Zoeken

14 resultaten gevonden

  1. VR 2019/145 Staande houden. Bekeuring op kenteken.

    Jurisprudentie
    Kennelijk heeft de verbalisant de buschauffeurs gewaarschuwd en vervolgens, nadat de bussen vijftig meter verder zijn gereden, twee sancties opgelegd aan de kentekenhouder. Naar het oordeel van het hof is niet goed voorstelbaar waarom in dit geval de sancties niet konden worden opgelegd aan de bestuurders van de bussen. De verbalisant heeft hierover geen opheldering gegeven, ook niet na een uitdrukkelijk verzoek van de officier van justitie daartoe. Nu de sancties met toepassing van artikel 5 van de Wahv zijn opgelegd aan de kentekenhouder, terwijl er een reële mogelijkheid bestond om de
  2. VR 2019/146 Geen dimlicht. Beroep op overmacht. Boordcomputer.

    Jurisprudentie
    De betrokkene ontkent niet dat de dimlichten van zijn auto niet werkten en stelt zich op het standpunt dat hem geen verwijt kan worden gemaakt omdat de oorzaak een storing in de boordcomputer van zijn auto was. Zijns inziens knipperde de verlichting. Bij staandehouding heeft hij de auto meteen weer gereset. Het is geen nalatigheid of laksheid dat het lampje niet meteen vervangen is. Hij had op dat moment al een afspraak met de monteur in verband met gemelde storing.De betrokkene doet in feite een beroep op overmacht. Dat kan slagen als feiten of omstandigheden worden aangevoerd op grond
  3. VR 2019/147 Rijden door rood licht. Gegevens op foto.

    Jurisprudentie
    Rijden door rood verkeerslicht? De gegevens in de databalk op de foto's zijn slecht leesbaar, de gegevens in de daaronder opgenomen gegevensbalk wijken af van de gegevens in de databalk (voor zover leesbaar) en de gegevens in het zaakoverzicht van het CJIB (het resultaat van de administratieve verwerking van de digitale registratie) wijken ook weer af van deze gegevens. Derhalve is niet komen vast te staan dat de betrokkene niet heeft gestopt voor een rood verkeerslicht.
  4. VR 2019/148 Doodslag. Poging tot doodslag. Voorwaardelijk opzet.

    Jurisprudentie
    De verdachte is veroordeeld voor doodslag en poging tot doodslag, hierin bestaande dat hij met de door hem bestuurde auto achterop een motor is gebotst, ten gevolge waarvan de bestuurster van de motor om het leven kwam en de duopassagier ernstig gewond raakte. Verdachte was onder invloed van een grote hoeveelheid alcohol, beschikte niet over een rijbewijs voor categorie B en reed met een aanzienlijk hogere snelheid dan de door hem niet waargenomen motor. Niet gebleken is dat de verdachte de aldaar geldende maximumsnelheid heeft overschreden, terwijl ook geen nadere vaststellingen zijn gedaan
  5. VR 2019/149 Ne bis in idem. Rijden zonder alcoholslot. Ongeldig rijbewijs.

    Jurisprudentie
    De verdachte wordt vervolgd wegens het besturen van een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, dat niet was voorzien van een alcoholslot terwijl het rijbewijs van de verdachte ongeldig was verklaard omdat de verdachte onvoldoende had meegewerkt aan het alcoholslotprogramma, in het bijzonder hierin bestaande dat de verdachte was aangehouden in een auto die niet was voorzien van een alcoholslot.Anders dan het middel kennelijk tot uitgangspunt neemt, gaat een vergelijking met de uitzonderlijke situatie als bedoeld in HR 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:434, NJ 2015/256 - waarin het ging om de
  6. VR 2019/150 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Roekeloosheid.

    Jurisprudentie
    De verdachte reed als bestuurder van een personenauto, terwijl hij onder invloed verkeerde van alcoholhoudende drank, met een snelheid van tussen de 90 en 113 km/u terwijl ter plaatse een maximumsnelheid van 50 km/u gold en negeerde vervolgens een rood verkeerslicht. Daardoor botste hij op een andere personenauto waardoor een inzittende van die personenauto zwaar gewond werd. Kennelijk wilde de verdachte ontkomen aan de politie die hem achtervolgde.Het handelen van de verdachte kenmerkt zich door het ontbreken van elke vorm van voorzichtigheid. De verdachte heeft kennelijk zonder enige remming
  7. VR 2019/151 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Onvoldoende bewijs aanmerkelijke schuld. Zelfstandige verkeersfout?

