Zoeken

206 resultaten gevonden

  1. VR 2021/18 Termijnen bij het onderzoek naar rijden onder invloed

    Column
    VR 2021/18 Termijnen bij het onderzoek naar rijden onder invloed Al enkele decennia weten wij dat bij het onderzoek naar het gebruik van alcohol en andere bewustzijnsbeïnvloedende middelen in het verkeer allerlei ‘strikte waarborgen’ moeten worden nageleefd. Zo heeft de Hoge Raad al in 1978 beslist dat de bepalingen van het oude Besluit alcoholonderzoeken en de Regeling bloed- en urineonderzoek moesten worden aangemerkt als een stelsel van ‘strikte waarborgen’ waarmee de wetgever het onderzoek had omringd. 1) Niet-naleving van een van die waarborgen moest leiden tot vrijspraak van de verdachte
  2. VR 2021/19 Rijden onder invloed. Strikte waarborgen. Aangewezen ambtenaar.

    Jurisprudentie
    Art. 10 lid 3 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer moet aldus worden uitgelegd dat nog steeds de eis geldt dat de opsporingsambtenaar die het ademonderzoek uitvoert over de “voor het bedienen van het ademanalyseapparaat benodigde kennis en vaardigheden” dient te beschikken. Omdat dit een waarborg is voor de betrouwbaarheid van het onderzoek als zodanig, behoort het vereiste tot de strikte waarborgen waarmee het onderzoek als bedoeld in artikel 8 lid 2 en 3 WVW 1994 is omringd. Sinds de inwerkingtreding van het huidige Besluit geldt echter niet meer het vereiste dat het
  3. VR 2021/20 Rijden onder invloed. Bloedonderzoek. Termijn. Bewaring en verzending bloedmonster. Buitenlands laboratorium.

    Jurisprudentie
    Het hof kan niet vaststellen dat het bloedonderzoek is verricht binnen veertien dagen zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Voorts kan het hof niet vaststellen wat er in de periode tussen verzenden door de politie en ontvangen door een ander onderzoekslaboratorium dan waar het heengezonden is, met het bloedmonster is gebeurd en of het bloedmonster in die periode volgens de regels is bewaard dan wel of er verdere waarborgen zijn geschonden. Derhalve wordt de verdachte vrijgesproken van het eerste aan hem tenlastegelegde rijden
  4. VR 2021/22 Rijden onder invloed van een stof anders dan alcohol. Bloedafname. Termijn. Strikte waarborgen.

    Jurisprudentie
    Onder (strikte) waarborgen worden begrepen voorschriften die ertoe strekken dat de betrouwbaarheid van het - in dit geval - bloedonderzoek wordt gewaarborgd, dan wel voorschriften die noodzakelijk zijn voor de verdachte om zichzelf in verband daarmee te kunnen verdedigen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de 90-minuten-termijn hiertoe niet behoort te worden gerekend.
  5. VR 2021/23 Rijden onder invloed. Bloedproef. Strikte waarborgen. Verzending.

    Jurisprudentie
    Vooropgesteld moet worden dat van ‘een onderzoek’ als bedoeld in art. 8, vijfde lid WVW 1994 slechts sprake is indien de waarborgen zijn nageleefd waarmee de wetgever dat onderzoek heeft omringd. Tot die waarborgen behoort onder meer dat het afgenomen bloedmonster zonder uitstel wordt toegezonden aan het laboratorium dat met het onderzoek daarvan is belast (vgl. HR 27-10-2020, ECLI:NL:HR:2020:1684).De verdachte is op 29 december 2018 gevorderd mee te werken aan een speekseltest. Als resultaat werd gezien een indicatie voor cannabis en cocaïne. Blijkens het formulier ‘aanvraag ten behoeve van
  6. VR 2021/24 Rijden onder invloed. Geneesmiddel. Tramadol.

    Jurisprudentie
    Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij een voertuig heeft bestuurd "terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten tramadol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.” De verdachte had tramadol en propofol gebruikt. Het NFI heeft op grond van de resultaten van het uitgevoerde toxicologisch onderzoek geconcludeerd dat de rijvaardigheid waarschijnlijk nadelig was
  7. VR 2021/25 Weigering medewerking aan voorlopig ademonderzoek. Ne bis in idem.

    Jurisprudentie
    Verdachte is op 10 mei 2018 op straat gevorderd om mee te werken aan een voorlopige ademtest als bedoeld in artikel 160, vijfde lid onder b, WVW 1994. Verdachte wilde hieraan niet meewerken. Verdachte is vervolgens aangehouden en overgebracht naar het politiebureau te gemeente G. Vervolgens is aan verdachte op het bureau een bevel gegeven tot medewerken aan een ademonderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a WVW 1994 jo. artikel 163, eerste lid, WVW 1994. Verdachte heeft eveneens geweigerd aan dit onderzoek mee te werken. Door de raadsvrouw is ter terechtzitting van het
  8. VR 2021/26 Rijden onder invloed van een stof. Bloedproef. Vormvoorschriften.

