Zoeken

123 resultaten gevonden

  1. VR 2021/149 Werkgeversaansprakelijkheid; werknemer snijdt zich aan scherpe rand afzuigkap.

    Jurisprudentie
    A is als technisch projectleider in dienst bij B, een onderneming die zich richt op het produceren en verkopen van pannenkoeken en poffertjes. In februari 2016 werden grote afzuigkappen boven vier bakplaten geplaatst. De afzuigkappen werden geleverd, gemonteerd en opgehangen door bedrijf X, waarna A en uitzendkracht Y de rookkanalen van de luchtafzuiging op de afzuigkappen zouden aansluiten. Bij die werkzaamheden is A een ongeval overkomen. Y was vanuit een hoogwerker op de afzuigkap geklommen en dreigde te vallen. A probeerde Y op te vangen, maar is daarbij gestruikeld en heeft met zijn hand
  2. VR 2021/150 Automobilist rijdt voetganger aan; aansprakelijkheid; eigen schuld.

    Jurisprudentie
    Op 11 januari 2020 rond 9:25 uur steekt voetganger A weg X over op een oversteekplaats zonder voorrang voor voetgangers. Automobilist B draait op hetzelfde moment weg X op. B ziet A te laat. A wordt aan het einde van zijn oversteek geraakt door de rechterzijde van de motorkap van de auto van B. Als gevolg van deze aanrijding loopt A letsel op. De WAM-verzekeraar van de auto (VB) erkent aansprakelijkheid voor het ongeval voor 50%. A verzoekt een verklaring voor recht dat VB voor 100% aansprakelijk is voor zijn schade als gevolg van het ongeval.Vaststaat dat VB op grond van art. 185 WVW
  3. VR 2021/151 Val van gehuurde steiger; geen gebrekkige zaak; geen gevaarlijke situatie.

    Jurisprudentie
    Op 25 september 2018 is A een ongeval overkomen. Hij verrichtte die dag als zzp'er in opdracht van X werkzaamheden in een pand in Nieuwegein aan de bedrading boven een systeemplafond. Voor die werkzaamheden had A een kamersteiger gehuurd bij B. Toen A via de rechter buitenkant van de steiger naar beneden ging, is hij gevallen. Hierbij heeft hij een drievoudige enkelbreuk opgelopen. A verzoekt een verklaring voor recht dat B aansprakelijk is voor zijn schade als gevolg van het ongeval.A beroept zich primair op art. 6:173 BW. Volgens A heeft B een steiger ter beschikking gesteld die niet de
  4. VR 2021/158 Mobiele telefoon. Vasthouden?

    Jurisprudentie
    Hoewel het hof begrijpt dat met het oog op de verkeersveiligheid een sanctie voor het op schoot hebben van een telefoon tijdens het rijden gerechtvaardigd kan zijn, is het hof van oordeel dat artikel 61a van het RVV 1990 daarvoor geen grondslag biedt. Het op schoot of op het been hebben van een mobiele telefoon kan niet worden aangemerkt als vasthouden in de zin van voornoemd artikel. Dat zou een zodanige extensieve interpretatie zijn dat dit de rechtsvormende taak van het hof te buiten gaat. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt wel dat de betrokkene in dit geval zodanig verkeersgedrag
  5. VR 2021/159 Mobiel elektronisch apparaat vasthouden tijdens rijden. Gebruik?

    Jurisprudentie
    De stelling van de betrokkene dat hij niet al bellend aan het rijden was, kan hem niet baten, ook niet als zou blijken dat deze stelling juist is. De regelgever heeft namelijk het vasthouden van een mobiele telefoon strafbaar gesteld, zodat niet relevant is of de betrokkene heeft getelefoneerd. Om die reden waren de ambtenaren niet gehouden om in te gaan op het aanbod om de historische gegevens van de mobiele telefoon te controleren. Tot slot schrijft geen rechtsregel voor dat het bij de vaststelling dat een gedraging als deze is verricht, noodzakelijk is om bij de staandehouding vast te
  6. VR 2021/160 Dood door schuld. Recht op leven. Positieve verplichtingen.

    Jurisprudentie
    De ouders en de zuster van een slachtoffer van een verkeersongeval bij het EHRM over schending van art. 2 EVRM. Het slachtoffer kwam op 7 juli 2012 in Zagreb om het leven bij een botsing met een sports utility vehicle (SUV). Die botsing ontstond doordat de bestuurder van de SUV, D.M., op een kruising een rood verkeerslicht negeerde op het moment dat het slachtoffer, motorrijder, bij voor hem groen licht de kruising opreed. Ten tijde van het ongeval verkeerde de bestuurder van de SUV onder invloed. De bestuurder werd veroordeeld tot een vrijheidsstraf van twee jaar en inhouding van het
  7. VR 2021/19 Rijden onder invloed. Strikte waarborgen. Aangewezen ambtenaar.

