Zoeken

123 resultaten gevonden

  1. VR 2021/105 Eenzijdig fietsongeval; wegbeheerder aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    In 2016 is A met haar elektrische fiets gevallen op een fietspad waarvan B de wegbeheerder is. Het ongeval vond plaats in een bocht, vlak voor de ingang van een fietstunnel. De bocht was betegeld met 30 x 30 cm betontegels. Vaststaat dat de tegels uit verband waren geraakt, dat tussen enkele tegels een groef was ontstaan en dat een hoogteverschil tussen de tegels bestond. A stelt B aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval op grond van art. 6:174 BW en vordert schadevergoeding. Het hof gaat ervan uit dat de groef tussen de tegels zo'n 3 cm breed en zo'n 1,5 cm diep was. Aangezien een
  2. VR 2021/106 Eenzijdig auto-ongeluk; verlies verdienvermogen; voordeelstoerekening.

    Jurisprudentie
    In 2013 overkomt A (50 jaar oud) een eenzijdig verkeersongeval. Tijdens het autorijden verliest hij tijdelijk zijn bewustzijn, waardoor hij van de weg raakt en over de kop vliegt. A rijdt dan in een leaseauto van zijn werkgever B. B heeft voor de auto een ongevallen-inzittenden-verzekering (OIV) afgesloten bij X en een schadeverzekering inzittenden (SVI)/werkgeversaansprakelijkheid bestuurders van motorrijtuigen verzekering (WEGAS) bij Y. A ontvangt van X na het ongeval onder de OIV € 9.300. Op 1 april 2015 beëindigen A en B met wederzijds goedvinden de arbeidsovereenkomst van A. A ontvangt
  3. VR 2021/107 Val over elektrabuizen in bouwmarkt; gevaarzetting; eigen schuld.

    Jurisprudentie
    In 2018 is A in een vestiging van Hornbach gevallen over elektrabuizen die een klant ter hoogte van kassa 1 op de winkelvloer had gelegd. De elektrabuizen waren grijskleurig en lagen op een grijze vloer in het verlengde van de kassarij. A stapte overdwars op de buizen en viel achterover. Op het moment van de val stonden twee medewerkers van Hornbach (M1 en M2) achter de servicebalie naast kassa 1. M1 en M2 hebben een getuigenverklaring afgelegd. A spreekt Hornbach aan op grond van art. 6:162 BW en vordert vergoeding van de schade die hij als gevolg van het ongeval heeft geleden. De rechtbank
  4. VR 2021/108 Aanrijding fietser en auto kruising; rood licht voor fietser: automobilist aansprakelijk; 50% eigen schuld fietser.

    Jurisprudentie
    Op een kruising in Hengelo (Overijssel) heeft in 2015 een aanrijding plaatsgevonden nabij een ROC. Een 16-jarige scholier (E) reed op haar fiets de kruising op. Zij is toen aangereden door een automobilist (X) die (voor E) van links kwam. Twee getuigen (A en B) hebben verklaard dat het verkeerslicht voor E op rood stond en dat het verkeerslicht voor X op groen stond. E vordert een verklaring voor recht dat de aansprakelijkheidsverzekeraar van X (V) op grond van art. 185 WVW aansprakelijk is voor de schade die E door het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. V heeft erkend dat zij voor 50%
  5. VR 2021/109 Botsing twee skiërs op indoorskibaan; aansprakelijkheid; geen eigen schuld.

    Jurisprudentie
    Een onervaren skiër (A) is gevallen op een indoorskibaan, doordat - zo stelt zij - een andere skiër (B) van achteren tegen haar aan is geskied. A vordert een verklaring voor recht dat B op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk is voor de schade die zij als gevolg van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. De rechtbank overweegt dat uit de getuigenverklaring van de skileraar blijkt dat B - als van bovenkomende skiër - bij het inhalen van A met haar in botsing is gekomen. Dit betekent dat B - in strijd met de geldende FIS-regels - geen voorrang heeft verleend aan A en A niet veilig is
  6. VR 2021/11 Val na duw nieuwjaarsnacht; causaal verband.

