Zoeken

181 resultaten gevonden

  1. VR 2019/174 Voet uitglijdende voetganger onder bus: sprake van overmacht
    (art. 185 WVW).

    Jurisprudentie
    In een poging om de bus te halen, rende eiser naar de bus. Daarbij gleed hij uit over een blindegeleidetegel waardoor hij een soort sliding maakte richting de bus en met zijn voet onder het voorwiel van de vertrekkende bus terechtkwam. Hij beroept zich op art. 185 WVW. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van overmacht. De bestuurder van de bus treft geen enkel verwijt ter zake van het ontstaan van het ongeval. Het ontstaan van het ongeval is daarentegen te wijten aan een fout van de voetganger. De bestuurder hoefde er geen rekening mee te houden dat de voetganger met onverminderde snelheid
  2. VR 2019/175 Aanrijding auto en fiets; beroep op overmacht automobilist toegewezen.

    Jurisprudentie
    Op 2 september 2015 heeft eiser een fietser aangereden op de kruising van de Hofzichtlaan met de straat Catharinaland in Den Haag. Toen eiser vanuit Catharinaland rechtsaf de Hofzichtlaan opsloeg, heeft hij de fietser aangereden. De fietser fietste op dat moment tegen de rijrichting in. Eiser was tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Vivat. Vivat heeft op 4 mei 2018 een vaststellingsovereenkomst gesloten met de fietser waarin is overeengekomen dat Vivat 75% van de schade van fietser zou vergoeden. Vivat heeft op grond van de algemene voorwaarden van de verzekeringsovereenkomst met
  3. VR 2019/176 Ongeval parkeerdek; bedrijfsmatig gebruiker; gebrekkig
    opstal; gevaarzetting.

    Jurisprudentie
    X (verzoeker) is een ongeval overkomen op een parkeerdek bij een evenementencentrum. Het parkeerdek ligt iets hoger dan de openbare weg en is omringd met een opstaande betonnen rand. X zou samen met zijn gezin een voorstelling in het evenementencentrum bezoeken. Voorafgaande aan de voorstelling is de echtgenote van X het parkeerdek opgereden. X, die als passagier in de auto zat, is op enig moment uitgestapt om aanwijzingen te geven voor het inparkeren van de auto door de echtgenote. Toen hij achterwaarts richting de rand van het parkeerdek liep, is hij op de opstaande rand gestapt. Vervolgens
  4. VR 2019/177 Frontale botsing: causaal verband tussen ongeval en klachten.

    Jurisprudentie
    Ten gevolge van een frontale botsing tussen twee personenauto's is verzoekster ernstig gewond geraakt. In deze zaak gaat het om de afwikkeling van de letselschade die verzoekster stelt te hebben geleden als gevolg van dit ongeval dat haar veertien jaar geleden, in 2005, is overkomen. Tussen partijen bestaat met name discussie over de vraag of er causaal verband bestaat tussen de gestelde klachten, beperkingen en schade van verzoekster enerzijds en het ongeval anderzijds. Er hebben vier expertises plaatsgevonden. Partijen twisten over de interpretatie van deze rapporten. Ten aanzien van het
  5. VR 2019/178 Verzoek tot overlegging medische informatie t.b.v.
    gezamenlijk medisch deskundigenbericht afgewezen.

    Jurisprudentie
    De zoon van verweerders is bij het oversteken aangereden door een bij ASR ingevolge de WAM verzekerde auto. ASR heeft aansprakelijkheid erkend voor de door het ongeval veroorzaakte schade. De schaderegeling is vastgelopen. Partijen zijn het erover eens dat voor de schadebegroting nodig is dat medisch deskundigen zich uitlaten over de gevolgen van het ongeval, maar twisten erover of thans de voor dit deskundigenonderzoek benodigde informatie voorhanden is. Het verzoek strekt primair ertoe dat de rechtbank op de voet van art. 1019w e.v. Rv, althans met toepassing van art. 843a Rv zal bepalen
  6. VR 2019/179 Overeenstemming over bedrijfseconomisch onderzoek doordeskundige, verzoek om aanvullend voorschot schadevergoeding en verrekeningAOV-uitkering.

    Jurisprudentie
    Verzoeker is zelfstandig gevestigd smid/lasser. Op 7 november 2007 is verzoeker tijdens de uitoefening van laswerkzaamheden een ongeval overkomen. Tijdens het laden en lossen van een op een vrachtwagen geplaatste container is een deur/klep van de container losgeschoten, waardoor verzoeker is geraakt. Verzoeker heeft als gevolg van het ongeval letsel opgelopen. TVM heeft als WAM-verzekeraar van de vrachtwagen de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. Sinds het ongeval ontvangt verzoeker een arbeidsongeschiktheidsuitkering (hierna: AOV-uitkering) van De Amersfoortse
  7. VR 2019/18 Eenzijdig fietsongeval; aansprakelijkheid wegbeheerder
    afgewezen.