    Jurisprudentie
    De raadsman heeft betoogd dat in het onderzoek naar het THC-gehalte in het bloed van de verdachte vormen zijn verzuimd op grond van het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder d, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (hierna: het Besluit), artikel 16, eerste lid, van het Besluit en artikel 17 van het Besluit. De raadsman heeft verzocht het resultaat van het onderzoek op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering uit te sluiten van het bewijs.De bloedmonsters zijn op 21 oktober 2018 afgenomen en verzonden, en op 23 oktober 2018 ontvangen door het NFI
  9. VR 2021/28 Niet behoorlijk links inhalen van fietsers. Een inschattingsfout?

    Artikel
    VR 2021/28 Niet behoorlijk links inhalen van fietsers. Een inschattingsfout? Voorstel voor invoering van een wettelijke 1,5 meter regel Mr. E.F. Bueno * * Voorheen vicepresident inhoudelijk adviseur rechtbank Utrecht. Ruim twee jaar geleden vond een dodelijk verkeersongeval plaats tussen een lijnbus en een 14-jarige scholiere op de fiets. Het ongeval gebeurde toen de bus de fietsster ter hoogte van een zogenaamde middengeleider links probeerde in te halen. De in de beslissingen beschreven toedracht en de overwegingen die leidden tot een veroordeling, zijn aanleiding enige opmerkingen te wijden
  10. VR 2021/29 Bestraffing van zware verkeersmisdrijven in België

    Artikel
    VR 2021/29 Bestraffing van zware verkeersmisdrijven in België Luc Brewaeys * * Rechter in de politierechtbank te Vilvoorde. 1. Inleiding De straffen die in België van toepassing zijn voor verkeersmisdrijven, staan opgenomen in de Wet betreffende de politie over het wegverkeer, afgekort WPW. 1) Met de bedoeling de verkeersveiligheid te verbeteren en het aantal verkeersdoden terug te dringen, werden de straffen op zware verkeersmisdrijven aanzienlijk verzwaard. Dit gebeurde door de wetten van 9 maart 2014 2) en 6 maart 2018 3). In deze bijdrage zullen de belangrijkste onderdelen van deze twee
  11. VR 2021/30 Rijvaardigheid. Schorsing rijbewijs. Vermoeden van ongeschiktheid.

    Jurisprudentie
    Het CBR heeft appellant, vrachtwagenchauffeur, een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd en de geldigheid van het rijbewijs geschorst omdat hij als beginnende bestuurder tweemaal onherroepelijk is veroordeeld door de strafrechter voor twee grove snelheidsovertredingen. Naar aanleiding van de positieve bevindingen van het op 26 september 2018 verrichte rijvaardigheidsonderzoek is het rijbewijs van appellant weer geldig verklaard. De aan hem opgelegde maatregel kan niet worden aangemerkt als een "criminal charge" in de zin van artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Geen strijd met het
  12. VR 2021/31 Fietspad aan weerszijden van de weg. Rechts houden.

    Jurisprudentie
    Ter plaatse was sprake van zowel links als rechts van de weg gelegen fietspaden. De betrokkene reed niet op het voor zijn rijrichting bestemde fietspad, te weten het fietspad rechts van de rijbaan, maar op het fietspad aan de overzijde van de weg, dat voor fietsverkeer in de andere rijrichting was bestemd. Daarmee heeft de betrokkene niet zoveel mogelijk rechts gehouden, zodat de gedraging (niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg) vaststaat.
  13. VR 2021/32 Fietsongeval; aanrijding paaltje; gemeente aansprakelijk; geen eigen schuld.

    Jurisprudentie
    In 2011 is A in het donker tegen een rood-wit verkeerspaaltje aangefietst. Het paaltje stond midden op een onverlicht verhard fietspad door een bosrijk gebied. Als gevolg van het ongeval heeft A ernstig lichamelijk letsel opgelopen. A stelt de gemeente aansprakelijk op grond van art. 6:174 BW en vordert schadevergoeding. De rechtbank overweegt dat algemeen bekend is dat obstakels, zoals paaltjes, die geplaatst worden op een fietspad potentieel gevaarlijk zijn en ongelukken kunnen veroorzaken met aanzienlijk letsel tot gevolg. Het is daarom aan de gemeente om voldoende veiligheidsmaatregelen te
  14. VR 2021/33 Aanrijding goederentrein en vrachtwagen; vrachtwagen aansprakelijk; geen eigen schuld.

