letselschade

VR 2026/82 Deelgeschil. Ongeval auto en fiets op industrieterrein. Overmacht.

Jurisprudentie

Op 5 oktober 2023 fietste X samen met haar echtgenoot door een industrieterrein in Sneek. Op het kruispunt ontstond een ongeval. De echtgenoot van X kon op tijd stoppen voor een vrachtwagen, maar X kon dat niet en botste tegen de rechterzijkant van de vrachtwagen. Door het ongeval heeft X ernstig letsel aan haar linkerbeen opgelopen, bestaande uit drie complexe beenbreuken met grote wonden. In dit deelgeschil verzoekt X voor recht te verklaren dat Achmea als WAM-verzekeraar van de vrachtwagen aansprakelijk is voor haar schade. Achmea beroept zich op overmacht. Volgens vaste jurisprudentie

VR 2026/81 Deelgeschil. Ongeval tussen bromfietser en automobilist. Eigen schuld automobilist.

Jurisprudentie

Op 25 augustus 2024 kwam verzoeker X met zijn auto op een kruispunt in botsing met een bromfietser A. Voor X kwam de bromfiets van rechts, waar deze niet mocht rijden. Deze weg betreft namelijk een eenrichtingsweg waar enkel fietsers tegen de rijrichting in mogen rijden. Een dag later bezocht X de huisarts vanwege nekpijn. Voor deze pijnklachten is X daarna acht maanden behandeld geweest door een fysiotherapeut. De WAM-verzekeraar van de bromfietser, Univé, erkende aansprakelijkheid voor het ongeval. Echter, er ontstond discussie over de vraag of X eigen schuld had dus hebben partijen zich tot

VR 2026/78 Aanrijding tussen motor en auto. Onduidelijke toedracht. Letselschade.

Jurisprudentie

Op 27 maart 2022 was eiser X met vrienden A en B aan het motorrijden. De drie reden achter elkaar en sloegen bij een rotonde rechtsaf. Kort na het verlaten van de rotonde werd X ingehaald door de gedaagde in zijn blauwe Citroën. Tijdens deze manoeuvre kwam het tot een botsing, waarna X de controle over zijn motor verloor en tot stilstand kwam. Gedaagde reed na het incident door. Tijdens het politieonderzoek is niet met zekerheid vastgesteld welk voertuig het andere heeft geraakt, maar wel dat de Citroën de motor van X inhaalde en dat beide voertuigen zeer waarschijnlijk met elkaar in contact

VR 2026/76 Letselschade passagier. Schending mededelingsplicht door verzekerde.

Jurisprudentie

Op 13 december 2016 sloot gedaagde X bij Ditzo (ASR) een autoverzekering voor een Skoda, welke verzekering per 21 februari 2017 werd gewijzigd naar een Peugeot. Deze Peugeot stond echter op naam van A, een cliënte van de stichting van X. Op 10 mei 2017 veroorzaakte A een aanrijding waarbij de passagier letselschade opliep. ASR heeft deze schade vergoed. Daarna stelde ASR dat geen dekking bestond, omdat het voertuig niet op naam van X stond en verzekeren op naam van een ander niet is toegestaan. ASR vorderde het uitgekeerde bedrag terug en vermoedde een constructie om het negatieve

VR 2026/72 Verkeersongeval tussen auto en motor. Rood licht voor afsluiting tunnel.

Jurisprudentie

Op 22 december 2016 raakte motorrijder X (geïntimeerde) betrokken bij een verkeersongeval. Het ongeval vond plaats bij een verkeersregelinstallatie die op rood sprong. A die met zijn auto voor X reed, kwam tot stilstand. X botste daartegenaan en werd vervolgens op de naastgelegen rijstrook aangereden door een auto bestuurd door B. Ten tijde van het ongeval was A WAM-verzekerd bij Achmea en B was WAM-verzekerd bij National Academic. X heeft aan het ongeval een dwarslaesie overgehouden. Hij is daardoor blijvend rolstoelgebonden en ondervindt verschillende bijkomende ernstige gezondheidsproblemen

VR 2026/71 Zaak uit 1994: gemeentepolitie op judoles. Letselschade. Aansprakelijkheid sport- en spelsituaties.