    Jurisprudentie
    In 2015 is verzoeker een eenzijdig verkeersongeval overkomen op de Waalbrug bij Nijmegen. Wegens werkzaamheden was het fietspad waarop verzoeker fietste omgelegd. Toen verzoeker over een zogenaamde dilatatievoeg reed, is hij gevallen en met zijn gezicht terechtgekomen op een schuin omhoog stekende steigerpijp waarmee een hekwerk was gemonteerd. Verzoeker heeft hierdoor ernstig letsel opgelopen. Verzoeker verzoekt de rechtbank voor recht te verklaren dat de gemeente als wegbeheerder (art. 6:174 lid 2 BW) en Achmea als schadeverzekeraar van de gemeente (art. 7:954 BW) jegens verzoeker hoofdelijk
  8. VR 2019/184 Zwaar lichamelijk letsel door schuld? Causaal verband. Gevaar.

    Jurisprudentie
    Gelet op het verkeersgedrag van X - het maken van een bijzondere manoeuvre met flinke snelheid - en het aandeel dat hij heeft gehad in de botsing, is het hof van oordeel dat het verkeersongeval niet in redelijkheid is toe te rekenen aan het gedrag van de verdachte, ook al getuigt het gedrag van de verdachte van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.
  9. VR 2019/185 Wet Mulder. Heroverweging proceskostenvergoeding.

    Jurisprudentie
    Tot op heden heeft het hof als uitgangspunt gehanteerd dat aanleiding bestaat om een verzoek om vergoeding van proceskosten in te willigen indien en voor zover een betrokkene in het gelijk wordt gesteld. Onder in het gelijk stellen wordt hierbij verstaan het op de door de betrokkene aangedragen gronden (geheel of gedeeltelijk) vernietigen van een beslissing van de kantonrechter, de officier van justitie of van de inleidende beschikking. Voor de beantwoording van de vraag of aanspraak kan bestaan op een proceskostenvergoeding wordt thans aansluiting gezocht bij de regeling van artikel 591a
  10. VR 2019/186 Procesrecht; deelgeschilbeschikking; kostenveroordeling; hoger beroep; tussenuitspraak; niet-ontvankelijk in cassatie.

    Jurisprudentie
    A is als bromfietser een aanrijding overkomen met een bestelwagen. C is de aansprakelijkheidsverzekeraar van de bestuurder (B) van de bestelwagen. In een deelgeschilprocedure heeft de rechtbank voor recht verklaard dat B en C aansprakelijk zijn voor de schade die A door het ongeval heeft geleden en heeft B en C veroordeeld in de kosten van het deelgeschil (art. 1019aa lid 1 Rv jo. 6:96 lid 2 BWW). In deze bodemprocedure hebben B en C een verklaring voor recht gevorderd dat zij niet aansprakelijk zijn voor de schade van A en zij hebben verlof gevorderd om tussentijds hoger beroep in te stellen
  11. VR 2019/187 Kop-staartbotsing; te weinig afstand; bewijswaardering.

    Jurisprudentie
    Toen A in zijn auto op de snelweg reed, is hij van achteren aangereden door een andere auto die werd bestuurd door C. B zat als passagier naast A in de auto. D zat als passagier naast C in de auto. A stelt de verzekeraar van de auto van C aansprakelijk en vordert betaling van een schadevergoedingsvoorschot van € 5.000. De vraag is of het ongeluk is ontstaan doordat C te weinig afstand heeft bewaard tot de auto van A (en daarmee art. 19 RVV heeft overtreden) of doordat A onverwacht en zonder enige noodzaak heeft geremd. Op grond van de verklaringen van A, B, C en D oordeelt het hof dat C
  12. VR 2019/188 Verzekeringsrecht; joyriding; geen verplichting tot terugbetaling uitgekeerd schadebedrag.

    Jurisprudentie
    Op 27 juni 2016 heeft de minderjarige zwager van appellant door joyriding met de auto van appellant schade veroorzaakt aan een Mitsubishi en een Citroën. Ten tijde van dit voorval was de auto bij Allianz verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid. Allianz heeft als WAM-verzekeraar zowel aan de eigenaar van de Mitsubishi als aan de eigenaar van de Citroën een schadebedrag uitgekeerd. In eerste aanleg heeft Allianz gevorderd dat appellant de uitgekeerde schadebedragen aan haar moet terugbetalen. De kantonrechter heeft de vordering toegewezen en heeft daartoe overwogen dat appellant op grond
  13. VR 2019/189 Verkeersongeval; whiplash; ondernemer; schadeposten.

    Jurisprudentie
    Op 15 november 2013 is eiser een verkeersongeval overkomen waarbij drie personenauto's waren betrokken. Terwijl eiser in zijn auto voor een openstaande brug stond te wachten, is een bestuurder van een achteropkomende auto tegen de auto achter eiser aangereden, die vervolgens tegen de achterzijde van de personenauto van eiser is gebotst. De bestuurder van de achteropkomende auto was tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij ASR. ASR heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. Eiser was ten tijde van het ongeval als zelfstandig ondernemer werkzaam binnen twee
  14. VR 2019/190 Toepassing billijkheidscorrectie?

