Is een letselschade-uitkering verknocht?

Mr. E.M. Kostense
In deze bijdrage wordt onderzocht of een letselschaderechthebbende de bij een vaststellingsovereenkomst bepaalde uitkering ineens bij echtscheiding moet delen met zijn echtgenoot. Of, met andere woorden, bij de ontbinding van de gemeenschap een letselschade-uitkering verknocht is. Daartoe wordt eerst een overzicht van de criteria die van belang zijn bij het beoordelen van de verknochtheid gegeven. Aan de orde komen vervolgens het smartengeld, de geldsom, het verlies van verdienvermogen en het tijdstip van uitkering. Aan de hand van vier recente praktijkvoorbeelden wordt getoond dat de omstandigheden van het geval uiteindelijk de doorslag kunnen geven bij de vraag of een zaak verknocht is en of tijdens de ontbinding van de huwelijksgemeenschap die verknochtheid nog steeds aan de orde is. Tot slot wordt nog aandacht besteed aan de samenstelling van de letselschade-uitkering. Geconcludeerd wordt dat het in de letselschadepraktijk van belang is dat bij een uitkering de vermogensrechtelijke situatie van de rechthebbende een rol speelt (gehuwd, en zo ja welk huwelijksregime). Betoogd wordt dat verzekeringsmaatschappijen niet zouden moeten kunnen volstaan met het uitkeren van een lumpsum in het kader van een vaststellingsovereenkomst, maar de uitkering moeten specificeren zodat alle elementen in een later stadium kunnen worden herleid. Afgesloten wordt met een concretisering van deze conclusies in enkele aanbevelingen voor de praktijk.

Bron: 
Tijdschrift Letselschade in Praktijk 2017, afl. 2