Zoeken

116 resultaten gevonden

  1. VR 2024/131 Prejudiciële vragen gezondheidsrecht. Toestemming van patiënt voor inzage dossier.

    Jurisprudentie

    Een patiënte heeft een ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor een medische fout tijdens een operatie. Het ziekenhuis heeft vervolgens de patiënte gevraagd om toestemming om medische gegevens te delen met de medisch adviseur van hun aansprakelijkheidsverzekeraar. De advocaat van de patiënte heeft uitsluitend toestemming gegeven voor de medisch adviseur. Toch had een jurist die betrokken was bij de claim toegang tot haar medisch dossier. Het ziekenhuis kon niet vaststellen of de verwijten van patiënte terecht waren en heeft zich gewend tot de rechtbank. Naar aanleiding van deze situatie heeft de

  2. VR 2024/132 Val van fiets door stoepbord met linten. Aansprakelijkheid winkelier en verzekeraar.

    Jurisprudentie

    Op 1 juli 2020 kwam appellante ten val toen zij op haar e-bike reed. Ze liep hierbij een gecompliceerde breuk aan haar linker onderbeen op. Zij schrijft dit toe aan de gevaarlijk wapperende linten aan een stoepbord van de winkel van geïntimeerde. Zij heeft geïntimeerde en haar aansprakelijkheidsverzekeraar Achmea aansprakelijk gesteld voor de geleden en nog te lijden schade. Er is nog geen sprake van een medische eindsituatie. Achmea wees de aansprakelijkheid af en stelt dat er sprake was een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De rechtbank wees haar eerdere vorderingen af. Middels

  3. VR 2024/133 Bekende derde, mededelingsplicht verzekeringnemer, opzet om te misleiden, verval van recht op uitkering.

    Jurisprudentie

    Op 1 januari 2019 was A, in de uitspraak genoemd geïntimeerde 4, betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval als passagier met een Citroën Xsara Picasso, bestuurd door haar zus. De auto is meerdere keren over de kop geslagen. A raakte bekneld en liep wervelfracturen op, resulterend in een incomplete dwarslaesie. Na operatie en revalidatie verblijft ze nu in een aangepaste woning met 24-uurs zorg. Op het moment van het ongeval was A 50 jaar oud en stond ze onder beschermingsbewind. De auto was tot 6 december 2018 geregistreerd op naam van C. Op het moment van het ongeval stond de auto op naam

  4. VR 2024/134 Ongeval tussen minderjarige op elektrische fiets en auto. Aansprakelijkheid ouders.

    Jurisprudentie

    Op 9 juni 2022 vond in Amsterdam een aanrijding plaats tussen een minderjarige jongen op zijn elektrische fiets en een bestelauto. Het ongeval vond plaats op de Gerda Brautigamstraat. Het betreft een voorrangsweg en dit is aangegeven met borden en haaientanden op het fietspad. De jongen stak zonder voorrang te verlenen over en botste tegen eiser in zijn bestelauto. De politie heeft een proces-verbaal opgemaakt. In het getekende aanrijdingsformulier heeft eiser schade gemeld aan zijn motorkap, voorbumper en kentekenplaat. Via Univé Services B.V. heeft hij een schadecalculatie laten opstellen en

  5. VR 2024/135 Eenzijdig verkeersongeval. Verhaalsrecht WAM-verzekeraar op nabestaanden.

    Jurisprudentie

    In de nacht van 23 op 24 november 2018 heeft X met te veel alcohol op een auto bestuurd en een eenzijdig ongeval veroorzaakt waarbij een inzittende overleden is. De verzekeraar van X, De Vereende, heeft een schadevergoeding betaald aan de nabestaanden van het slachtoffer. De verzekeraar verhaalt nu de uitgekeerde schade en gemaakte kosten op X. Daar is X het niet mee eens en hij stelt dat het niet vast is komen te staan dat het ongeval is veroorzaakt door zijn alcoholgebruik. Op basis van artikel 8 WVW 1994 is het verboden om een voertuig te besturen onder invloed van te veel alcohol. De Hoge

