Zoeken

214 resultaten gevonden

  1. VR 2022/82 Voertuig met scherpe delen. Uitrustingsstuk.

    Jurisprudentie

    De betrokkene reed met een tractor waaraan aan de achterzijde van een verwisselbaar uitrustingsstuk scherpe haken/metalen pinnen zaten die buiten het voertuig uitstaken. Op grond hiervan is aan de betrokkene een sanctie opgelegd ter zake van het als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het voertuig scherpe delen heeft (feitcode N480A; art. 5.8.48, eerste lid, Regeling voertuigen). Nu de scherpe delen niet aan het voertuig zaten maar aan het werktuig dat een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk is zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, moeten de feitcode en de

  2. VR 2022/83 Rijden door rood. Passeren stopstreep of verkeerslicht.

    Jurisprudentie

    Op de eerste foto is het voertuig van de betrokkene te zien terwijl het zich nog in zijn geheel vóór de stopstreep en het (rood licht uitstralende) verkeerslicht bevindt. De remlichten van het voertuig lichten op. Op de tweede foto, die 1 seconde later is genomen, is te zien dat het voertuig zich nauwelijks heeft verplaatst. De remlichten van het voertuig zijn nog steeds opgelicht. De voorwielen van het voertuig staan mogelijk net op of voorbij de stopstreep. Het verkeerslicht bevindt zich op korte afstand na de stopstreep. Op grond hiervan kan niet worden vastgesteld dat het voertuig van de

  3. VR 2022/84 Bouw of inrichting van voertuigen. Voldoende zicht?

    Jurisprudentie

    De op artikel 5.1.1, eerste lid, onder c in verbinding met artikel 5.2.42, tweede lid, van de Rv gebaseerde feitcode N420b ziet op aan de bouw en inrichting van het voertuig, waaronder de ruiten van het voertuig, te stellen eisen, terwijl de op artikel 5.18.4, onder a, van de Rv gebaseerde feitcode P041a ziet op eisen in verband met het gebruik van het voertuig. De gedraging die volgens de ambtenaar heeft plaatsgevonden - rijden met een motorrijtuig terwijl een tafel op het dashboard het zicht van de bestuurder beperkte met 3 meter - betreft niet het niet voldoen aan de eisen van de bouw en

  4. VR 2022/85 Dood door schuld. Roekeloosheid. Straatrace?

    Jurisprudentie

    De verdachte heeft zich als bestuurder van een auto roekeloos gedragen. Binnen de bebouwde kom heeft de verdachte met een snelheid van tussen de 147 km/uur en 168 km/uur gereden daar waar een maximumsnelheid van 50 kilometer gold. Hij heeft zich daarbij laten leiden door het rijgedrag van een andere bestuurder. Nadat hij deze bestuurder met zeer hoge snelheid heeft ingehaald, heeft hij waargenomen dat het latere slachtoffer doende was de weg over te steken. Anticiperend daarop heeft hij een stuurbeweging naar links gemaakt, als gevolg waarvan hij in botsing is gekomen met slachtoffer 1

  5. VR 2022/86 Rijden zonder rijbewijs. Recidive. Samenloop.

    Jurisprudentie

    Op grond van het bepaalde in de artikelen 9 lid 2 en 176 lid 4 van de Wegenverkeerswet 1994 (zoals geldend ten tijde van het toen aan de orde zijnde feit), in verband met de artikelen 57 en 63 WvSr, zou bij een gelijktijdige bestraffing van de bewezenverklaarde misdrijven (rijden zonder geldig rijbewijs), voor alle feiten tezamen een gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden kunnen worden opgelegd. Dit betekent dat er, gelet op eerdere veroordelingen, geen ruimte meer bestaat een gevangenisstraf of werkstraf op te leggen.

  6. VR 2022/87 Veiligheid op de weg. Kop-staartbotsing. Schuivende lading.

    Jurisprudentie

    De verdachte botste met de door hem bestuurde vrachtwagen op een andere vrachtwagen die een noodstop maakte. Door de botsing schoof de lading van verdachtes vrachtauto naar voren en doodde de bijrijder. De verdachte hield gelet op de verkeerssituatie een passende afstand tot die voor hem rijdende vrachtauto. Tijdens het rijden, kort voor de botsing, keek de verdachte in zijn linker buitenspiegel. Dat was in de onderhavige situatie geen gevaarzettend gedrag. De verdachte heeft niet een of meer verkeersregels overtreden of een verkeersfout gemaakt. Volgt vrijspraak van art. 5 WVW 1994.

  7. VR 2022/88 Tijdens proefrit ontstaat brand in auto. Is de auto gebrekkig?

    Jurisprudentie
    X en Y maken een proefrit in de auto van Y. De auto van Y is zowel door de vorige eigenaar als door Y zelf getuned. Nadat de motor een tweede keer afslaat, ontstaan er vlammen bij het herstarten van de auto. X loopt flinke brandwonden op, waardoor hij een maand in het brandwondencentrum moet verblijven en huidtransplantaties moet ondergaan. Na het ongeval laat Y de auto afvoeren en vernietigen. X laat door bureau A onderzoek doen naar de oorzaak van de brand en Y door bureau B. X vordert een verklaring voor recht dat Y op grond van art. 6:173 BW aansprakelijk is voor de schade van X als gevolg
  8. VR 2022/89 Auto-ongeluk; geen doorbreking causaal verband.

