schadevergoeding

VR 2026/26 Zorgplicht van de Staat. Geen aansprakelijkheid voor schade overleden dochter.

Jurisprudentie

Eisers zijn de ouders van A, die in 2021 door een misdrijf om het leven gekomen is. Verdachte X heeft tijdens de voorlopige hechtenis een einde aan zijn leven gemaakt. Het OM heeft X niet meer strafrechtelijk kunnen vervolgen dus hebben eisers zich niet als benadeelde partij kunnen voegen in de strafzaak tegen X. Hierdoor hebben zij hun schade (shockschade, affectieschade en overlijdensschade) niet binnen het strafproces kunnen verhalen en spreken zij nu de Staat hiervoor aan. Zij stellen dat de Staat ernstig tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Volgens eisers wist of had de Staat moeten

VR 2026/23 Ernstig verkeersongeval. Verhaalsvordering van verzekeraar. Aansprakelijkheid wegbeheerder

Jurisprudentie

Op 8 september 2019 vond een aanrijding plaats op een fietspad in Haarlem tussen een bromfietser en een sportfietser. De sportfietser reed als laatste in een groep van vijf wielrenners. De botsing gebeurde bij de overgang van een houten brug naar asfalt, waar het pad smal is en een hobbel in het wegdek zit. De eerste vier fietsers konden de bromfietser passeren, maar de vijfde fietser botste tegen zijn spiegel en kwam ten val. De sportfietser overleed later aan zijn verwondingen. De bromfietser verklaarde dat hij snelheid minderde, probeerde uit te wijken en gepoogd had om de fietser te

VR 2026/21 Dekman valt van schip. Letselschade. Aansprakelijkheid werkgever en/of schip.

Jurisprudentie

Op 19 december 2012 raakte X als terminaloperator bij ECT ernstig gewond toen hij aan boord van het containerschip van Cosco Europe door een opening viel tijdens het sluiten van een scheepsluik. De looppaden waren rommelig door lashingmateriaal, ondanks herhaalde verzoeken van X om dit op te ruimen. Hierdoor kon hij de veiligheidsprocedure niet volledig volgen. ECT erkende aansprakelijkheid en stelde vervolgens Cosco aansprakelijk. Volgens het Marintec-rapport was het ongeval het gevolg van onveilige omstandigheden en het niet naleven van veiligheidsprocedures. In eerste aanleg vorderde ECT

VR 2026/10 Inzittende verzekering. Beroep op alcoholuitsluiting faalt. Sprake van gezinsverband.

Jurisprudentie

Op 23 mei 2015 overleed de bestuurder van een auto door een eenzijdig verkeerongeval. Het slachtoffer had bij Allianz een inzittendeverzekering afgesloten. X, de partner van de bestuurder, vorderde schadevergoeding bestaande uit begrafeniskosten en kosten van levensonderhoud. Allianz heeft de dekking primair geweigerd, omdat er geen sprake zou zijn van samenwoning in gezinsverband. Subsidiair is de dekking geweigerd vanwege de uitsluiting in geval van alcoholgebruik boven de wettelijke limiet. In eerste aanleg is de vordering van X toegewezen en is door de rechtbank geoordeeld dat zij

VR 2026/09 Snorfietser ten val door omgewaaid schrikhek. Gevaarzetting? Aansprakelijkheid gemeente.

Jurisprudentie

Op maandag 11 maart 2019 vonden op de Julianalaan in Delft vrijwel gelijktijdig twee ongevallen plaats doordat scooterrijders tegen een omgewaaid schrikhek reden. Eén slachtoffer overleed later, het andere slachtoffer (A) liep hoofdletsel op en verbleef enkele maanden in een revalidatiecentrum. Ten tijde van het ongeval was het donker en vochtig door neerslag. Door wegwerkzaamheden was de Julianalaan deels afgesloten voor motorvoertuigen, met waarschuwingsborden die omleidingen aangaven. Het schrikhek stond midden op de rijbaan, niet verzwaard, maar (snor)fietsers konden erlangs via de

VR 2026/07 Dwarslaesie opgelopen bij deelname aan hindernisbaan. Onrechtmatige gevaarzetting.