    Jurisprudentie
    Verdachte is met overschrijding van de maximumsnelheid de oversteekplaats voor fietsers genaderd. Verdachte heeft bij het naderen van de in zijn richting gelegen oversteekplaats voor fietsers de snelheid van de door hem bestuurde motorfiets niet zodanig aangepast dat hij deze tot stilstand heeft kunnen brengen binnen de afstand waarover de weg voor hem te overzien was. Het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt komt er in de kern op neer dat hij een snelheidsovertreding heeft begaan. Daarbij gaat het om een overschrijding van de toegestane snelheid die zodanig is dat deze - los van de
  8. VR 2019/152 Dood door schuld. Rood verkeerslicht.

    Jurisprudentie
    De verdachte is in strijd met een voor zijn, verdachtes, rijrichting geldend rood licht uitstralend verkeerslicht de kruising opgereden en rechtdoorgaand overgestoken en/of heeft (daarbij) zijn aandacht niet voortdurend op de weg en het verkeer vóór hem gehouden en/of heeft (aldus rijdende) niet opgemerkt dat een bromfietser en een voetganger, die voor hem, verdachte, van rechts kwamen, zich inmiddels op de voor hen bestemde oversteekplaatsen bevonden terwijl de voor hen geldende verkeerslichten groen licht uitstraalden en/of die bromfietser en die voetganger niet heeft laten voorgaan en/of
  9. VR 2019/153 Geënsceneerde aanrijding; opzet tot misleiding aangenomen.

    Jurisprudentie
    Allianz Benelux heeft geweigerd om dekking te verlenen onder een door appellant met haar gesloten motorrijtuigenverzekering voor (casco)schade die appellant heeft geleden toen zijn auto in 2011 werd aangereden door een andere auto. Allianz Benelux meent dat er sprake is van opzettelijke misleiding door appellant, omdat er sprake zou zijn geweest van een 'geënsceneerd ongeval'. In eerste aanleg heeft appellant in conventie gevorderd Allianz Benelux te veroordelen de motorrijtuigenverzekering na te komen, waaronder het vergoeden van de door appellant als gevolg van de aanrijding geleden schade
  10. VR 2019/154 Letselschade; kort geding; aansprakelijkheid staat vast; substantieel voorschot op schadevergoeding toegewezen.

    Jurisprudentie
    Eiser was in dienst van gedaagde 1 in de functie van personal assistant. De werkzaamheden van eiser bestonden onder meer uit alle voorkomende huishoudelijke werkzaamheden, het tuin- en zwembadonderhoud en het verzorgen en begeleiden van de kinderen van gedaagde 2. Bij het schoonmaken van de dakgoten van de woning van gedaagde 2 in 2015 is eiser vijf meter naar beneden gevallen, waardoor hij een partiële dwarslaesie heeft opgelopen. Op verzoek van eiser heeft de kantonrechter bij beschikking van 29 augustus 2017 voor recht verklaard dat gedaagde 1 en 2 elk hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de
  11. VR 2019/155 Verkeersongeval; letselschade inzittende; eigen schuld wegens niet dragen gordel; billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie
    Op 26 december 2016 is verzoekster betrokken geraakt bij een verkeersongeval. Zij werkte die dag samen met haar twee zussen bij een horecagelegenheid. Nadat zij allen rond 23:00 uur klaar waren met werken, bracht een collega (naam 1) hen naar huis. De drie zussen zaten tijdens de rit op de achterbank en droegen geen gordel. Door zeer gevaarlijke rijgedrag van naam 1 (hij overschreed in ernstige mate de maximumsnelheid en negeerde rode stoplichten) heeft een verkeersongeval plaatsgevonden, waarbij verzoekster letsel heeft opgelopen. Naam 1 is nadien strafrechtelijk veroordeeld wegens
  12. VR 2019/156 Verkeersongeval; deelgeschil; buitengerechtelijke kosten deels afgewezen.

    Jurisprudentie
    In 2015 heeft een aanrijding plaatsgevonden waarbij drie voertuigen betrokken waren. Het middelste voertuig werd bestuurd door verzoeker die op dat moment stilstond voor een rood stoplicht. Hij werd aangereden door het voertuig achter hem, waardoor verzoeker tegen het voertuig dat voor hem stond aanbotste. Verweerster, WAM-verzekeraar van de schadeveroorzakende partij, heeft aansprakelijkheid voor het ongeval en de daaruit voor verzoeker voortvloeiende schade erkend. Verweerster heeft tweemaal een voorschot ter vergoeding van buitengerechtelijke kosten gedaan: eenmaal € 6.500,- aan de vroegere
  13. VR 2019/157 Bevoorschotting buitengerechtelijke kosten: niet voldaan aan redelijkheidstoets.

    Jurisprudentie
    Verzoeker, slachtoffer van een ongeval door een frontale aanrijding met een auto van een verzekerde van ASR, verzoekt bevoorschotting van de kosten. De rechtbank overweegt als volgt over de vraag of er sprake is van een deelgeschil en ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten (zie opgenomen fragmenten uit het vonnis):

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!