Zoeken

151 resultaten gevonden

  1. VR 2018/135 Deelgeschil; immateriële schade; discussie over verhoging smartengeldbedragen.

    Jurisprudentie
    Verzoekster is op 63-jarige leeftijd als racefietser aangereden door een tractorcombinatie. Zij heeft hierdoor een hoge dwarslaesie opgelopen, met alle ernstige gevolgen van dien. De WAM-verzekeraar van de tractorcombinatie (Univé) heeft aansprakelijkheid erkend. De vergoeding van de materiële schade verloopt zonder problemen, maar over de hoogte van het smartengeld bestaat discussie. Univé is uiteindelijk bereid om € 150.000 te betalen; verzoekster meent dat het smartengeld € 200.000 zou moeten bedragen. Verzoekster benoemt onder meer dat zij haar zelfstandigheid en de regie over haar leven
  2. VR 2018/136 Deelgeschil; ongeval op bouwplaats, geen aansprakelijkheid
    opdrachtgever.

    Jurisprudentie
    Verzoeker was in opdracht van Vink Systemen aan het werk op een bouwplaats toen hij in een vloersparing is gevallen. Hij heeft daarbij onder meer een heupfractuur opgelopen. De vloersparing kon worden afgesloten met een mandragende houten plaat. De plaat had vastgezeten met spijkerpluggen, maar bleek voor het ongeval (kennelijk: met geweld) te zijn verwijderd. Het is onbekend gebleven wie de plaat heeft verwijderd. Vink Systemen heeft geweigerd aansprakelijkheid te erkennen. In dit deelgeschil vordert verzoeker alsnog een daartoe strekkende verklaring voor recht. De deelgeschilrechter stelt
  3. VR 2018/137 Deelgeschil; valpartij racefietser; sport en spel;
    ongelukkige samenloop van omstandigheden.

    Jurisprudentie
    Deelgeschil letselschade. Twee valpartijen van racefietser tijdens recreatieve tocht: eerst wordt verzoeker door een van zijn twee fietsmaten (verweerder 1) rechts ingehaald en daarbij met een schouder aangeraakt waarna hij valt, daarna wordt hij door zijn andere fietsmaat (verweerder 3) bemoedigend op de schouder aangeraakt waarna hij van het fietspad afraakt en ten val komt, met ernstig schouderletsel tot gevolg. De Rechtbank oordeelt dat de fietsmaten niet aansprakelijk zijn en overweegt daarbij als volgt: Ten aanzien van de eerste valpartij: de drie fietsers reden op de openbare weg, waar
  4. VR 2018/14 Parkeren. Kruispunt.

    Jurisprudentie
    Een redelijke uitleg van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder a, RVV 1990 brengt naar het oordeel van het hof mee dat het verbod om binnen vijf meter van een kruispunt te parkeren gelding heeft voor de weg zoals opgenomen in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
  5. VR 2018/140 Dood door schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig.
    Kop-staart-botsing. Cruise-control. Beginnend bestuurder.

    Jurisprudentie
    Verdachte heeft als beginnend bestuurster een aan haar aanmerkelijke onvoorzichtigheid/onoplettendheid te wijten ongeval veroorzaakt. Zij is achterop de auto van slachtoffer S gereden, waardoor beide auto’s in een slip zijn geraakt, over de kop zijn geslagen en de auto van S op de kop in het water terecht is gekomen, waardoor S om het leven is gekomen. De verdachte is in slaap gevallen terwijl zij haar voertuig bestuurde en heeft daardoor de door haar bestuurde auto niet voortdurend onder controle gehad en heeft, terwijl zij vermoeid was, de cruise control van haar auto ingeschakeld en de
  6. VR 2018/142 Telefonisch horen. Redelijke termijn.

    Jurisprudentie
    In de onderhavige zaak is er door de betrokkene van afgezien gebruik te maken van de geboden mogelijkheid om telefonisch te worden gehoord, nu hij in persoon wenste te worden gehoord. Gelet op de wetsgeschiedenis van de Awb moet worden vastgesteld dat telefonisch horen in beginsel geen volwaardig alternatief is voor een hoorzitting. Er is niet gebleken dat de officier van justitie met de betrokkene tot overeenstemming was gekomen over telefonisch horen ter vervanging van de wettelijk voorgeschreven hoorzitting. Gelet hierop kan aan de omstandigheid dat de betrokkene niet heeft verzocht om te
  7. VR 2018/143 Gehandicaptenparkeerkaart. Matiging sanctie.

