Verkeersrecht 2026-4

Editie
VR 2026-4-cover
Datum uitgave: 

VR 2026/49 Begrip ‘roekeloosheid’ conform artikel 7:952 BW. Botsing auto’s. Eigen schuld voorligger.

Jurisprudentie

Appellanten houden zich voor werk bezig met goederenvervoer over de weg. In januari 2021 botste A met zijn Dodge Ram achterop een auto die zonder verlichting vanaf een tankstation de weg opreed. De Dodge Ram was WA-verzekerd bij Allianz. Met de bestuurder van de aangereden auto is een minnelijke regeling getroffen, waarbij 75% van diens schade is vergoed door Allianz. Op de verzekering waren de voorwaarden BST16 van toepassing, waarin dekking bij opzet of roekeloosheid is uitgesloten, een mededelingsplicht geldt en een verhaalsrecht is opgenomen bij uitkering op grond van de WAM zonder dekking

VR 2026/50 Snelheidsovertreding. Roekeloosheid bestuurder. Regresblokkade niet van toepassing.

Jurisprudentie

Op 18 juni 2023 liet A (eiser 1) zijn zoon B (gedaagde 2) met toestemming in zijn Bentley rijden. Deze was bij Ansvar verzekerd onder de allrisk Prima XL autoverzekering. In de polisvoorwaarden is opgenomen dat schade niet wordt vergoed als deze is veroorzaakt door opzet, grove schuld of roekeloos gedrag. Tijdens het rijden op de vierde rijstrook botste hij tegen de achterkant van een Jaguar die net een inhaalmanoeuvre had uitgevoerd. Ansvar is ook de verzekeraar van de aangereden Jaguar en had een onderzoeksbureau ingeschakeld om de toedracht van het ongeval te analyseren. Op basis van de

VR 2026/51 Dodelijk verkeersongeval. Verhaalsrecht WAM-verzekeraar op bestuurder.

Jurisprudentie

Op 28 januari 2019 veroorzaakte A een ernstig verkeersongeval op de A7 bij Den Oever, waarbij hij met een snelheid van ongeveer 200 km/u zonder te remmen op een bestelauto botste. De bestuurder van de bestelauto kwam hierdoor om het leven. A had voorafgaand aan het ongeval alcohol genuttigd en weigerde na het ongeluk een bloedonderzoek, ondanks een bevel van de hulpofficier van justitie. Op 20 maart 2020 werd A strafrechtelijk veroordeeld voor het ongeval. A reed tijdens het verkeersongeval in een (door zijn bedrijf) geleasede auto die in eigendom was van een leasemaatschappij. Deze had voor

VR 2026/52 Schade na eenzijdig ongeval. Verzekeraar moet alsnog dekking verlenen.

Jurisprudentie

Eiseres X exploiteert een recyclingbedrijf waarvan A enig bestuurder en aandeelhouder is. Zijn neef B werkt bij het bedrijf. In augustus 2020 kocht X een Audi A6 en sloot daarvoor via een assurantieadviseur een autoverzekering bij Ansvar. Op de verzekering waren voorwaarden van toepassing die onder meer dekking bieden bij botsing en totaal verlies, maar ook bepalen dat bij schending van de medewerkingsplicht of het verstrekken van onjuiste informatie geen recht op uitkering bestaat. Op 18 april 2022 veroorzaakte B een eenzijdig ongeval op de N271 te Arcen waarbij de auto zwaar beschadigd

VR 2026/53 Schade aan politievoertuig. Geen dekking wegens opzetuitsluiting. Voorwaardelijk opzet.

Jurisprudentie

Op 6 januari 2024 sloot X bij Achmea een WA-bromfietsverzekering af waarop de Verzekeringsvoorwaarden Bromfietsverzekering van toepassing zijn. Deze voorwaarden sluiten dekking uit bij opzettelijk en wederrechtelijk handelen, waaronder ook voorwaardelijk opzet valt. De opzetuitsluiting geldt onder meer bij maatschappelijk ongewenst of crimineel gedrag dat gevaar voor personen of zaken oplevert. Op 9 mei 2024 negeerde X een stopteken van de politie en sloeg op de vlucht. Tijdens de achtervolging kwam hij ten val na contact met een politiedienstvoertuig, waarbij schade aan dat voertuig ontstond