Zoeken

246 resultaten gevonden

  1. VR 2018/53 Mobiele telefoon. Vasthouden. iPhone.

    Jurisprudentie
    Het begrip 'mobiele telefoon' was ten tijde van de gedraging - anders dan tegenwoordig - niet nader gedefinieerd in het RVV 1990. In een dergelijke situatie wordt voor de uitleg van een begrip doorgaans aansluiting gezocht bij hetgeen de wetgever in de toelichting daaromtrent heeft vermeld. Blijkens de Nota van Toelichting bij het Besluit van 4 februari 2002 tot wijziging van het RVV 1990 (verbod handmatig telefoneren), Stb. 2002, 67 - waaraan de betrokkene ook heeft gerefereerd -, wordt onder mobiele telefoon verstaan: "een apparaat dat bestemd is voor het gebruik van mobiele openbare
  2. VR 2018/54 Parkeren. Rijbaan.

    Jurisprudentie
    Administratieve sanctie ter zake van “met een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken (bijv. laten stilstaan op trottoir/voetpad etc.)”. Gegeven de inrichting van het deel van de straat waar de betrokkene zijn voertuig had geparkeerd, oordeelt het hof dat niet een zodanige scheiding is aangebracht tussen de verschillende soorten bestratingen, dat gesproken kan worden van een trottoir. De weg is hier zo ingericht dat voertuigen gebruik kunnen maken van de gehele breedte van dit weggedeelte. Dit betekent dat dit deel van de straat in zijn geheel als rijbaan moet worden aangemerkt. Dat de hieraan
  3. VR 2018/55 Parkeren. Berm. Rijbaan.

    Jurisprudentie
    Aan de betrokkene was een administratieve sanctie opgelegd ter zake van parkeren in strijd met een parkeerverbod (bord E1). Het voertuig van de betrokkene stond niet op de rijbaan geparkeerd, maar op de met grastegels bedekte en verharde berm.Voor de uitleg van het begrip weg in de zin van artikel 65, tweede lid, van het RVV 1990 dient geen aansluiting bij het begrip weg als bedoeld in artikel 1, onder b van de WVW 1994 te worden gezocht. Het parkeerverbod aangegeven met bord E1 als bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990 strekt zich niet uit over de berm van de weg (ECLI:NL:GHARL:2016:3927).Het
  4. VR 2018/56 Kruispunt. Parkeren. Stilstaan.

    Jurisprudentie
    Betrokkene had zijn voertuig geparkeerd op een T-splitsing die bestaat uit een doorgaande weg en een weg die daarop uitloopt. Langs die laatste weg staat een bord G6 uit de bijlage bij het RVV 1990 (einde erf). De in-/uitrit van die straat is afwijkend bestraat: stoeptegels in plaats van klinkers. Het voertuig van de betrokkene stond op de doorgaande weg, zodanig dat bestuurders die via de weg die daarop uitloopt het erf verlaten en de doorgaande weg inrijden, recht op dat voertuig zouden afrijden. De betrokkene heeft dus in strijd met het bepaalde in art 23 RVV1990 zijn voertuig laten
  5. VR 2018/57 Parkeren. Hinder.

    Jurisprudentie
    Van weggebruikers mag worden verwacht dat zij zich er eventueel na het parkeren van vergewissen of parkeren op de betreffende plaats voor hen is toegestaan. Dit kan meebrengen dat sneeuw moet worden verwijderd. Het hof is op grond van de foto's van oordeel dat nu het vlak waarop de auto van de betrokkene stond geparkeerd voor een trap ligt en afwijkend bestraat is, het voor de betrokkene, ook bij gebreke van enige nadere aanduiding hoe ter plaatse te parkeren, duidelijk had moeten zijn dat het hier geen parkeervak betreft en dat het dus niet de bedoeling is dat zij haar auto hier parkeert. In
  6. VR 2018/58 Parkeren. Elektrische laadpaal.

    Jurisprudentie
    De betrokkene had zijn - kennelijk niet-elektrische - voertuig geparkeerd op een van een laadpaal voorziene parkeerplaats. Zoals was aangeduid met bord E4 was die parkeerplaats bestemd voor het opladen van elektrische motorvoertuigen. Het bord E4 vormt een toereikende aanduiding van een dergelijke parkeerplaats. De betrokkene heeft dus gehandeld in strijd met het bepaalde in art. 24 RVV 1990.
  7. VR 2018/59 Parkeren. Voor het openbaar verkeer
    openstaande weg. Parkeerplaats bij Schiphol. Bevoegdheid verbalisant.

    Jurisprudentie
    Betrokkene heeft zijn auto geparkeerd op parkeerplaats P3, behorend bij vliegveld Schiphol. Deze parkeerplaats is bestemd voor lang parkeren en is afgesloten door middel van slagbomen. Beslissend voor de vraag of het terrein als een voor het openbaar verkeer openstaande weg dient te worden aangemerkt, is de vraag of dit ten tijde van de gedraging feitelijk voor het openbaar verkeer openstond. Daarvoor zijn mede van belang de verdere feitelijke omstandigheden zoals de vraag of door de rechthebbende wordt geduld dat het algemene verkeer gebruik maakt van dat terrein.Gesteld noch gebleken is dat
  8. VR 2018/60 Tweede Pinksterdag. Parkeren. Onderbord.

