Zoeken

161 resultaten gevonden

  1. VR 2022/124 Verkeersongeval; causaal verband; deskundigenrapport.

    Jurisprudentie

    Op 27 mei 2018 wordt A op zijn driewillige motor (trike) van achteren aangereden door een verzekerde van B. B erkent aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval. Vóór het ongeval was A werkzaam als personal (kickboks)trainer op zzp-basis. Ook stond hij bekend als professioneel wedstrijdvechter/kickbokser. Bij een eerdere beschikking heeft de rechtbank een deskundigenonderzoek door neuroloog X bevolen. X heeft zijn rapport in september 2020 uitgebracht. A verzoekt de rechtbank te bepalen dat een causaal verband bestaat tussen het ongeval en zijn nek-, schouder- en rugklachten, hoofdpijn

  2. VR 2022/125 Kop-staartbotsing vrachtauto auto; onvoldoende afstand; onnodig remmen.

    Jurisprudentie

    In 2019 is automobilist A aangereden door vrachtautochauffeur B. B reed op de N282. A reed vanaf een benzinestation de N282 op en is 60 meter vóór B ingevoegd. Ongeveer 190 meter verderop is A van achteren aangereden door B. Van het ongeval is een video-opname gemaakt met de dashcam in de cabine van de vrachtauto. Ook is een verkeersongevallenanalyse (VOA) opgesteld. A verzoekt een verklaring voor recht dat de WAM-verzekeraar van B (VB) aansprakelijk is voor de schade van A als gevolg van het ongeval. Volgens A heeft B onrechtmatig gehandeld door te weinig afstand te houden (in strijd met art

  3. VR 2022/126 Letselschadezaak; causaal verband; benoeming deskundige.

    Jurisprudentie

    In 2013 overkomt A een verkeersongeval. De stilstaande auto waarin A zit, wordt van achteren aangereden door een vrachtauto. De WAM-verzekeraar van de vrachtauto (B) erkent aansprakelijkheid voor de gevolgen van de aanrijding. A ervaart na de aanrijding nek-, schouder- en rugklachten. Sinds begin 2016 ontvangt A van het UWV op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid een WGA-uitkering. Op gezamenlijk verzoek van A en B voert X in 2016 een neurologische expertise uit. X stelt geen objectieve neurologische afwijkingen als gevolg van het ongeval vast. A verzoekt de rechtbank voor recht te

  4. VR 2022/129 Ongeval door rem-/uitwijkmanoeuvre wegens uitrijdende auto vanaf parkeervlak. Uitrijdende bestuurder maakt geen verkeersfout. Extreme rem-/uitwijkmanoeuvre in redelijkheid niet te verwachten.

    Jurisprudentie

    Op 17 december 2015 is X betrokken geraakt bij een aanrijding. Zij naderde enkele voor haar rechts, haaks op de weg gelegen parkeervlakken, toen Y achteruit de parkeervlakken kwam uitgereden en vlak voor de weg stopte. De auto's in de parkeervlakken naast Y ontnamen het zicht op de auto van Y en X schrok door de plotseling verschijnende auto. X remde, belandde in een slip en botste tegen de auto van A, op de andere weghelft. De auto van X was verzekerd bij TVM, die de bij A ontstane schade vergoedde. TVM wil de schade op ASR, bij wie de auto van Y was verzekerd, verhalen. Hiertoe stelt TVM dat

  5. VR 2022/13 Letselschade zelfstandige; verlies aan verdienvermogen; smartengeld.

    Jurisprudentie
    In 2012 rijdt een vrachtauto automobilist A aan. De WAM-verzekeraar van de vrachtauto (B) erkent aansprakelijkheid voor het ongeval. Ten tijde van het ongeval werkt A als zelfstandige. Hij houdt zich bezig met het verkopen en plaatsen van raamshutters. Ook is A eigenaar van vier bedrijfspanden die hij verhuurt. In 2016 en 2017 verkoopt A de panden aan derden. In juli 2018 verkoopt A zijn woning en verhuist hij met zijn gezin naar Spanje. In juni 2020 verhuizen zij terug naar Nederland. Om inzicht te krijgen in de klachten van A als gevolg van het ongeval, schakelen A en B orthopedisch chirurg
  6. VR 2022/130 Sprake van schade na ongeval? Inkomensverlies? Stelplicht, bewijslast en onderbouwing.

