Expert shopping en de tuchtrechter

Mr. P. van der Nat
Mag een advocaat die namens de verzekeraar voor een ziekenhuis optreedt buiten de patiënt om aan een arts de opdracht geven om op basis van medische stukken een deskundigenbericht uit te brengen? En mag de arts die opdracht aannemen en uitvoeren zonder de patiënt daarin te kennen? De patiënt die door de haar betreffende rapportage werd verrast diende tuchtklachten in tegen de advocaat en tegen de twee artsen die de betreffende opdrachten aanvaardden en uitvoerden. De klachten werden afgewezen. De vraag is of de tuchtrechter wel voldoende rekening heeft gehouden met het recht op bescherming van persoonsgegevens.
De bescherming van persoonsgegevens is geregeld in art. 10 lid 3 Grondwet. Dit is nader uitgewerkt in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De kern van de wettelijke regeling is: persoonsgegevens moeten transparant, eerlijk en rechtmatig worden verwerkt; de betrokkene moet van de verwerking van zijn gegevens op de hoogte zijn; door het inzagerecht kan de betrokkene de juistheid van de verwerking zelf controleren; de betrokkene heeft correctierecht. Het is dus een sluitend systeem.
In de Wbp wordt onderscheid gemaakt tussen persoonsgegevens en bijzondere persoonsgegevens. De bijzondere persoonsgegevens, waaronder medische gegevens, worden extra beschermd. Onderdeel van de extra bescherming is dat de verwerking van bijzondere persoonsgegevens in beginsel is verboden. De Wbp regelt ook voor welke gevallen het verbod niet geldt. Tot de uitzonderingen voor wat betreft het verwerkingsverbod behoort dat het verbod niet geldt als dat noodzakelijk is in verband met een procedure. Dat noodzakelijkheidsvereiste vergt dat er in het kader van de proportionaliteit een belangenafweging plaatsvindt en voorts dat er geen voor de betrokkene minder bezwarend alternatief is. Als niet aan de noodzakelijkheidseis wordt voldaan, dan blijft het verbod gelden. Indien het verwerkingsverbod ter zijde wordt gesteld, geldt nog steeds dat de verwerking van de persoonsgegevens behoorlijk en rechtmatig moet zijn.
De Wbp regelt ook dat de betrokkene ervan op de hoogte moet zijn dat zijn gegevens worden verwerkt, opdat hij de mogelijkheid heeft zijn rechten uit te oefenen. Die meldingsplicht geldt ook in het geval een verwerkingsverbod terzijde wordt gesteld.
De conclusie is dat de advocaat de medische gegevens, zonder uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene, niet aan een ‘eigen’ deskundige mag sturen. De arts aan wie de gegevens gezonden worden, mag deze zonder de uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene niet verwerken. Bovendien dient de arts de betrokkene te informeren dat hij de gegevens van de advocaat, ter verwerking, heeft ontvangen. Verwerking van de gegevens zonder dat de betrokkene dit weet is geen rechtmatige verwerking in de zin van de Wbp.

Bron: 
Letsel & Schade 2017, afl. 1, p. 39-43