educatieve maatregel

VR 2026/04 EMG na bezwaar herroepen en in later besluit omgezet naar rijvaardigheidsonderzoek. Geen strijd met verbod reformatio in peius, wel met art. 7:11 lid 2 Awb.

Jurisprudentie

Het CBR heeft aan eiseres een EMG opgelegd, nadat de politie had gemeld dat zij langdurig onnodig links reed, slingerde en niet direct reageerde op een stopteken. Eiseres maakte bezwaar en het CBR verklaart het beroep gegrond. Het CBR kondigde aan dat een nieuw besluit zou volgen. In dat nieuwe besluit kreeg eiseres een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. Ook tegen dit besluit maakte zij bezwaar, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens ging zij in beroep. Eiseres stelt dat het CBR het verbod op reformatio in peius had geschonden. Door bezwaar te maken zou zij in een slechtere

VR 2024/39 Bestuurders onder invloed van drugs hebben vaak meer op hun kerfstok

Artikel
VR 2024-4
Het gebruik van drugs of rijgevaarlijke medicijnen vermindert de rijgeschiktheid en vergroot de kans op een verkeersongeval. Drugs hebben een verdovende, stimulerende of bewustzijnsveranderende werking op de hersenen, of een combinatie van deze effecten, waardoor de verkeerstaak minder goed kan worden uitgevoerd en het risico op ongevallen toeneemt. In Nederland geldt daarom een nullimiet voor drugs in het verkeer. Bestuurders die gepakt worden terwijl ze rijden onder invloed van drugs of rijgevaarlijke medicijnen, worden behalve strafrechtelijk ook bestuursrechtelijk aangepakt. Er kunnen (afhankelijk van of iemand eerder is aangehouden voor het rijden onder invloed van drugs) twee bestuursrechtelijke maatregelen worden opgelegd: een cursus (EMD) en een onderzoek. Beide maatregelen worden opgelegd door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).

VR 2017/04, Alcoholslotprogramma. Ne bis in idem.

Jurisprudentie
Rijden onder invloed. Strafvervolging. Aan verdachte is het alcoholslotprogramma (asp) opgelegd. Het hof heeft het beroep op het ne bis in idem-beginsel verworpen. In de bestreden uitspraak ligt als vaststelling van het hof besloten dat aan de verdachte ter zake van het tenlastegelegde de verplichting tot deelname aan het asp is opgelegd en dat die verplichting ten tijde van de bestreden uitspraak nog van kracht was. Gelet hierop en in aanmerking genomen hetgeen is overwogen in ECLI:NL:HR:2015:434, NJ 2015/256, getuigt het oordeel van het hof - dat het verweer van de raadsman van de verdachte