  6. VR 2024/136 Verkeersongeval minderjarige. Vaststellen van schade. Berekening verlies van arbeidsvermogen.

    Jurisprudentie

    In deze zaak vordert X vergoeding voor de schade als gevolg van het verkeersongeval op 2 april 1999. X was destijds 11 jaar oud en werd die dag op zijn fiets aangereden door een streekbus. Hij kwam zodanig ten val dat hij aan het ongeval zwaar en blijvend hersenletsel overgehouden heeft. De rechtsvoorgangster van Allianz heeft aansprakelijkheid erkend, waarna de verdere schaderegeling op gang is gekomen. Een kinderneuroloog concludeerde in 2014 dat er sprake is van 58% blijvende functionele invaliditeit en dat X permanent afhankelijk is van een verblijf in een gezinsvervangend tehuis zonder

  7. VR 2024/137 Deelgeschil. Ongeval fietser - stadsbus. Gegrond beroep op overmacht.

    Jurisprudentie

    Op 10 juli 2020 stak X met haar elektrische (vouw)fiets de Vleutenseweg in Utrecht over. Ondanks het rode verkeerslicht voor fietsers kwam X met haar voorwiel in aanraking met de rechterzijkant van de bus die over de busbaan reed. De oversteekplaatsen op de plek van het ongeval zijn voorzien van verkeerslichten en haaientanden. X liep ernstig schedel- en hersenletsel op en is volledig arbeidsongeschikt geraakt. In deze procedure treedt Intermont als de gevolmachtigde van de WAM-verzekeraar van de vervoersmaatschappij op. X verzoekt de rechtbank om voor recht te verklaren dat Intermont gehouden

  8. VR 2024/16 Vasthouden mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Smartwatch. Mobiele telefoon.

    Jurisprudentie

    De betrokkene heeft een boete opgelegd gekregen voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. De gemachtigde van de betrokkene beweert dat de betrokkene een Apple Watch om zijn pols droeg die licht uitstraalde. De betrokkene bracht deze Apple Watch dicht bij zijn gezicht. Het licht dat de ambtenaar waarnam moet afkomstig zijn geweest van deze Apple Watch. De ambtenaar zou de Apple Watch bij vergissing hebben aangezien als mobiel elektronisch apparaat. Een smartwatch is echter uitgezonderd van artikel 61a RVV 1990, aldus de gemachtigde. De nota van toelichting bij

  9. VR 2024/17 Bewijs vasthouden elektronisch apparaat tijdens het rijden.

    Jurisprudentie

    Betrokkene is per beschikking een sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een elektronisch apparaat tijdens het rijden. Volgens betrokkene lag diens mobiele telefoon thuis en betrof het een haarborstel. Betrokkene bood de ambtenaar aan om de auto te doorzoeken om dit te controleren, dit werd geweigerd. De ambtenaar zou het vasthouden van het apparaat gezien hebben terwijl de betrokkene stelt dat de ambtenaar erg snel is langsgereden. De ambtenaar meent onbelemmerd zicht te hebben gehad voor twee seconden en hierbij een donker apparaat bij de mond te hebben waargenomen. Bij het gesprek met

  10. VR 2024/18 Parkeergelegenheid. Bestemd voor bepaalde voertuigcategorie.

    Jurisprudentie

    Het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd op een parkeergelegenheid bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen, terwijl het voertuig van de betrokkene geen elektrisch voertuig betrof. Volgens de gemachtigde van de betrokkene is ten onrechte een sanctie opgelegd, omdat ter plaatse geen bord E8 aanwezig was waarop werd aangegeven dat de parkeergelegenheid alleen was bestemd voor een bepaalde categorie voertuigen. Dat het ging om een parkeergelegenheid voor het opladen van elektrische voertuigen, werd aangegeven door middel van een bord E4 met een onderbord met daarop de tekst

  11. VR 2024/19 Vermindering verkeersboete en proceskosten bij te late uitspraak.

    Jurisprudentie

    De kantonrechter vermindert ambtshalve de verkeersboete vanwege een te late uitspraak in de zaak. De kantonrechter beslist echter niet dat de proceskosten moeten worden vergoed voor de fase waarin te laat uitspraak wordt gedaan. Hierbij gaat de kantonrechter in op zogeheten no cure no pay-bureau's die vele Wet Mulderzaken voeren. Volgens de rechter is het niet redelijk om een proceskostenvergoeding toe te kennen als de reden daarvoor mede in procedeergedrag is gelegen.