    Jurisprudentie
    Parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart. Naar het oordeel van het hof blijkt niet dat de tekst op het onderbord ("Ma t/m Vrij 9 - 17h. Max. 2h") de werking van het bord E6 (gehandicaptenparkeerplaats) op een feestdag opheft. Dat er op Tweede Pinksterdag een zondagstarief geldt, betekent niet dat een (onder)bord als het onderhavige zijn werking verliest.
  9. VR 2018/61 Letselschade, schadebegroting.

    Jurisprudentie
    Appellant is in korte tijd tweemaal betrokken geweest bij een ongeval, waarbij hij als bestuurder van een personenauto is aangereden. In het eerste geval was de aansprakelijke partij verzekerd, in het tweede geval niet. De verzekeraar (voor het eerste geval) en het Waarborgfonds (voor het tweede geval) hebben schadevergoedingen betaald. Appellant heeft hogere bedragen gevorderd, met name ten aanzien van verlies van verdienvermogen. Zijn vorderingen zijn in eerste aanleg vrijwel integraal afgewezen. Het hof stelt voorop dat de schade moet worden begroot door middel van een vergelijking van de
  10. VR 2018/62 Deelgeschil; verkeersongeval; eigen schuld?

    Jurisprudentie
    Verzoeker is vanaf het trottoir de weg op gefietst. Hij is vervolgens aangereden door een bij TVM verzekerde vrachtauto en heeft daarbij letsel opgelopen. TVM heeft 50% aansprakelijkheid erkend en stelt dat er sprake is van eigen schuld omdat verzoeker (1) in strijd met de verkeersregels op het trottoir heeft gefietst en (2) voorrang had moeten verlenen aan de vrachtwagen op het moment dat hij vanaf het trottoir de weg op fietste. Verzoeker vraagt een verklaring voor recht dat TVM 100%, althans meer dan 50% vergoedingsplichtig is. De rechtbank stelt voorop dat de hoofdregel van art. 185 WVW
  11. VR 2018/63 Deelgeschil; aanrijding auto-fietser; eigen schuld,billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie
    Op 6 augustus 2013 vond een aanrijding plaats tussen X (op de fiets) en Y (automobilist). Y reed op de Nieuwe Meerlaan in Amsterdam, waar een maximumsnelheid van 60 km/u gold. X was gehouden hem voorrang te verlenen, maar heeft dit niet gedaan. Bij de ontstane aanrijding heeft X zeer ernstig letsel opgelopen. De WAM-verzekeraar van Y (Generali) heeft 60% aansprakelijkheid erkend. In deelgeschil vraagt X een verklaring voor recht dat Generali de schade volledig moet vergoeden. Zij stelt in dat verband onder meer dat Y zijn snelheid onvoldoende heeft aangepast aan de verkeerssituatie, omdat ter
  12. VR 2018/65 Van een koude kermis thuis?

    Artikel
    VR 2018/65 Van een koude kermis thuis? Aansprakelijkheid voor letsel door gebrekkige attracties Mr. B. Endeman* * Advocaat te Haarlem 1. Inleiding Attracties vormen niet alleen een bron van vermaak, maar soms ook van leed doordat zij letsel veroorzaken. Ongevallen met attracties halen met enige regelmaat de pers 1) en vormen een bron van procedures over personenschades. In deze bijdrage wordt verkend op welke grondslagen personenschade kan worden verhaald, hoe de specifieke voor attracties geldende regelgeving daarvoor van betekenis is en hoe daarmee in de rechtspraak wordt omgegaan. Daarbij
  13. VR 2018/66 Dood door schuld. Smartphone.

    Jurisprudentie
    Verdachte botste met de door hem bestuurde vrachtauto op een autosnelweg tegen een personenauto, waardoor een inzittende van de personenauto werd gedood en de andere inzittende zwaar lichamelijk letsel opliep. Voorafgaand aan het ongeval reed de verdachte 83 kilometer per uur. Intussen had hij zijn mobiele telefoon in zijn hand had en verrichtte daarop handelingen.Van verdachte als beroepschauffeur, rijdend in een beladen vrachtauto, mag extra voorzichtigheid en alertheid in het verkeer worden verwacht. Nu verdachte zijn aandacht niet voortdurend op het verkeer op de weg heeft gehouden
  14. VR 2018/67 Aanmerkelijke schuld? Overstekende voetganger.

    Jurisprudentie
    Verdachte was de bestuurder van de personenauto. Hij kwam uit de richting van de Slotermeerlaan en reed in de richting van de Rijksweg A10. De voetganger kwam uit de richting van de Burgemeester Hogguerstraat en stak schuin het kruisingsvlak van voornoemde kruising over in de richting van de tramhalte. Verdachte wordt onder meer verweten dat hij bij groen licht, maar met een te hoge snelheid voornoemde kruising is opgereden en niet heeft gezien dat de voetganger al rennend voornoemde kruising schuin wilde oversteken. Hierdoor is een aanrijding ontstaan tussen de door verdachte bestuurde auto
  15. VR 2018/68 Verkeerslicht. Tegen het verkeer in rijden.