    Jurisprudentie

    Op 27 of 28 januari 2015 is X als bestuurder van een bestelbus betrokken geraakt bij een verkeersongeval. Bovemij erkent aansprakelijkheid voor het ongeval. Op de bij X gemaakte CT-scan en röntgenfoto waren geen afwijkingen aan de wervelkolom zichtbaar. Uit twee verrichte neurologische onderzoeken is slechts gebleken dat X spierklachten had. Uit de hierna gemaakte MRI zijn geen bijzonderheden gebleken. X stelt dat hij nek- en rugklachten heeft, inclusief een verdoofd gevoel en tintelingen aan de linkerarm en -hand. Daarnaast stelt hij dat hij hoofdpijn, concentratiestoornissen, pijn achter de

  7. VR 2022/131 Civiel hoger beroep na voegingsprocedure in strafzaak. Welke schadeposten vallen onder kosten van lijkbezorging? Sprake van rechtsverwerking?

    Jurisprudentie

    Op 26 februari 2018 heeft X een verkeersongeval veroorzaakt, waardoor de 16-jarige A is komen te overlijden. Moeder B is hierop met enkele andere familieleden teruggekeerd van vakantie in Turkije. De scooter van vader C, waar A op reed, raakte zwaar beschadigd. Het lichaam van A is naar Marokko overgebracht om te worden begraven. Een aantal in Nederland wonende familieleden is om deze reden naar Marokko gereisd. In de strafzaak tegen X hebben B en C via de voegingsprocedure een schadevergoedingsvordering aanhangig gemaakt, die door de rechtbank gedeeltelijk is afgewezen. B en C komen hiertegen

  8. VR 2022/132 Y rijdt over particulier terrein. Paard schrikt en komt ten val. Onnodig gevaar in het leven geroepen.

    Jurisprudentie

    X leidt paarden op voor de dressuursport op een terrein waarop zich onder meer paddocks en een stapmolen bevinden. Y verrichtte diverse werkzaamheden ten behoeve van de paardenhouderij van X. Op 21 februari 2017 reed Y met zijn auto naar de paardenhouderij. Om te voorkomen dat de paarden in de paddocks schrokken, nam Y niet de verharde weg over het terrein, maar reed hij over het onverharde pad tussen de rijbak en de stapmolen. De merrie die in de stapmolen stond, schrok hierdoor, is ten val gekomen en is gewond geraakt. De merrie is hierdoor niet meer als sportpaard te verkopen en haar

  9. VR 2022/133 Letselschade kind door trap paard; betekenis eerdere deelgeschilprocedure; bindende eindbeslissing.

    Jurisprudentie

    In 2016 gaan A en haar zesjarige dochter (D) op bezoek bij X en zijn vijfjarige zoon (Z). X en Z wonen in een boerderij. Na het avondeten lopen D en Z met toestemming van A en X naar een weiland verderop, om daar twee paarden een appel te voeren. Het ene (bruine) paard is eigendom van B en het andere (witte) paard is eigendom van C. A en X hebben de kinderen tweemaal gezegd dat zij niet bij de paarden in de wei mochten komen en dat zij voor het hek moesten blijven staan. D gaat echter toch het weiland met de paarden in. Zij wordt door een van de paarden tegen het hoofd getrapt en loopt

  10. VR 2022/134 Subjectieve klachten kunnen ook beperkingen opleveren als neurologisch substraat ontbreekt.

    Jurisprudentie

    X raakt op 22 mei 2015 betrokken bij een aanrijding, waarbij haar auto over de kop slaat. Allianz erkent aansprakelijkheid voor het ongeval. Op een later moment raakt X betrokken bij een tweede ongeval, waarvoor Univé aansprakelijkheid erkent. X heeft aan de ongevallen verscheidene fysieke en cognitieve klachten overgehouden. Ondanks verschillende onderzoeken kan geen neurologische oorzaak voor deze klachten worden vastgesteld. Allianz, Univé en X weten geen overeenstemming te bereiken over de afwikkeling van de schade. X vordert, onder meer, een verklaring voor recht dat sprake is van de in

  11. VR 2022/135 Ernstig letsel door aanrijding met trekker. Begroting schadevergoeding; verlies aan verdienvermogen; rekenrente; materiële schade; smartengeld.