  12. VR 2024/20 Causaal verband, Whiplash Associated Disorder, motiveringsklachten, letselschade.

    Jurisprudentie

    Eiser bezit sinds 2003 een motor- en autorijschool. In 2011 werd hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt vanwege een nekhernia, beoordeeld door De Amersfoortse Verzekeringen. Hij ging deeltijd werken als vrachtwagenchauffeur. In 2012 werd eiser tijdelijk volledig arbeidsongeschikt na een pijnlijke beweging tijdens een rijles. Op 19 mei 2012 raakte hij betrokken bij een ongeval door een bij Vivium verzekerde automobilist. De aansprakelijkheid voor dit ongeval werd door Vivium erkend. De Amersfoortse verhoogde later het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser door toegenomen klachten. Eiser

  13. VR 2024/21 Bootongeval. Personenschade. Verjaringstermijn vordering.

    Jurisprudentie

    Op 2 augustus 2014 vond een aanvaring plaats op de Vinkeveense Plassen tussen een speedboot bestuurd door de stuurman en een sloep met het slachtoffer en vrienden. Twee vrienden van het slachtoffer zijn hierbij overleden. De stuurman is veroordeeld voor dood door schuld, veroorzaken van gevaar met een vaartuig en het niet verlenen van hulp als schipper. Het slachtoffer voegde zich in de strafzaak maar zijn verzoek om vergoeding van inkomensschade werd niet-ontvankelijk verklaard. Het slachtoffer startte een civiele zaak om de stuurman aansprakelijk te stellen en schadevergoeding te eisen. De

  14. VR 2024/22 Kopstaartbotsing. Voertuigschade. Total loss. Geen onrechtmatige daad.

    Jurisprudentie

    Op 13 augustus 2019 vond er een kopstaartbotsing plaats op de N59 tussen een Opel Corsa van Directlease, bestuurd door mevrouw X, en een Opel Combo Van, bestuurd door gedaagde sub 1. De botsing gebeurde op de N59 tussen de zijweg naar Sint-Philipsland en hectometerpaal 32.4, in de richting van Bruinisse. De N59 is een voorrangsweg met één baan buiten de bebouwde kom, waar ter hoogte van de kruising een maximumsnelheid van 70 km per uur geldt. Vlak voor en na de kruising geldt een maximumsnelheid van 100 km per uur. Er is een uitvoegstrook vanaf de N59 om af te slaan naar de zijweg en deze is

  15. VR 2024/23 In scène gezette aanrijding. Bewijslast en bewijsvermoeden. Waardering bewijsmiddelen.

    Jurisprudentie

    Op 25 augustus 2010 heeft Nationale Nederlanden (hierna: NN), de verzekeraar van X, een schadeformulier ontvangen, waarop staat ingevuld dat op 25 augustus 2010, om 21:30 uur, een aanrijding heeft plaatsgevonden waarbij X en A betrokken waren. NN laat onderzoek doen naar de toedracht en laat een ongevalsanalyse verrichten. NN weigert aan A uit te keren, omdat niet is komen vast te staan dat de aanrijding heeft plaatsgevonden zoals door A en X is opgegeven op het schadeformulier. Enige tijd later keert NN toch zowel aan X als A de volledige schadevergoeding uit. Op 13 januari 2015 heeft een