    Jurisprudentie
    Betrokkene heeft tegen het verkeer in gefietst en daardoor geen zicht gehad op het rood licht uitstralende verkeerslicht. Het hof is van oordeel dat het verkeerslicht moet worden aangemerkt als een voor de betrokkene bestemd verkeerslicht. Dit verkeerslicht heeft immers de bedoeling het door haar bereden wegvak af te sluiten voor verkeer in beide richtingen. Dat de betrokkene geen zicht had op dit verkeerslicht en niet kon zien dat dit verkeerslicht rood licht uitstraalde, is een omstandigheid die aan de betrokkene zelf te wijten is, doordat zij tegen het verkeer in reed. Deze omstandigheid
  16. VR 2018/69 Prejudiciële vragen; geen 'voorrisico' voor WAM-verzekeraar.

    Jurisprudentie
    Als een verzekering in het RDW-register wordt vermeld, staat daarbij slechts de dag en niet het tijdstip vermeld. De registratie werkt derhalve terug tot 00.00 uur op de dag van registratie. Dat kan problemen opleveren indien de eigenaar van een onverzekerde auto ná het veroorzaken van een ongeval op dezelfde dag een verzekering afsluit en de benadeelde vervolgens deze verzekeraar aanspreekt. Bij het Hof Den Haag zijn over deze problematiek twee zaken aanhangig. Het hof heeft prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. In de kern komen deze neer op de vraag of de verzekeraar de benadeelde in
  17. VR 2018/70 Aanrijding fietser met (zwerf)kat; bezitter?

    Jurisprudentie
    Op 26 mei 2015 is appellant op de fiets in botsing gekomen met een kat. Hij is daarbij ten val gekomen en heeft ernstig letsel opgelopen. De kat was een zwerfkat waarmee geïntimeerden een zekere band hadden opgebouwd: de kat verbleef doorgaans in de omgeving van hun woning, had een naam gekregen en toen de kat enkele dagen afwezig was, uitten geïntimeerden daarover op Facebook hun bezorgdheid.Appellant heeft geïntimeerden aansprakelijk gesteld op grond van art. 6:179 BW, omdat zij de bezitters van de kat zouden zijn. De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen. Het hof wijst de vorderingen
  18. VR 2018/71 Verkeersongeval snelweg; gevaarzetting niet onrechtmatig.

    Jurisprudentie
    Eerst een ongeval tussen een personenauto en een camper, waarbij beide voertuigen deels terechtkwamen op de vluchtstrook. Kort na het ongeval kwam A, medewerker van de ANWB, in een ANWB-voertuig ter plaatse. Hij plaatste zijn voertuig in eerste instantie voorbij de aanrijdingslocatie, maar besloot na het opnemen van de stand van zaken dat het beter was om zijn voertuig vóór de aanrijdingslocatie te plaatsen. Hij is daartoe op de rechterrijstrook van de snelweg achteruit gereden. Een Toyota op de rechterrijstrook, bestuurd door B en met C en D als inzittenden, is tijdens deze manoeuvre in
  19. VR 2018/72 Regres verzekeraar op onverzekerde eigenaar en bestuurder
    auto.

    Jurisprudentie
    Op 5 juli 2013 heeft gedaagde met een (op zijn naam staande) Peugeot een aanrijding veroorzaakt, waarbij A letselschade heeft opgelopen. De Peugeot stond tot 27 juni 2013 op naam van B, die de auto had verzekerd bij Bovemij. Op 27 juni 2013 is een vrijwaringsbewijs afgegeven. Bovemij heeft de schade van A vergoed; deze schade is bij vaststellingsovereenkomst bepaald op ruim € 60.000,-. Gedurende de schaderegeling heeft Bovemij gedaagde er diverse keren op gewezen dat de schade op hem zou worden verhaald en hem verzocht om informatie over onder meer de toedracht. Gedaagde heeft op deze
  20. VR 2018/73 Aansprakelijkheid wegbeheerder voor schade aan auto.

    Jurisprudentie
    Eiser is op 19 november 2016 te Haarlem in het donker met zijn auto over een verhoogde (ca. 12 cm) wegafscheiding gereden, waarbij schade is ontstaan aan de auto. In januari 2017 heeft de gemeente Haarlem een reflecterend paaltje op de wegafscheiding geplaatst. De rechtbank stelt vast dat het plaatsen van een dergelijk paaltje een eenvoudige maatregel is, die in beginsel ook van de gemeente kan worden gevergd. Weliswaar volgt uit het feit dat de verkeersituatie veiliger kan nog niet dat de verkeerssituatie zonder paaltje gebrekkig is; uit foto's blijkt echter dat er oorspronkelijk (na de

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!