    Jurisprudentie

    In 2011 veroorzaakt een verzekerde van B een auto-ongeluk, waarbij mevrouw A betrokken raakt. B erkent aansprakelijkheid voor de schade als gevolg van het ongeluk. Na het ongeluk heeft A pijnklachten en ervaart zij beperkingen bij nek-, schouder- en rugbelastende activiteiten. A vordert van B vergoeding van diverse schadeposten. B verweert zich met de stelling dat het causale verband tussen de klachten en het ongeluk op 13 januari 2013 is doorbroken, omdat A op die dag is gevallen, waardoor A's klachten zijn verergerd. De rechtbank overweegt als volgt. Dat door een val een verergering van

  9. VR 2022/90 Bus rijdt over voet van X heen. Geen overmacht, geen aan opzet grenzende roekeloosheid, wel eigen schuld. Billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie
    Op 17 juni 2018 heeft X, portier bij een Rotterdamse club, 's nachts ruzie op straat met een klant van de club. Een bus van RET haalt op dat moment een stilstaande taxi in. De bus raakt X, die hierdoor ten val komt, waarna de bus over de voet van X heen rijdt. X vordert, onder meer, een verklaring voor recht dat RET aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval. RET doet primair een beroep op overmacht, subsidiair op aan opzet grenzende roekeloosheid van X en meer subsidiair op eigen schuld van X. De rechtbank wijst de vordering toe en verklaart voor recht dat RET, na billijkheidscorrectie
  10. VR 2022/91 Fietsongeval; bladeren op fietspad; provincie niet aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    In 2016 fietst A met zijn collega's X en Y op een eenrichtingsfietspad naar huis. Het fietspad is deels bezaaid met (natte) bladeren en takken. In het linker deel van het fietspad is een smalle bladvrije strook. A, X en Y fietsen achter elkaar op deze bladvrije strook. A fietst voorop. A, X en Y wijken op enig moment uit naar het (met bladeren bedekte) rechter deel van het fietspad, om een van achteren naderende scooter te laten passeren. Na het passeren wil A terugsturen naar het linker deel. Hierbij komt A ten val en loopt hij letsel op. A stelt provincie B (eigenaar van het fietspad)
  11. VR 2022/92 Klapband veroorzaakt ongeval. Geen onrechtmatige daad. Overmacht.

    Jurisprudentie

    Op 20 augustus 2018 krijgt automobilist X een klapband, als gevolg waarvan hij tegen de auto van Y aanrijdt. De verzekeraar van Y, Univé, stelt de verzekeraar van X, Baloise, aansprakelijk. Baloise wijst aansprakelijkheid af, waarop Univé naar de rechter stapt. Univé vordert schadevergoeding en stelt dat X onrechtmatig heeft gehandeld tegen Y. Baloise doet een beroep op overmacht. De rechtbank wijst de vorderingen van Univé af en overweegt hiertoe als volgt. In beginsel kan een aanrijding een onrechtmatige daad opleveren. Een geslaagd beroep op overmacht ontneemt echter de onrechtmatigheid aan

  12. Wonen en letselschade: alle hens aan dek

    VR-kort
    Artikel
    19 januari 2022
    Wonen is belangrijk. Niet voor niets is het als sociaal grondrecht terug te vinden in de Grondwet. Als door letselschade het wonen in gevaar dreigt te komen, doordat het slachtoffer geen trap meer kan lopen, de keuken niet geschikt is voor de rolstoel, er geen slaapkamer op de begane grond moet komen etc., dan is het terecht alle hens aan dek. De kosten van woningaanpassingen en noodzakelijke verhuizing staan centraal in het themanummer van Letsel & Schade. Ergotherapeut Linda Renders en bouwkundige Ed Bijman leggen uit wat hun rol is als het gaat om aanpassing van de woning. Als aanpassing
  13. Zaaksbeschadiging in het verzekeringsrecht: geen verminderde functionaliteit vereist

    VR-kort
    Artikel
    15 maart 2022
    Mr. dr. W.C.T. Weterings Veel schadeverzekeringen geven dekking voor zaakschade waarmee de verzekerde direct of indirect wordt geconfronteerd en waardoor diens vermogen wordt aangetast. Bij first party-verzekeringen gaat het dan om eigen zaakschade, bijvoorbeeld schade door brand aan een gebouw van verzekerde. Bij third party-verzekeringen betreft het zaakschade van derden waarvoor de verzekerde aansprakelijk wordt gesteld. Sinds jaar en dag verschillen verzekerden en verzekeraars echter geregeld van mening over de uitleg van het begrip beschadiging en bijgevolg over de vraag of in een

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!