schadevergoeding

VR 2026/60 Aanrijding tussen automobilisten. Aansprakelijkheid. Bewijsvermoeden door rood rijden.

Jurisprudentie

Op 20 januari 2021 vond een aanrijding plaats tussen A en X (gedaagde) op een kruispunt van de N200. A reed rechtdoor richting Amsterdam en X sloeg linksaf. A botste tegen de rechterachterkant van de bestelbus van X. Het kruispunt heeft stoplichten die ervoor zorgen dat de twee richtingen nooit tegelijk groen licht hebben. Door de aanrijding liep A letselschade op. Zij is hiervoor verzekerd bij Achmea. De schade is door Achmea vergoed en zij is in de rechten van A gesubrogeerd. Nationale Nederlanden (NN) is de WAM-verzekeraar van X. Achmea vordert dat X aansprakelijk wordt gesteld voor het

VR 2026/58 Letsel aan vinger door beknelling tijdens tackle. Schending zorgplicht docent. Onrechtmatige daad.

Jurisprudentie
X (verzoekster) volgde sinds 2021 een opleiding aan O (verweerster sub 1). Op 4 oktober 2022 nam X deel aan een introductieles rugby. Tijdens het oefenen van tackles met docent A liep zij bij de tweede tackle letsel aan haar vinger op. In deze procedure vordert X van O en verzekeraar Allianz schadevergoeding voor het opgelopen letsel tijdens de rugbyles. De kernvraag is of docent A, werkzaam bij O, zijn zorgplicht heeft geschonden. Bij bewegingsonderwijs geldt een hogere zorgplicht dan bij gewone sport- of spelsituaties, omdat de relatie tussen docent en leerling een bijzondere

VR 2026/40, Civiele uitspraak Val over transportdolly in supermarkt. Aansprakelijkheid supermarkt. Geen eigen schuld.

Jurisprudentie

In september 2022 viel appellante X over een transportdolly die in het gangpad van een Albert Heijn to go (AH to go) stond. Zij heeft daarbij blijvend letsel aan haar voet opgelopen. De AH to go wordt geëxploiteerd door Albron op het terrein van Tilburg University. Albron erkende aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval, maar beriep zich op eigen schuld aan de zijde van X. In de deelgeschilprocedure oordeelde de rechtbank dat Albron aansprakelijk was, maar dat sprake was van 25% eigen schuld aan de zijde van X. In de daaropvolgende bodemprocedure achtte de rechtbank zich aan dit

VR 2026/36, Civiele uitspraak Claim affectieschade zus van slachtoffer levensdelict. Kring van personen recht op affectieschade.

Jurisprudentie

In de ochtend van 12 maart 2021 is in een sloot in Amsterdam een stoffelijk overschot aangetroffen. Het bleek een 22-jarige man te zijn, die eerder als vermist was opgegeven. Uit onderzoek naar de doodsoorzaak is gebleken dat het slachtoffer is overleden is aan de gevolgen van een inschotverwonding aan het hoofd. In het strafproces van de verdachte heeft de zus van het slachtoffer (A) zich als benadeelde partij gevoegd en € 17.500,- aan affectieschade gevorderd. Dit cassatiemiddel richt zich tegen het oordeel van het hof om A affectieschade toe te kennen en daarbij de

VR 2026/26 Zorgplicht van de Staat. Geen aansprakelijkheid voor schade overleden dochter.

Jurisprudentie

Eisers zijn de ouders van A, die in 2021 door een misdrijf om het leven gekomen is. Verdachte X heeft tijdens de voorlopige hechtenis een einde aan zijn leven gemaakt. Het OM heeft X niet meer strafrechtelijk kunnen vervolgen dus hebben eisers zich niet als benadeelde partij kunnen voegen in de strafzaak tegen X. Hierdoor hebben zij hun schade (shockschade, affectieschade en overlijdensschade) niet binnen het strafproces kunnen verhalen en spreken zij nu de Staat hiervoor aan. Zij stellen dat de Staat ernstig tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Volgens eisers wist of had de Staat moeten