    Jurisprudentie

    Op 18 mei 2012 is de 24-jarige X een ongeval overkomen. Een tegemoetkomende trekker week uit naar haar weghelft, met een frontale botsing tot gevolg. Haar auto werd 'geplet', waardoor het ongeveer twee uur duurde voordat hulpdiensten haar hieruit konden bevrijden. Zij is met een traumahelikopter naar het ziekenhuis gebracht, waar zij twee weken in coma is gehouden. Daarna heeft zij negen operaties ondergaan aan haar hoofd, schedel, armen en bovenbenen. X heeft aan het ongeval permanente en blijvende functiebeperkingen overgehouden. De trekker was verzekerd bij ASR, die aansprakelijkheid erkent

  12. VR 2022/136 Beet van paard; geen bedrijfsmatig gebruik; bezitter aansprakelijk; eigen schuld.

    Jurisprudentie

    A is eigenaresse van twee paarden: Zahori en Amarosso. Sinds medio juni 2015 stalt A deze paarden tegen betaling bij een trainings- en revalidatiecentrum dat een vriendin (B) exploiteert. Op 18 juli 2015 doet mevrouw X (op verzoek van A) grondwerk met Zahori in de buitenbak van het trainings- en revalidatiecentrum. Na het grondwerk loopt X langs de met bedrading afgezette paddocks, waar onder meer Amarosso staat. Er ontstaat een gevecht tussen Amarosso en Zahori, en Amarosso breekt door de bedrading van de paddock. C is op dat moment bezig met haar verzorgpaard en gaat naar buiten om X te

  13. VR 2022/137 Noodzakelijke verhuizing naar duurder huis na ongeval. Sprake van voordeel? Voordeelsverrekening redelijk?

    Jurisprudentie

    Op 2 februari 2015 heeft een ongeval plaatsgevonden. Door een tegenligger moest de auto waarin X op de passagiersstoel zat, uitwijken. Door gladheid op de weg is de auto vervolgens ter hoogte van X tegen een boom gebotst. Hierbij heeft zij een volledige dwarslaesie opgelopen, als gevolg waarvan zij blijvend rolstoelgebonden en zorgafhankelijk is. ASR erkent als WAM-verzekeraar aansprakelijkheid voor de schade van X. De nieuwe woning die X en haar echtgenoot voor € 157.000,- hadden gekocht, kan niet rolstoeltoegankelijk en -doorgankelijk gemaakt worden. X en ASR zijn het erover eens dat een

  14. VR 2022/138 Uitleg polisvoorwaarden AOV. Geen zuivere schade- of sommenverzekering, maar gemengd karakter. Voordeelsverrekening niet redelijk.

    Jurisprudentie

    In 2017 is X en Y een ongeval overkomen. De door Y bestuurde auto, met X als passagier, is van achter aangereden door een door A bestuurde auto. X heeft hier meerdere klachten aan overgehouden. De auto van A is verzekerd bij Baloise, die aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkent. X en Y hebben zich voor afwikkeling van de schade eerst gewend tot hun SVI-verzekeraar ZLM. ZLM wikkelt de schade af met een slotuitkering, waarbij ze haar uitkering aan X deels met de door hem ontvangen AOV-uitkering verrekent. X en Y wenden zich tot Baloise voor de verdere afwikkeling van de schade

  15. VR 2022/139 X krijgt trap van paard. Wie is aansprakelijk/bedrijfsmatig gebruiker? Causaliteitsverdeling/eigen schuld. Toekenning smartengeld.

    Jurisprudentie

    Op 4 juli 2019 is X een ongeval overkomen. Zij ging naar de stal van Y om het paard van A zadelmak te maken. Hierbij is zij door het paard tegen haar hoofd getrapt, waarna zij bewusteloos is geraakt en naar het ziekenhuis werd gebracht. Daar is de wond aan haar hoofd onder narcose gehecht. Zij heeft hier een litteken aan overgehouden en misschien is op een later moment nog een operatie nodig om haar gehoorgang weer open te maken. A wijst als eigenaar van het paard aansprakelijkheid van de hand, aangezien Y ten tijde van het ongeval als bedrijfsmatig gebruiker aansprakelijk zou zijn. X verzoekt