    Jurisprudentie
    Art. 10 lid 3 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer moet aldus worden uitgelegd dat nog steeds de eis geldt dat de opsporingsambtenaar die het ademonderzoek uitvoert over de “voor het bedienen van het ademanalyseapparaat benodigde kennis en vaardigheden” dient te beschikken. Omdat dit een waarborg is voor de betrouwbaarheid van het onderzoek als zodanig, behoort het vereiste tot de strikte waarborgen waarmee het onderzoek als bedoeld in artikel 8 lid 2 en 3 WVW 1994 is omringd. Sinds de inwerkingtreding van het huidige Besluit geldt echter niet meer het vereiste dat het
  8. VR 2021/20 Rijden onder invloed. Bloedonderzoek. Termijn. Bewaring en verzending bloedmonster. Buitenlands laboratorium.

    Jurisprudentie
    Het hof kan niet vaststellen dat het bloedonderzoek is verricht binnen veertien dagen zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Voorts kan het hof niet vaststellen wat er in de periode tussen verzenden door de politie en ontvangen door een ander onderzoekslaboratorium dan waar het heengezonden is, met het bloedmonster is gebeurd en of het bloedmonster in die periode volgens de regels is bewaard dan wel of er verdere waarborgen zijn geschonden. Derhalve wordt de verdachte vrijgesproken van het eerste aan hem tenlastegelegde rijden
  9. VR 2021/22 Rijden onder invloed van een stof anders dan alcohol. Bloedafname. Termijn. Strikte waarborgen.

    Jurisprudentie
    Onder (strikte) waarborgen worden begrepen voorschriften die ertoe strekken dat de betrouwbaarheid van het - in dit geval - bloedonderzoek wordt gewaarborgd, dan wel voorschriften die noodzakelijk zijn voor de verdachte om zichzelf in verband daarmee te kunnen verdedigen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de 90-minuten-termijn hiertoe niet behoort te worden gerekend.
  10. VR 2021/23 Rijden onder invloed. Bloedproef. Strikte waarborgen. Verzending.

    Jurisprudentie
    Vooropgesteld moet worden dat van ‘een onderzoek’ als bedoeld in art. 8, vijfde lid WVW 1994 slechts sprake is indien de waarborgen zijn nageleefd waarmee de wetgever dat onderzoek heeft omringd. Tot die waarborgen behoort onder meer dat het afgenomen bloedmonster zonder uitstel wordt toegezonden aan het laboratorium dat met het onderzoek daarvan is belast (vgl. HR 27-10-2020, ECLI:NL:HR:2020:1684).De verdachte is op 29 december 2018 gevorderd mee te werken aan een speekseltest. Als resultaat werd gezien een indicatie voor cannabis en cocaïne. Blijkens het formulier ‘aanvraag ten behoeve van
  11. VR 2021/24 Rijden onder invloed. Geneesmiddel. Tramadol.

    Jurisprudentie
    Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij een voertuig heeft bestuurd "terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten tramadol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.” De verdachte had tramadol en propofol gebruikt. Het NFI heeft op grond van de resultaten van het uitgevoerde toxicologisch onderzoek geconcludeerd dat de rijvaardigheid waarschijnlijk nadelig was
  12. VR 2021/25 Weigering medewerking aan voorlopig ademonderzoek. Ne bis in idem.

    Jurisprudentie
    Verdachte is op 10 mei 2018 op straat gevorderd om mee te werken aan een voorlopige ademtest als bedoeld in artikel 160, vijfde lid onder b, WVW 1994. Verdachte wilde hieraan niet meewerken. Verdachte is vervolgens aangehouden en overgebracht naar het politiebureau te gemeente G. Vervolgens is aan verdachte op het bureau een bevel gegeven tot medewerken aan een ademonderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a WVW 1994 jo. artikel 163, eerste lid, WVW 1994. Verdachte heeft eveneens geweigerd aan dit onderzoek mee te werken. Door de raadsvrouw is ter terechtzitting van het
  13. VR 2021/26 Rijden onder invloed van een stof. Bloedproef. Vormvoorschriften.

    Jurisprudentie
    De raadsman heeft betoogd dat in het onderzoek naar het THC-gehalte in het bloed van de verdachte vormen zijn verzuimd op grond van het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder d, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (hierna: het Besluit), artikel 16, eerste lid, van het Besluit en artikel 17 van het Besluit. De raadsman heeft verzocht het resultaat van het onderzoek op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering uit te sluiten van het bewijs.De bloedmonsters zijn op 21 oktober 2018 afgenomen en verzonden, en op 23 oktober 2018 ontvangen door het NFI
  14. VR 2021/30 Rijvaardigheid. Schorsing rijbewijs. Vermoeden van ongeschiktheid.