    Jurisprudentie
    Op 16 april 2017 reden verweerder en verzoeker in hun auto's vanaf de dorpskern van Zuidlaren binnen de bebouwde kom richting de wijk Zuides. Op het moment dat verzoeker de door verweerder bestuurde auto inhaalde, stuurde verweerder de auto naar links om de Oude Dijk in te slaan. De voertuigen raakten elkaar, waarna verzoeker de macht over het stuur is kwijtgeraakt en de door hem bestuurde auto na een slip tegen een boom is beland. Als gevolg van het ongeval heeft verzoeker zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Sinds het ongeval verkeert verzoeker in coma. In dit geval twisten partijen over de
  15. VR 2019/191 Aanrijding; verboden rijrichting; geen schadevergoeding.

    Jurisprudentie
    In 2017 vond in Amsterdam een aanrijding plaats tussen een door eiseres bestuurde personenauto en een door gedaagde bestuurde bestelbus met aanhanger. De personenauto stond geparkeerd aan de linkerzijde van de rijbaan, waar parkeervakken beschikbaar zijn die diagonaal naar rechts ten opzichte van de rijbaan zijn gesitueerd. Toen eiseres vanuit het parkeervak achteruit wilde rijden, naderde van rechts de bestelwagen. Vast staat dat het een éénrichtingsweg betrof en dat de bestelwagen in de verboden rijrichting reed. De aanhanger van de bestelwagen is in botsing gekomen met de personenauto. De
  16. VR 2019/192 Verkeersongeval; 68-jarige man; smartengeld; begroting kosten fysiotherapie.

    Jurisprudentie
    Op 9 september 2014 is eiser een verkeersongeval overkomen. Toen hij in zijn auto op een recht doorgaande weg reed, is hij in de linkerflank aangereden door een auto die bestuurd werd door X. De auto van X was verzekerd bij TVM. Eiser was ten tijde van het ongeval 68 jaar. Ten gevolge van dit ongeval heeft hij blijvend letsel aan zijn zenuwen opgelopen, waardoor hij 24 uur per dag pijn ervaart en hij levenslang is aangewezen op fysiotherapie. TVM heeft aansprakelijkheid voor het verkeersongeval erkend en heeft als voorschot op het smartengeld € 3.500 uitgekeerd. Eiser vordert TVM te
  17. VR 2019/193 Deelgeschil; ondanks relatief gering belang, volledige vergoeding buitengerechtelijke kosten; geen onredelijke kosten.

    Jurisprudentie
    Verzoeker is op 24 augustus 2016 betrokken geraakt bij een verkeersongeval. Hij reed op zijn scooter toen hij werd aangereden door een auto. Dekra, (de vertegenwoordiger van) de aansprakelijkheidsverzekeraar van de bestuurder van de auto, heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval en de daaruit voor verzoeker voortvloeiende schade erkend. Dekra heeft een eerste door de advocaat van verzoeker verzonden factuur ter zake van buitengerechtelijke kosten ad € 1.446,67 voldaan. Een tweede factuur ter zake van buitengerechtelijke kosten ad € 1.544,60 is onbetaald gebleven. De advocaat van verzoeker
  18. VR 2019/194 Plausibiliteitstoets en beoordeling causaal verband bij klachten ten gevolge van ongeval.

    Jurisprudentie
    Op 16 november 2011 is verzoekster als bestuurder van een personenauto op de A9 aangereden door een andere automobilist. Er was sprake van een aanrijding tegen de linker achterzijde van de auto van verzoekster, waardoor de auto is gaan spinnen. De automobilist die verzoekster als eerste heeft geraakt, was tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Achmea. Achmea heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. Verzoekster heeft na het ongeval diverse klachten gekregen. Er heeft een neurologische expertise plaatsgevonden door neuroloog Verlooy en een neuropsychologische
  19. VR 2019/195 Begroting smartengeld.

    Jurisprudentie
    Op 22 september 2008 reed verzoeker met zijn motor binnen de bebouwde kom op de voor hem rechter weghelft. Een tegemoetkomende automobilist verzuimde bij het linksaf slaan aan verzoeker voorrang te verlenen. Verzoeker heeft hierdoor krachtig geremd en is met zijn motor onderuit gegleden en kwam daarbij tegen de rechter zijkant van de auto. Als gevolg van het ongeval heeft verzoeker ernstig en blijvend letsel opgelopen. Verzoeker vordert vergoeding voor de geleden en nog te lijden immateriële schade. De peildatum voor de begroting van het smartengeld is mede onderdeel van het geschil.
  20. VR 2019/196 Aanrijding op kruising; aansprakelijkheid voorrangsgerechtigde afgewezen.

    Jurisprudentie
    In 2016 heeft een aanrijding op een kruising buiten de bebouwde kom plaatsgevonden tussen de door verzoekster bestuurde personenauto en de door verweerder bestuurde bedrijfswagen. Vast staat dat verzoekster geen voorrang heeft verleend aan verweerder, terwijl zij hiertoe wel verplicht was. Verzoekster verzoekt de rechtbank voor recht te verklaren dat verweerder en Univé (in haar hoedanigheid van WAM-verzekeraar van verweerder) aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het ongeval en gehouden zijn ten minste 50% te vergoeden van de door verzoekster geleden en te lijden schade. De rechtbank stelt

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!