    Jurisprudentie
    Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “parkeren op invalideparkeerplaats, anders dan met motorvoertuig op meer dan twee wielen met geldige invalidenparkeerkaart”.De betrokkene verklaart dat hij op de avond in kwestie met zijn toenmalige vriendin op bezoek was bij kennissen. De ex-vriendin van de betrokkene is gehandicapt en beschikte over een gehandicaptenparkeerkaart waarmee zij als passagier kon meerijden. De betrokkene had deze kaart achter zijn voorruit gelegd. Bij terugkomst bij het voertuig constateerde hij
  8. VR 2018/144 Reikwijdte ontheffing.

    Jurisprudentie
    Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/20”, welke gedraging zou zijn verricht op de Grote Gracht te Maastricht.De betrokkene voert aan dat hij beschikt over een ontheffing om de voetpadzone in te rijden via de kortste route van zijn werk- naar zijn woonadres. De Grote Gracht bevindt zich op die route. Bij zijn ontheffing heeft de betrokkene een transponder gekregen die hij onder zijn auto heeft gemonteerd. Deze doet het betreffende
  9. VR 2018/145 Parkeren op gehandicaptenparkeerplaats.Gehandicaptenparkeerkaart. Matiging sanctie.

    Jurisprudentie
    Omdat de betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in aanmerking kwam voor een gehandicaptenparkeerkaart en daarover had kunnen beschikken als zijn aanvraag daartoe met de vereiste voortvarendheid was behandeld, dient de sanctie gematigd te worden tot een bedrag van € 90,-.
  10. VR 2018/146 Ski-ongeval; gevaarzetting; overtreding FIS-regels; geen eigen schuld.

    Jurisprudentie
    Eiseres en gedaagde zijn bij het afdalen van een skipiste met elkaar in botsing gekomen. Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot vergoeding van de door haar geleden schade, nader op te maken bij staat. Zij stelt dat gedaagde de zgn. FIS-regels (='verkeersregels' voor op de piste) heeft overtreden doordat hij haar met te hoge snelheid en op te kleine afstand heeft ingehaald, waarbij hun ski's elkaar hebben geraakt en eiseres ten val is gekomen. In (voorwaardelijke) reconventie vordert gedaagde een verklaring voor recht dat de eventuele schadevergoedingsverplichting is vervallen, althans
  11. VR 2018/147 Deelgeschil; aanrijding voetganger door politieauto; begrip'vervoerd worden'; overmacht; proportionaliteit en subsidiariteit.

    Jurisprudentie
    Verzoeker is, terwijl hij op een door X bestuurde motor probeerde te stappen, aangereden door een politieauto. In deze procedure staat de vraag centraal of Achmea, als WAM-verzekeraar van de politieauto, aansprakelijk is voor de door verzoeker geleden letselschade. Uit het proces-verbaal van A, de bestuurder van de politieauto, volgt onder meer: - dat A de wegrijdende motor wilde klemrijden omdat hij vermoedde dat X en verzoeker de motor aan het stelen waren;- dat X, op het moment dat verzoeker achterop de motor wilde stappen, onverwacht hard optrok en wegreed, waarbij verzoeker op de grond
  12. VR 2018/148 Deelgeschil. Val door verrot houten dak; aansprakelijkheid
    boedel; eigen schuld.

    Jurisprudentie
    Verzoekster verrichtte werkzaamheden op het dak van een garage/schuur/overkapping van haar vader. Zij kwam daarbij ten val en viel door een door verrotting zwak geworden deel van het dak heen. Zij spreekt haar twee zussen aan in hun hoedanigheid van (mede-)erfgenamen van haar inmiddels overleden vader. Zij stelt dat haar vader aansprakelijk was op grond van art. 6:174 BW, omdat het dak gebrekkig was. De rechtbank oordeelt dat het dak gebrekkig was en dat de vader van de vrouw aansprakelijk is. Van een dak mag in beginsel worden verwacht dat het voldoende stevig is om het gewicht van een
  13. VR 2018/149 Deelgeschil; 'delay' bij kankerpatiënte leidt tot overlijden; hoogte smartengeld.

    Jurisprudentie
    In 2007 is bij X, de moeder van verzoekers, bij toeval een ruimte-innemend proces (rip) ontdekt. De behandelend uroloog heeft een afwachtend beleid gevoerd en op verschillende momenten CT-scans laten maken. In 2010 heeft hij haar uit de behandeling ontslagen. Nadat zij in 2013 opnieuw klachten kreeg, werd door een volgende neuroloog een tumor in de nier met uitzaaiingen geconstateerd. Hij heeft X meegedeeld dat zij ongeneeslijk ziek was. X was op dat moment 49 jaar oud. In 2014 is zij overleden. Tussen partijen staat vast, onder meer op basis van de conclusies van een gezamenlijk ingeschakelde
  14. VR 2018/15 Parkeren voor uitrit. Gevaar of hinder veroorzaken. Discretionaire bevoegdheid verbalisant. Zwaarder feit.