    Jurisprudentie
    In de vroege ochtend van 1 januari 2016 is A naar de woning van B gegaan. A en B hadden vroeger een relatie met elkaar. Bij het portiek beneden kwam A de dochter van B tegen. Kort daarna is B naar beneden gekomen en heeft B A een duw gegeven. B zag kort daarna dat A enkele meters van de voordeur op haar rug op de grond lag. B heeft toen de politie gebeld. Om 5.45 uur hebben verbalisanten tevergeefs geprobeerd contact te leggen met A met behulp van pijnprikkels. A is vervolgens met de ambulance opgehaald. A verzoekt een verklaring voor recht dat B jegens A aansprakelijk is voor de schade die
  7. VR 2021/110 Val op voetpad; gemeente erkent aansprakelijkheid; gemeente niet aansprakelijk jegens verzekeraar voetganger.

    Jurisprudentie
    Mevrouw X is op 2 augustus 2013 gevallen op een voetpad in Rotterdam. Zij heeft hierbij letsel opgelopen. De gemeente (G) heeft naderhand vastgesteld dat het voetpad gebrekkig was en heeft aansprakelijkheid ex art. 6:174 BW erkend. G heeft de persoonlijke schade van X vergoed. X had ten tijde van het ongeval een ziektekostenverzekering bij V. Op grond van die verzekering heeft V de ongevalsgerelateerde ziektekosten van X vergoed. V vordert een verklaring voor recht dat G op grond van art. 6:162 BW gehouden is de schade van V als gevolg van de val van X te vergoeden.De kantonrechter is, anders
  8. VR 2021/111 Verzekeringsrecht; art. 15 lid 1 WAM; rijden onder invloed van alcohol.

    Jurisprudentie
    In 2014 heeft A als bestuurder van een auto (Suzuki) een ongeval veroorzaakt, waarbij X als passagier letsel heeft opgelopen. A bleek ten tijde van het ongeval onder invloed van alcohol. B is de verzekeraar van de Suzuki, maar A is niet de verzekeringnemer. B heeft een bedrag van € 105.000 aan XX uitgekeerd, omdat XX als slachtoffer op grond van de WAM een eigen rechtstreeks vorderingsrecht heeft op B. De schade van XX werd echter niet door de verzekering gedekt, omdat in de toepasselijke polisvoorwaarden staat dat de schade niet is verzekerd als de bestuurder niet had mogen rijden omdat hij
  9. VR 2021/112 Ongeval woon-werkverkeer werknemer; schending verzekeringsplicht werkgever.

    Jurisprudentie
    A werkt als engineer voor energiemaatschappij B in Alkmaar. B heeft in het belang van haar onderneming een collectieve ongevallenverzekering (een sommenverzekering) bij verzekeraar C afgesloten. Ook heeft B een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. Op 29 november 2013 is A een verkeersongeval overkomen toen hij in opdracht van zijn leidinggevende onderweg was van huis naar de vestiging van B in Amsterdam. A maakte daarbij gebruik van een door B ter beschikking gestelde auto. B heeft het ongeval van A gemeld bij C. C heeft aan A bericht dat geen dekking wordt verleend voor zijn schade als
  10. VR 2021/113 Voetganger wordt aangereden door twee auto's; geen overmacht; 50% eigen schuld.

    Jurisprudentie
    Op 7 december 2018 is A een verkeersongeval overkomen. A was met haar auto op weg van haar kantoor naar huis. Op enig moment heeft zij haar auto tot stilstand gebracht aan de rechterkant op een busstrook bij een bushalte. Zij is uit de auto gestapt en heeft de motorkap geopend. Op enig moment is zij in aanraking gekomen met een passerende auto (een BMW). Daarna is zij op de rijbaan gekomen en aangereden door een tweede, direct na de BMW passerende auto (een Audi). Beide auto's reden op de rijbaan naast de busstrook, in dezelfde richting als waarin A reed voordat ze haar auto tot stilstand had
  11. VR 2021/114 Fietser valt over biggenrug; wegbeheerder aansprakelijk; eigen schuld.