Jurisprudentie

Zowel eiser X als verweerder A waren leden van de gemeentepolitie. Op 16 november 1978 namen zij als leden deel aan een judoles, onder leiding van een instructeur. Tijdens het oefenen van werptechnieken is A door een door X ingezette schouderworp zo ongelukkig terechtgekomen dat hij letsel opliep. Dit leidde tot een posttraumatisch cervicaal syndroom. Hiervoor heeft A op 13 juni 1990 X en de gemeente Eindhoven (hierna: de gemeente) gedagvaard. Hij vorderde de rechtbank hen te veroordelen tot betaling van f 63.904,46 voor zijn schade als gevolg van het ongeval. De rechtbank gaf A en de gemeente

VR 2026/70 Ongeval tijdens zeilreis. Rechtsverhouding van partijen. Kwalificatie overeenkomst.

Jurisprudentie

In deze zaak staat centraal hoe de rechtsverhouding tussen partijen gekwalificeerd dient te worden. De kwalificatie is namelijk bepalend voor de vraag of verweerder A aansprakelijk is voor de letselschade van eiseres X. A exploiteert een eenmanszaak die zeilreizen organiseert en treedt daarbij zelf op als schipper. Hij is voor aansprakelijkheid verzekerd bij Achmea. Tijdens een door hem georganiseerde zeilreis in de Caribische Zee kreeg X een ernstig ongeval. Zij liep hierbij een traumatische dwarslaesie op. X heeft een verklaring voor recht gevorderd dat A aansprakelijk is voor haar schade en

VR 2026/69 Botsing tussen auto en fatbike. Schending artikel 21 Rv. Bewijslevering niet toegestaan.

Jurisprudentie

Op 7 januari 2024 rond 1:40 uur ’s nachts botsten op het kruispunt van de Van Woustraat en de Stadhouderskade in Amsterdam een Mercedes en een fatbike op elkaar. De Mercedes werd bestuurd door eiser X en de fatbike door gedaagde A. Beide voertuigen raakten beschadigd. Sinds 21 december 2023 geldt op dat deel van de Van Woustraat een inrijverbod voor auto’s, enkel trams en fietsers zijn daar toegestaan. X overhandigde een aanrijdingsformulier en stelde A aansprakelijk voor de schade. De rechtsbijstandsverzekeraar van X, Allianz, sommeerde A € 4.583,29 te betalen. A betwist de vordering en de

VR 2026/61 Ongeval tijdens bedrijfsuitje. Verlof in tussentijds hoger beroep van deelgeschilbeschikking.

Jurisprudentie

A viel tijdens een bedrijfsuitje van de elektrische step. Als gevolg daarvan heeft hij blijvend letsel opgelopen. Hij stelde zijn werkgever aansprakelijk voor de schade die uit het ongeval voortvloeide. Zowel de werkgever als haar bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeraar erkenden geen aansprakelijkheid, ook niet nadat een voorlopig getuigenverhoor had plaatsgevonden. Om duidelijkheid te krijgen, heeft A een deelgeschilprocedure gestart. De rechter oordeelde dat het bedrijfsuitje onder de werking van artikel 7:658 BW viel, omdat het in voldoende nauw verband stond met de werkzaamheden. Vervolgens

VR 2026/60 Aanrijding tussen automobilisten. Aansprakelijkheid. Bewijsvermoeden door rood rijden.

Jurisprudentie

Op 20 januari 2021 vond een aanrijding plaats tussen A en X (gedaagde) op een kruispunt van de N200. A reed rechtdoor richting Amsterdam en X sloeg linksaf. A botste tegen de rechterachterkant van de bestelbus van X. Het kruispunt heeft stoplichten die ervoor zorgen dat de twee richtingen nooit tegelijk groen licht hebben. Door de aanrijding liep A letselschade op. Zij is hiervoor verzekerd bij Achmea. De schade is door Achmea vergoed en zij is in de rechten van A gesubrogeerd. Nationale Nederlanden (NN) is de WAM-verzekeraar van X. Achmea vordert dat X aansprakelijk wordt gesteld voor het