Datum uitgave:
VR 2026/102 Geregistreerde CO2-uitstoot te hoog. Wijzigingsverzoek. Referentielijst met 188 gelijksoortige voertuigen. Onzorgvuldige voorbereiding RDW. Hoger beroep gegrond.
Appellant heeft een voertuig vanuit Tsjechië ingevoerd naar Nederland. Op het Tsjechische kentekenbewijs stond een onvolledige Europese typegoedkeuring vermeld en was geen vermelding van de CO2-uitstoot opgenomen. De RDW heeft vervolgens zelf de CO2-uitstoot berekend volgens de Scandinavische rekenmethode, waardoor een CO2-uitstoot van 186 gr/km in het kentekenregister werd opgenomen. Omdat de geregistreerde CO2-uitstoot volgens appellant onjuist is, verzocht hij de RDW op grond van art. 43e WVW 1994 om wijziging van de geregistreerde uitstoot naar 141 gr/km. Ter onderbouwing heeft appellant
VR 2026/103 CVO leidend voor CO2-uitstoot. RDW moet registratie aanpassen.
De RDW heeft de CO2-uitstoot van de uit Zwitserland ingevoerde auto op 297 gr/km vastgesteld met behulp van de Scandinavische rekenmethode vanwege het ontbreken van een eerdere registratie in de Europese Unie. De wederpartij overlegde later alsnog een certificaat van overeenstemming (CVO) van de fabrikant, waarop een uitstoot van 243 gr/km stond vermeld en vroeg om aanpassing van de waarde in het kentekenregister. De RDW weigerde dit omdat het voertuig eerst opnieuw gecontroleerd zou moeten worden. De Raad van State oordeelt echter dat een CVO het officiële brondocument is voor de CO2-uitstoot
VR 2026/104 Administratieve sanctie bromfiets, helm, misbruik van recht, beroep niet-ontvankelijk.
Betrokkene werd op 29 oktober 2023 staande gehouden door een verbalisant terwijl hij reed op een bromfiets zonder goedgekeurde helm. Op basis hiervan werd een administratieve sanctie van € 100,- opgelegd. Tegen deze sanctie maakte hij bezwaar, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter. De kantonrechter overweegt dat misbruik van recht kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van een beroep, bijvoorbeeld wanneer het duidelijk kansloos is of wordt ingesteld met een ander doel dan waarvoor het bedoeld is. Uit het
VR 2026/105 Ne bis in idem niet van toepassing in Mulderzaken. Overschrijding redelijke termijn.
Aan betrokkene was een verkeersboete van € 289,- opgelegd wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op de weg. Betrokkene voerde aan dat sprake was van dubbele bestraffing in strijd met het ne bis in idem-beginsel, omdat voor dezelfde gedraging ook een andere sanctie was opgelegd. Daarnaast werd een beroep gedaan op overschrijding van de redelijke termijn en verzocht betrokkene om een proceskostenvergoeding. De kantonrechter oordeelde dat het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing is binnen de Wahv. Ten tijde van de gedraging was slechts de Aanwijzing administratiefrechtelijke
VR 2026/106 Duocontrole toegestaan. Rijden met mobiel apparaat in de hand. Sanctie door staandehoudende verbalisant geldig.
Verbalisant 1 constateerde dat betrokkene tijdens het rijden een mobiel apparaat vasthield en gaf dit door aan verbalisant 2, die een boete oplegde. Volgens betrokkene is deze werkwijze in strijd met artikel 3 lid 2 Wahv, omdat verbalisant 2 de gedraging niet zelf heeft vastgesteld. Ook stelt hij dat hij niet een mobiel apparaat, maar een afstandsbediening vasthield. Het hof oordeelt dat een redelijke wetsuitleg meebrengt dat de sanctie ook door de ambtenaar die de staandehouding verricht mag worden opgelegd, mits de waarnemingen in het proces-verbaal worden opgenomen. Daaraan is voldaan