  16. VR 2024/24 Deelgeschil, buitengerechtelijke erkenning aansprakelijkheid door verzekeraar, eigen schuld.

    Jurisprudentie

    Op 20 april 2021 was X (verzoeker) betrokken bij een verkeersongeval in Mook. Hij reed op zijn motor en botste met een auto bestuurd door Y. X liep letsel op, waaronder hersenletsel en stelt hierbij Unigarant aansprakelijk. Unigarant erkende aansprakelijkheid, maar trok dit later in na VOA-rapport van eind 2022 waaruit blijkt dat X te snel reed en de Citroën geen voorrang verleende. X vraagt de rechtbank in een deelgeschil om te beslissen dat Unigarant onterecht aansprakelijkheidserkenning heeft ingetrokken. Tevens eist hij volledige vergoeding van zijn schade (100%) en verzoekt de kosten van

  17. VR 2024/25 X valt op gladde coating galerijflat. Veiligheidsnormen. Verhuurder aansprakelijk. Eigen schuld.

    Jurisprudentie

    Op 1 november 2020 is X op de galerijvloer bij haar woning uitgegleden en heeft zij haar rechterheup gebroken. Zij stelt dat de coating op de galerijvloer te glad is en stelt de verhuurder, Fien Wonen, aansprakelijk. De rechtbank verklaart voor recht dat Fien Wonen aansprakelijk is wegens het in stand laten van de gevaarlijke situatie op de galerij en bepaalt dat zij 80% van de schade van X dient te vergoeden. Hiertoe overweegt zij als volgt. De omstandigheid dat een opstal in algemene zin voldoet aan geldende veiligheidsvoorschriften, staat niet in de weg aan het oordeel dat de opstal

  18. VR 2024/26 Verkeersongeval, getuigenverhoor, aansprakelijkheid, eigen schuld.

    Jurisprudentie
    Op 20 januari 2018 is A als voetganger betrokken geweest bij een verkeersongeval. Een personenauto, bestuurd door B, heeft A aangereden, wat resulteerde in hersenletsel en volledige arbeidsongeschiktheid. Het ongeval vond plaats op de Rosestraat te Rotterdam, waarbij A het zebrapad overstak en werd aangereden door de auto van B, die vanuit de Roentgenstraat kwam. De auto was verzekerd bij Unigarant volgens de WAM. Ten tijde van het ongeval stond een bestelbus van C geparkeerd tussen de rechter rijbaan en het fietspad, op een laad- en losstrook en aan het einde van het zebrapad. Direct na het
  19. VR 2024/27 Eenzijdig scooterongeval. Alcoholgebruik en aansprakelijkheid. Omkeringsregel.

    Jurisprudentie

    In de nacht van 25 mei 2017 heeft verzoekster een scooterongeval gehad. Ze reed samen met de heer B op de scooter en bij het oversteken van de spoorwegovergang kwam het voorwiel van de scooter in een gat in de weg terecht waardoor ze ten val kwamen. Verzoekster liep hierbij hoofdletsel op. De scooter was WAM-verzekerd bij Univé op naam van de moeder van de heer B die destijds zeventien jaar oud was. Zij heeft het ongeval bij Univé gemeld, maar er is discussie ontstaan over wie aansprakelijk is voor de schade. Er zijn tegenstrijdige getuigenverklaringen over wie de bestuurder was en of ze

  20. VR 2024/29 Oplegging bestuursrechtelijke maatregel. Eigen beoordeling bestuursrechter van niet inachtneming 20-minutenregel bij ademonderzoek.

    Jurisprudentie

    Besluit tot oplegging onderzoek naar alcoholgebruik naar aanleiding van resultaat van bij scooterbestuurder afgenomen ademonderzoek. Betekenis van onduidelijkheid over begintijdstip van bij ademonderzoek in acht te nemen 20-minutentermijn voor de bevoegdheid deze maatregel op te leggen. Afdeling herhaalt eerdere rechtspraak dat voor het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel onder bepaalde omstandigheden mag worden afgeweken van de 20-minutentermijn en beoordeelt alle relevante omstandigheden van dit geval.

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!