  16. VR 2022/14 Busje rijdt tegen dranghek; wegbeheerder aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    In 2019 vonden snoeiwerkzaamheden plaats in de gemeente Berg en Dal. Een medewerker van de gemeente had in verband met de snoeiwerkzaamheden een dranghek van 2,5 meter breed op straat X geplaatst. Straat X is 4,5 meter breed. Aan weerszijden zijn fietssuggestiestroken aangebracht. Het hek stond dwars op de weg, met één poot in de berm en de andere poot op ongeveer 20/30 cm van het midden van de weg, op de eigen weghelft. Het hek had aan één zijde reflectoren en een verkeersbord. Die waren zichtbaar voor bestuurders die vanaf straat Y straat X wilden oprijden. A reed met zijn busje vanaf zijn
  17. VR 2022/142 Verkeersongeval. Beide bestuurders maakten verkeersfout. Bewijslevering geslaagd? Mate van eigen schuld?

    Jurisprudentie

    Op 16 april 2017 wil X in de bebouwde kom linksaf slaan, wanneer Y hem inhaalt. De auto's botsen en Y raakt zwaargewond. Ze hebben beiden verkeersfouten gemaakt: X had Y ingevolge art. 18 lid 1 RVV voor moeten laten gaan en Y reed, met een snelheid van ongeveer 80 km/u, te hard. In een tussenarrest komt het hof tot de conclusie dat beide bestuurders verkeersfouten hebben gemaakt. X en zijn verzekeraar, Allianz, worden in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren dat X zijn richtingaanwijzer heeft gebruikt. Het hof oordeelt dat X en Allianz dit bewijs niet geleverd hebben en oordeelt dat Y 2

  18. VR 2022/143 Verzekeringsrecht; misleiding verzekeraar; benadeelde presenteert namaakartikelen als designerkleding.

    Jurisprudentie

    Op 1 mei 2015 vindt een aanrijding plaats tussen een snorfietser (A) en een fietser (B). De aansprakelijkheidsverzekeraar van B (VB) erkent aansprakelijkheid voor het ongeval. A claimt bij VB schade aan zijn scooter, jas, broek en zonnebril. Een taxateur (X) maakt in opdracht van A een taxatierapport op aan de hand van foto's van de goederen. Volgens dit rapport bedraagt de dagwaarde van de Gucci leren jas € 1.250, van de Kenzo broek € 175 en van de Cartier zonnebril € 575. Eerder dat jaar (januari 2015) had A de jas laten taxeren door Y, eveneens aan de hand van toegezonden foto's. Y schat de

  19. VR 2022/144 Snorfietser aangereden door vrachtwagen. Verzekeraar stelt gemeente aansprakelijk. Gebrekkige verkeersinstallatie?

    Jurisprudentie

    Op 1 april 2016 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden tussen snorfietser A en vrachtwagenchauffeur B, waarbij A ernstig en blijvend letsel oploopt. WAM-verzekeraar ASR betaalt schadevergoeding aan A. ASR meent dat het ongeval is ontstaan door een gebrekkige verkeersinstallatie en vordert, onder meer, een verklaring voor recht dat de gemeente Dordrecht, als bezitter van de opstal, aansprakelijk is. De rechtbank wijst de vorderingen af en overweegt hiertoe als volgt. Op de wegbeheerder rust de plicht ervoor te zorgen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen en zaken niet in

  20. VR 2022/145 Ongeval door onduidelijke verkeerssituatie. Gemeente aansprakelijk wegens gebrekkige weginrichting.

    Jurisprudentie

    Op 26 april 2016 vond een verkeersongeval plaats, waarbij motorrijder X en autorijder A betrokken waren. X liep hierbij letsel op. X vordert in deze procedure, onder meer, een verklaring voor recht dat de gemeente aansprakelijk is op grond van art. 6:174 BW, dan wel art. 6:162 BW. Hij stelt dat de weginrichting gebrekkig is, nu de verkeerssituatie bij het kruispunt waar het ongeval heeft plaatsgevonden onduidelijk en gevaarlijk is. De geparkeerde auto's ontnamen namelijk het zicht op het geplaatste waarschuwingsbord J8 en op (het verkeer komend uit) de zijstraat. De rechtbank verklaart voor

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!