Verkeersrecht 2026 9

Editie
VR 2026-9 cover
Datum uitgave: 

VR 2026/124 Herbeoordelen door het openbaar ministerie

Artikel
VR 2026-9 illustratie
Een analyse van het administratief beroep op grond van de Wahv en de beoordeling van het verzet tegen een strafbeschikking Het openbaar ministerie (OM) speelt een sleutelrol binnen de handhaving van het verkeersrecht. Vaak is het de officier van justitie die beslist hoe een overtreding van verkeersregels wordt afgedaan. De officier van justitie kan daarbij onder meer besluiten om de verdachte te dagvaarden of een OM-strafbeschikking uit te vaardigen. Naast die rol als primaire beslisser vervult de officier van justitie binnen het verkeersrecht met grote regelmaat de rol van herbeoordelaar. Dat is het geval als een burger administratief beroep instelt tegen een boete op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) en wanneer een verdachte verzet instelt tegen een politiestrafbeschikking of OM-strafbeschikking. De wettelijke regelingen van de Wahv en de strafbeschikking confronteren de officier van justitie in zijn rol van herbeoordelaar met uiteenlopende wettelijke kaders. In deze bijdrage worden het administratief beroep op grond van de Wahv en de herbeoordeling na verzet tegen een strafbeschikking met elkaar vergeleken. Vervolgens wordt vanuit strafvorderlijk perspectief bezien hoe beide procedures zich tot elkaar verhouden. Uit die analyse blijkt dat er ruimte is om het administratief beroep op grond van de Wahv en de herbeoordeling na verzet tegen een strafbeschikking beter op elkaar af te stemmen en zo beter recht te doen aan de belangen die in beide procedures op het spel staan. Daartoe worden enkele concrete voorstellen gedaan.

VR 2026/125 Afsluiting voor motorvoertuigen vanwege aanwijzing verplicht fietspad. Niet onevenredig en onzorgvuldig.

Jurisprudentie

Het college van B&W van Voorschoten heeft besloten in de wijk Adegeest twee verplichte fietspaden te realiseren. Dit heeft tot gevolg dat delen van twee wegen worden afgesloten voor motorvoertuigen. Appellant betoogt dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheids-, motiverings- en gelijkheidsbeginsel, onder meer omdat te laat in het participatieproces duidelijk werd op welke wegen het besluit betrekking had en omdat in een andere wijk na bezwaren van belanghebbenden eenzelfde soort besluit door het college werd ingetrokken. De Afdeling oordeelt dat eventuele gebreken in het

VR 2026/126 Rijgeschiktheid, CBR, dementie, medische rapporten, goede procesorde.

Jurisprudentie

Het CBR heeft appellant rijgeschikt verklaard voor de duur van één jaar, onder de voorwaarden “alleen tijdens privégebruik” en “automatische keuze van versnelling”. Aanleiding is een gezondheidsverklaring waarin staat dat appellant een vorm van dementie heeft en een beroerte, herseninfarct of hersenbloeding heeft gehad. Het CBR heeft het besluit gebaseerd op medische informatie van een klinisch geriater en een neuroloog, waarin staat dat sprake is van (gemengde) dementie, en een rijtest met voldoende resultaat. De Afdeling acht het hoger beroep ontvankelijk, hoewel het hogerberoepschrift één

VR 2026/127 Wahv. Geen strijd met het evenredigheidsbeginsel. Geen verlaging boete. Deze kantonrechter sluit niet aan bij ECLI:NL:RBMNE:2026:3707.

Jurisprudentie

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van € 300,- voor het als bestuurder gebruiken van een puntstuk op de A12 te Bunnik. Betrokkene stelt dat het boetebedrag onevenredig hoog is. Volgens betrokkene is de verhoging van de Wahv-boetes per 1 maart 2024 met gemiddeld 10 % in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De verhoging van 10 % bestond uit 5,7 % indexatie vanwege inflatie en een beleidsmatige verhoging van 4,3 %. De kantonrechter overweegt dat het besluit waarbij de boetebedragen zijn verhoogd, kan worden getoetst aan algemene rechtsbeginselen, waaronder het evenredigheidsbeginsel

VR 2026/128 WAHV. Schending evenredigheidsbeginsel. Verhoging boetebedragen onverbindend verklaard. Boete verlaagd.

Jurisprudentie
Aan betrokkene was op 23 augustus 2024 een administratieve sanctie van € 180,- opgelegd wegens het rijden op de middelste rijstrook van de A27 bij Nieuwegein met een bestelbus van meer dan twee meter breed. Voor deze overtreding gold voor 1 maart 2024 een boete van € 160,-. De kantonrechter toetst de algemene maatregel van bestuur waarbij de Wahv-sanctietarieven worden verhoogd exceptief aan hoger recht, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Daarbij wordt gekeken naar de doelen, geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid van de verhoging. Hoewel de ministers een grote mate van politiek