de rechtbank vaststelt dat A een groot aantal klachten heeft en dat een causaal verband bestaat tussen die klachten en het ongeval. De rechtbank overweegt dat uit het rapport van X

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!