VR 2026/23 Ernstig verkeersongeval. Verhaalsvordering van verzekeraar. Aansprakelijkheid wegbeheerder

Jurisprudentie

Op 8 september 2019 vond een aanrijding plaats op een fietspad in Haarlem tussen een bromfietser en een sportfietser. De sportfietser reed als laatste in een groep van vijf wielrenners. De botsing gebeurde bij de overgang van een houten brug naar asfalt, waar het pad smal is en een hobbel in het wegdek zit. De eerste vier fietsers konden de bromfietser passeren, maar de vijfde fietser botste tegen zijn spiegel en kwam ten val. De sportfietser overleed later aan zijn verwondingen. De bromfietser verklaarde dat hij snelheid minderde, probeerde uit te wijken en gepoogd had om de fietser te

VR 2026/21 Dekman valt van schip. Letselschade. Aansprakelijkheid werkgever en/of schip.

Jurisprudentie

Op 19 december 2012 raakte X als terminaloperator bij ECT ernstig gewond toen hij aan boord van het containerschip van Cosco Europe door een opening viel tijdens het sluiten van een scheepsluik. De looppaden waren rommelig door lashingmateriaal, ondanks herhaalde verzoeken van X om dit op te ruimen. Hierdoor kon hij de veiligheidsprocedure niet volledig volgen. ECT erkende aansprakelijkheid en stelde vervolgens Cosco aansprakelijk. Volgens het Marintec-rapport was het ongeval het gevolg van onveilige omstandigheden en het niet naleven van veiligheidsprocedures. In eerste aanleg vorderde ECT

VR 2026/10 Inzittende verzekering. Beroep op alcoholuitsluiting faalt. Sprake van gezinsverband.

Jurisprudentie

Op 23 mei 2015 overleed de bestuurder van een auto door een eenzijdig verkeerongeval. Het slachtoffer had bij Allianz een inzittendeverzekering afgesloten. X, de partner van de bestuurder, vorderde schadevergoeding bestaande uit begrafeniskosten en kosten van levensonderhoud. Allianz heeft de dekking primair geweigerd, omdat er geen sprake zou zijn van samenwoning in gezinsverband. Subsidiair is de dekking geweigerd vanwege de uitsluiting in geval van alcoholgebruik boven de wettelijke limiet. In eerste aanleg is de vordering van X toegewezen en is door de rechtbank geoordeeld dat zij

VR 2026/09 Snorfietser ten val door omgewaaid schrikhek. Gevaarzetting? Aansprakelijkheid gemeente.

Jurisprudentie

Op maandag 11 maart 2019 vonden op de Julianalaan in Delft vrijwel gelijktijdig twee ongevallen plaats doordat scooterrijders tegen een omgewaaid schrikhek reden. Eén slachtoffer overleed later, het andere slachtoffer (A) liep hoofdletsel op en verbleef enkele maanden in een revalidatiecentrum. Ten tijde van het ongeval was het donker en vochtig door neerslag. Door wegwerkzaamheden was de Julianalaan deels afgesloten voor motorvoertuigen, met waarschuwingsborden die omleidingen aangaven. Het schrikhek stond midden op de rijbaan, niet verzwaard, maar (snor)fietsers konden erlangs via de

VR 2026/07 Dwarslaesie opgelopen bij deelname aan hindernisbaan. Onrechtmatige gevaarzetting.

Jurisprudentie
In 2019 nam A (appellant) deel aan een door Titan georganiseerde evenement ‘Titan Swim’. Toen A van het obstakel ‘de piramid’ sprong, gleed hij uit en als gevolg daarvan liep hij een dwarslaesie op. In eerste aanleg heeft toetsing aan de kelderluikcriteria niet geleid tot de conclusie dat de organisator meer veiligheidsmaatregelen had moeten nemen. Het obstakel zelf was niet gevaarlijk en het gevaar van het springen van de bovenste trede van het obstakel was voor de deelnemer voldoende kenbaar. Het betrof de eigen beoordelingsverantwoordelijkheid van A. De rechtbank concludeerde dat de