    Jurisprudentie
    Het CBR heeft appellant, vrachtwagenchauffeur, een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd en de geldigheid van het rijbewijs geschorst omdat hij als beginnende bestuurder tweemaal onherroepelijk is veroordeeld door de strafrechter voor twee grove snelheidsovertredingen. Naar aanleiding van de positieve bevindingen van het op 26 september 2018 verrichte rijvaardigheidsonderzoek is het rijbewijs van appellant weer geldig verklaard. De aan hem opgelegde maatregel kan niet worden aangemerkt als een "criminal charge" in de zin van artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Geen strijd met het
  15. VR 2021/31 Fietspad aan weerszijden van de weg. Rechts houden.

    Jurisprudentie
    Ter plaatse was sprake van zowel links als rechts van de weg gelegen fietspaden. De betrokkene reed niet op het voor zijn rijrichting bestemde fietspad, te weten het fietspad rechts van de rijbaan, maar op het fietspad aan de overzijde van de weg, dat voor fietsverkeer in de andere rijrichting was bestemd. Daarmee heeft de betrokkene niet zoveel mogelijk rechts gehouden, zodat de gedraging (niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg) vaststaat.
  16. VR 2021/32 Fietsongeval; aanrijding paaltje; gemeente aansprakelijk; geen eigen schuld.

    Jurisprudentie
    In 2011 is A in het donker tegen een rood-wit verkeerspaaltje aangefietst. Het paaltje stond midden op een onverlicht verhard fietspad door een bosrijk gebied. Als gevolg van het ongeval heeft A ernstig lichamelijk letsel opgelopen. A stelt de gemeente aansprakelijk op grond van art. 6:174 BW en vordert schadevergoeding. De rechtbank overweegt dat algemeen bekend is dat obstakels, zoals paaltjes, die geplaatst worden op een fietspad potentieel gevaarlijk zijn en ongelukken kunnen veroorzaken met aanzienlijk letsel tot gevolg. Het is daarom aan de gemeente om voldoende veiligheidsmaatregelen te
  17. VR 2021/33 Aanrijding goederentrein en vrachtwagen; vrachtwagen aansprakelijk; geen eigen schuld.

    Jurisprudentie
    In de nacht van 15 op 16 augustus 2018 heeft een aanrijding plaatsgevonden op een onbewaakte spoorwegovergang tussen een goederentrein van A en een vrachtwagen met aanhangwagen van B. De trein bestond uit een locomotief die twee goederenwagons voortduwde. De locomotief voerde witte lampen aan de voorkant en rode knipperlichten aan de achterkant. De goederenwagons voerden geen licht. De trein is tegen de aanhangwagen van de vrachtwagen gebotst, waarbij schade is ontstaan aan de voorste goederenwagon. A stelt B aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank overweegt dat B art. 15a lid 2 RVV heeft
  18. VR 2021/34 Botsing fietser en snorfietser; wegwerkzaamheden; gebrekkige bewegwijzering; gemeente en aannemer aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    In 2016 heeft een aanrijding plaatsgevonden op een fietspad in Groesbeek. Een fietser reed op een fietspad aan de - voor hem - rechterkant van de weg. Een snorfietser reed op datzelfde fietspad in tegengestelde richting. Hij reed aan de - voor hem - linkerkant van de weg, omdat hij kort daarvoor door een verkeersbord naar de overkant van de weg was verwezen wegens wegwerkzaamheden. De bebording was geplaatst door een aannemer. De fietser en snorfietser hebben elkaar bij het passeren geraakt, waarbij de fietser is gevallen en letsel heeft opgelopen. De WAM-verzekeraar (A) van de snorfietser
  19. VR 2021/35 Aanrijding jeep en fietser op kruising Texel.

    Jurisprudentie
    In 2014 heeft een aanrijding plaatsgevonden tussen een automobilist en een fietser op een T-kruising op Texel. De automobilist reed in haar jeep richting de kruising, terwijl de fietser van links kwam. De jeep heeft de fietser op de kruising geraakt, waarbij de fietser is gevallen en ernstig letsel heeft opgelopen. De zorgverzekeraar van de fietser (A) heeft de medische kosten van de fietser als gevolg van het ongeval vergoed. A wil dat de WAM-verzekeraar van de jeep (B) het bedrag dat A aan de fietser heeft uitgekeerd vergoedt. B heeft hierop 40% van het bedrag aan A betaald. B geeft daartoe

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!