Jurisprudentie
In 2019 nam A (appellant) deel aan een door Titan georganiseerde evenement ‘Titan Swim’. Toen A van het obstakel ‘de piramid’ sprong, gleed hij uit en als gevolg daarvan liep hij een dwarslaesie op. In eerste aanleg heeft toetsing aan de kelderluikcriteria niet geleid tot de conclusie dat de organisator meer veiligheidsmaatregelen had moeten nemen. Het obstakel zelf was niet gevaarlijk en het gevaar van het springen van de bovenste trede van het obstakel was voor de deelnemer voldoende kenbaar. Het betrof de eigen beoordelingsverantwoordelijkheid van A. De rechtbank concludeerde dat de

VR 2025/145 Ongeval tussen fietser en scooter. Scooterrijder droeg geen helm. Geen billijkheidscorrectie.

Jurisprudentie

In de nacht van 20 november 2022 botsten de 27-jarige fietser A (gedaagde) en de 21-jarige scooterrijder X (eiser) op de Van Woustraat nabij de kruising met de Ceintuurbaan in Amsterdam. A sloeg vanuit de Ceintuurbaan rechtsaf, maakte een slinger naar het midden van de rijbaan en keerde terug naar de fietsstrook, precies toen X hem daar zonder helm inhaalde. De sturen raakten elkaar, waarna beiden vielen. X liep hierbij ernstig schedel-hersenletsel op en werd hiervoor tweemaal geopereerd. X heeft blijvend gehoorverlies rechts, evenwichtsproblemen, prikkelgevoeligheid en concentratiestoornissen

VR 2025/144 Ongeval in Parijs tijdens werkzaamheden. Dekking AVB? WAM-plichtig voertuig.

Jurisprudentie

A (eiseres) is actief in de productie en begeleiding van grootschalige evenementen en levert daarvoor diensten en personeel. Zij heeft via tussenpersoon YouSure een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB-verzekering) afgesloten bij NN. In de polisvoorwaarden is onder andere een clausule opgenomen waarin aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door gemotoriseerde voertuigen wordt uitgesloten. Volgens de polis geldt bovendien dat schade met of door een motorrijtuig niet is gedekt wanneer daarvoor een WAM-verzekeringsplicht bestaat. Op 22 juli 2024 was B (eiser) als zzp’er ingehuurd door

VR 2025/135 Eenzijdig dodelijk ongeval. Bestuurder onder invloed. Regresvordering van verzekeraar.

Jurisprudentie
A (appellant) heeft in de nacht van 23 op 24 november 2018 met te veel alcohol een auto bestuurd en een eenzijdig verkeersongeval veroorzaakt. Bij het ongeval is een inzittende van de auto overleden. De Vereende heeft als verzekeraar van zijn auto schadevergoeding betaald aan de nabestaanden van het slachtoffer. In eerste aanleg heeft de Vereende de door haar uitgekeerde schade en gemaakte kosten op appellant verhaald. De rechtbank heeft de vordering van de Vereende grotendeels toegewezen. In hoger beroep verzoekt appellant om de toegewezen vorderingen alsnog af te wijzen. De Vereende vorderde

VR 2025/121 Deelgeschil. Letselschade tijdens bedrijfsuitje. Aansprakelijkheid werkgever.

Jurisprudentie

Tijdens een bedrijfsuitje van A (gedaagde sub 1) viel X (verzoeker) tijdens een toer van de elektrische step. Hij heeft daar blijvend letsel aan overgehouden en is als gevolg ervan arbeidsongeschikt geworden. Hij ontvangt inmiddels een IVA-uitkering. X stelde A aansprakelijk bij brief van 18 januari 2022. B, de verzekeraar van A, heeft de aansprakelijkheid afgewezen. Na een voorlopig getuigenverhoor in 2023 en 2024, startte X een deelgeschilprocedure bij de rechtbank. Hij vordert primair een verklaring voor recht dat A aansprakelijk is op grond van werkgeversaansprakelijkheid ex artikel 7:658