    Jurisprudentie
    De verbalisant heeft een sanctie opgelegd voor de gedraging "voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd", gebaseerd op artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Alhoewel uit de verklaring van de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal blijkt dat door de gedraging (ook) hinder is ontstaan en gevaar kon worden veroorzaakt, heeft de verbalisant naar het oordeel van het hof in dit geval ten onrechte gekozen voor het opleggen van een sanctie voor deze gedraging. Weliswaar heeft de verbalisant een discretionaire bevoegdheid
  15. VR 2018/150 Deelgeschil; val als gevolg van lichamelijke tekortkoming.

    Jurisprudentie
    Verzoekster organiseerde een feestje thuis, waar onder meer verweerder kwam. Hij was op dat moment nog herstellende van letsel aan zijn achillespees en liep moeilijk. Bij het binnengaan van de woning is hij gestruikeld over een afstapje en tegen verzoekster aangevallen, die omviel en haar heup brak. Verzoekster verzoekt om een verklaring voor recht dat verweerder aansprakelijk is voor haar schade. Zij wijst daarbij onder meer op onvoorzichtigheid aan zijn zijde, maar ook op art. 6:165 BW: als een ongeval het gevolg is van een lichamelijke of geestelijke tekortkoming, is daarmee volgens
  16. VR 2018/151 Val van paard; geen bedrijfsmatig gebruik; wie is bezitter?

    Jurisprudentie
    Verweerder fokt en drijft handel in paarden. Hij heeft aan zijn stiefdochter paard X ter beschikking gesteld. Deze stiefdochter heeft samen met een derde een V.O.F. opgericht die zich bezighoudt met de training en verkoop van paarden. De V.O.F. houdt bedrijf op manege A. Verzoekster heeft regelmatig als vrijwilligster werkzaamheden verricht voor de stiefdochter op manege A, waarbij zij ook paarden mocht in- en uitstappen. Toen verzoekster in 2011 in de binnenbak van manege A op paard X reed, is zij van dit paard gevallen. Verzoekster verzoekt dat de rechtbank voor recht verklaart dat
  17. VR 2018/152 Verkeersongeval; verzekeringsplicht goed werkgever; bewuste
    roekeloosheid.

    Jurisprudentie
    Verzoeker was op basis van een uitzendovereenkomst werkzaam als koerier, waarbij hij met een bestelbusje maaltijden bezorgde. Bij het passeren van een spoorwegovergang is hij aangereden door een goederentrein, waarbij hij ernstig letsel heeft opgelopen. In deze procedure gaat het om de vraag of het uitzendbureau als formele werkgever op grond van art. 7:611 BW aansprakelijk is wegens het niet afsluiten van een behoorlijke verzekering. Het uitzendbureau betwist dat en stelt (1) dat deze verzekeringsplicht zich niet zou uitstrekken tot gevallen van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde
  18. VR 2018/153 Deelgeschil; val trappenhuis; zorgplicht werkgever.

    Jurisprudentie
    Verzoekster overkwam een ongeval toen zij via het trappenhuis van de 17e naar de 16e etage liep voor een overleg met collega's. Zij was op dat moment in loondienst van financieel dienstverlener Robidus die ten tijde van het ongeval de 16e en 17e etage van het kantoorpand huurde. Verzoekster is door de val met haar hoofd tegen een betonnen muur geslagen en heeft hierdoor hersenletsel opgelopen. Partijen twisten over de vraag of de zorgplicht van de werkgever (Robidus) zich uitstrekt tot de trap en het trappenhuis in het kantoorpand. De kantonrechter overweegt dat de centrale toegang van het
  19. VR 2018/159 Dood door schuld? Aanmerkelijke schuld? Gevaar. Dode hoek.

    Jurisprudentie
    De verdachte is linksaf afgeslagen en heeft daarbij de weghelft van het tegemoetkomende verkeer gekruist. Hierbij heeft verdachte verzuimd slachtoffer S, motorrijder, voor te laten gaan. Daarmee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het niet verlenen van voorrang, zoals bedoeld in artikel 18.1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. De verdachte heeft verklaard het slachtoffer niet te hebben gezien, mogelijk vanwege de (rechter) A-stijl, de voorste dakstijl tussen de voorruit en de voorportieren, in de auto.Er valt niet vast te stellen dat verdachte direct voorafgaand, of

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!