    Jurisprudentie
    In de nacht van 12 op 13 januari 2019 is fietser A gevallen op een kruising van straat X met straat Y. A kwam vanuit straat X rijden. Op de kruising stak zij schuin over om linksaf te slaan straat Y in. A is toen gevallen over een biggenrug die als afscheiding diende tussen het fietspad en de rijbaan aan straat Y. Aan weerszijden van de biggenruggen was een doorgetrokken witte belijning aangebracht. De biggenruggen hadden de kleur van het asfalt, gelijk aan de rijbaan. Het fietspad was rood. Links van de ingang van het fietspad stond een verkeerszuil met een verkeersbord dat een verplicht
  12. VR 2021/118 Verkeersongeval; verzekeringsrecht; verjaring; directe actie.

    Jurisprudentie
    Op 29 februari 2000 is autobestuurder A (appellant) aangereden door autobestuurder B. De WAM-verzekeraar van de auto van B was C. A heeft na het ongeval C op grond van art. 6 lid 1 WAM rechtstreeks aangesproken tot vergoeding van de schade die hij door het ongeval heeft geleden. Bij brief van 26 juli 2002 heeft C namens B aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. C heeft een voorschot op de schadevergoeding betaald aan A van € 43.338,-. A en C zijn niet tot overeenstemming gekomen over de hoogte van de schadevergoeding. Op 11 december 2008 heeft C de onderhandelingen formeel
  13. VR 2021/119 Kop-staartbotsing; whiplash-gerelateerde klachten; causaal verband; voorschot schadevergoeding.

    Jurisprudentie
    In 2011 is A als inzittende van een personenauto van achteren aangereden door een verzekerde van B. B heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. Sinds het ongeval ervaart A whiplash-gerelateerde klachten. Op verzoek van A en B heeft in 2016 een medische expertise plaatsgevonden door neuroloog X. X heeft op eigen initiatief een neuropsychologisch onderzoek laten verrichten door Y. De vraag ligt voor of een causaal verband bestaat tussen de klachten van A en het ongeval, en of A, naast het door de rechtbank toegekende bedrag van € 50.000,- als voorschot op de
  14. VR 2021/12 Productaansprakelijkheid; gebrekkige waterballonpomp; oogletsel 7-jarige.

    Jurisprudentie
    De ouders van de 7-jarige A hebben in de zomer van 2014 een waterballonpomp gekocht bij Action. De waterballonpomp was geproduceerd door B. Op 6 april 2015 (tweede Paasdag) is de waterballonpomp aan de onderkant gebarsten. Diezelfde dag hebben de ouders zich met A gemeld bij de huisartsenpost met letsel aan het rechteroog van A. Met spoed is toen een oogarts opgeroepen. In het patiëntendossier van A heeft de oogarts over dit consult het volgende gemeld: "Bij oppompen van vulfles voor waterballonnen is de plastic waterfles ontploft. Klapte tegen het rechter oog aan. Fles is gebarsten, er lijken
  15. VR 2021/120 Buitengerechtelijke kosten; dubbele redelijkheidstoets.

    Jurisprudentie
    A is in 2015 betrokken geraakt bij een eenzijdig verkeersongeval. Hierbij heeft A lichamelijk en psychisch letsel opgelopen. Verzekeraar B heeft in 2016 de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. In 2017 heeft A zich gewend tot mr. Z. Daarvoor hebben X en Y de belangen van A behartigd. Z heeft bij B € 14.499,28 aan buitengerechtelijke kosten gedeclareerd. B heeft daarvan € 8.000,- vergoed. B heeft in totaal in het dossier van A € 16.092,97 aan buitengerechtelijke kosten uitgekeerd. In deze procedure vordert A van B € 6.499,28. Dit bedrag ziet op de onbetaald gebleven
  16. VR 2021/121 Aanrijding scooter en auto; ontvankelijkheid; kosten mantelzorg.

    Jurisprudentie
    Op 22 november 2016 is scooterrijder A aangereden door automobilist B. A was toen 22 jaar. Als gevolg van deze aanrijding heeft A letsel opgelopen. De verzekeraar van B (VGH) heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. A vraagt de rechtbank om over meerdere geschilpunten te beslissen. A verzoekt de rechtbank onder meer om VGH hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een voorschot van € 45.780,- voor mantelzorg. De rechtbank beoordeelt eerst of de zaak geschikt is voor behandeling als deelgeschil. Zij overweegt in dat verband dat A verschillende geschilpunten voorlegt aan
  17. VR 2021/122 Aanrijding auto en fiets; automobilist 100% aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    In 2016 is een fietser (A) aangereden door een automobilist (B). Voorafgaand aan het ongeval fietste A op een fietspad naast een ventweg, B reed op de ventweg. B is bij het oversteken van het fietspad rechtsaf geslagen, terwijl A op de fiets van rechts kwam. B heeft A niet gezien en is tegen de linker zijkant van A gereden, waardoor A is gevallen. Een getuige (G) heeft 112 gebeld en A is met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. G heeft aan de politie verklaard dat zij zag dat A voorafgaand aan het ongeval met haar telefoon "bezig was". Tussen partijen is niet in geschil dat de WAM
  18. VR 2021/126 Verlaten plaats ongeval. Behoorlijke gelegenheid.

    Jurisprudentie
    De verdachte is met zijn auto (Seat) tegen een paaltje aangereden. Dit raakte beschadigd. Na dit ongeval is de verdachte weggereden van de plaats van het ongeval. De verdachte heeft niet behoorlijk gelegenheid gegeven tot vaststelling van zijn identiteit en van het door hem bestuurde motorrijtuig. Hij heeft op generlei wijze kenbaar gemaakt dat hij en zijn auto betrokken zijn geweest bij het ongeval. De verdachte had, nu het ongeval midden in de nacht heeft plaatsgevonden en de Gemeente Venlo (het slachtoffer) op dat moment niet bereikbaar was, de mogelijkheid om de politie te bellen of een
  19. VR 2021/127 Letselschadezaak; beoordeling psychiatrisch deskundigenrapport.

    Jurisprudentie
    Fietser A raakt driemaal betrokken bij een verkeersongeval (in 2003, 2006 en 2009). A ontwikkelt na de laatste twee ongevallen blijvende klachten. Verzekeraar B aanvaardt aansprakelijkheid en treedt op als regelend verzekeraar voor de laatste twee ongevallen. Op gezamenlijk verzoek van A en B voert een psychiater (Drooglever Fortuyn) een onderzoek uit. Hij concludeert dat er geen causaal verband is tussen de psychische klachten van A en de laatste twee ongevallen; ook zonder de ongevallen zou A zeer waarschijnlijk de psychische klachten hebben ontwikkeld, gezien zijn (medische) verleden. A is
  20. VR 2021/128 Ernstig auto-ongeluk; gordel; WAM-dekking.

    Jurisprudentie
    In 2006 botst auto X tegen auto Y op de Duitse snelweg. Auto Y slaat hierbij over de kop. In auto Y zit de minderjarige M, samen met haar zus en vader (V). V is bestuurder van de auto. M zit niet in de gordel en vliegt bij de botsing uit de auto, waarna de auto over haar heen rijdt. Zij loopt hierbij zeer ernstig hersenletsel op. De WAM-verzekeraar van auto Y is VY. De WAM-verzekeraar van auto X erkent aansprakelijkheid voor het ongeval, maar zij doet een beroep op een/derde eigen schuld van M vanwege het niet dragen van de gordel. Volgens (de wettelijke vertegenwoordigers van) M heeft V er

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!