    Jurisprudentie
    In de nacht van 15 op 16 augustus 2018 heeft een aanrijding plaatsgevonden op een onbewaakte spoorwegovergang tussen een goederentrein van A en een vrachtwagen met aanhangwagen van B. De trein bestond uit een locomotief die twee goederenwagons voortduwde. De locomotief voerde witte lampen aan de voorkant en rode knipperlichten aan de achterkant. De goederenwagons voerden geen licht. De trein is tegen de aanhangwagen van de vrachtwagen gebotst, waarbij schade is ontstaan aan de voorste goederenwagon. A stelt B aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank overweegt dat B art. 15a lid 2 RVV heeft
  15. VR 2021/34 Botsing fietser en snorfietser; wegwerkzaamheden; gebrekkige bewegwijzering; gemeente en aannemer aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    In 2016 heeft een aanrijding plaatsgevonden op een fietspad in Groesbeek. Een fietser reed op een fietspad aan de - voor hem - rechterkant van de weg. Een snorfietser reed op datzelfde fietspad in tegengestelde richting. Hij reed aan de - voor hem - linkerkant van de weg, omdat hij kort daarvoor door een verkeersbord naar de overkant van de weg was verwezen wegens wegwerkzaamheden. De bebording was geplaatst door een aannemer. De fietser en snorfietser hebben elkaar bij het passeren geraakt, waarbij de fietser is gevallen en letsel heeft opgelopen. De WAM-verzekeraar (A) van de snorfietser
  16. VR 2021/35 Aanrijding jeep en fietser op kruising Texel.

    Jurisprudentie
    In 2014 heeft een aanrijding plaatsgevonden tussen een automobilist en een fietser op een T-kruising op Texel. De automobilist reed in haar jeep richting de kruising, terwijl de fietser van links kwam. De jeep heeft de fietser op de kruising geraakt, waarbij de fietser is gevallen en ernstig letsel heeft opgelopen. De zorgverzekeraar van de fietser (A) heeft de medische kosten van de fietser als gevolg van het ongeval vergoed. A wil dat de WAM-verzekeraar van de jeep (B) het bedrag dat A aan de fietser heeft uitgekeerd vergoedt. B heeft hierop 40% van het bedrag aan A betaald. B geeft daartoe
  17. VR 2021/36 Aanrijding auto en fietser op autoweg; geen overmacht; aan opzet grenzende roekeloosheid; 100% eigen schuld.

    Jurisprudentie
    Op 29 juni 2019 heeft rond 3.35 uur op de N57 een aanrijding plaatsgevonden tussen een racefietser (A) en een automobilist (B); in de uitspraak genaamd: X. De N57 bestaat op de plek van het ongeval uit twee rijbanen voor het verkeer in tegenovergestelde rijrichtingen. De rijbanen zijn gescheiden door dubbele, doorgetrokken strepen. In de directe omgeving van het ongeval is geen fietspad aanwezig. B had die avond op het festivalterrein van 'Concert at Sea' werkzaamheden verricht. Toen hij terugreed over de N57 is hij frontaal in botsing gekomen met de voorkant van de fiets van A. A reed op dat
  18. VR 2021/37 Ongeval fietser en voetganger op fietspad; geen overmacht; fietser aansprakelijk.

    Jurisprudentie
    Op 11 januari 2020 is een 84-jarige voetganger (A) door een racefietser (B) aangereden op een fietspad. A is hierbij ernstig gewond geraakt en heeft een hersenbeschadiging opgelopen. (De curator van) A verzoekt een verklaring voor recht dat B aansprakelijk is voor de schade van A als gevolg van het ongeval en beroept zich op art. 19 RVV. Dit artikel bepaalt dat een bestuurder in staat moet zijn om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. B verweert zich met de stelling dat A direct voorafgaande aan de botsing plotseling
  19. VR 2021/38 Aanrijding auto en fiets; reflexwerking art. 185 WVW; geen overmacht.

    Jurisprudentie
    In 2016 heeft een aanrijding plaatsgevonden tussen automobilist A en fietser B. Toen A op een kruising linksaf wilde slaan, is zij van links aangereden door B. A kwam voor B van rechts en had voorrang. A verzoekt een verklaring voor recht dat B voor 100% aansprakelijk is voor de schade die A door het ongeval lijdt. De rechtbank stelt voorop dat het een ongeval betreft tussen een gemotoriseerde en een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer. Aangezien A als gemotoriseerde verkeersdeelnemer schadevergoeding vordert van B die ongemotoriseerd was, is de grondslag voor aansprakelijkheid art. 6:162 BW en

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!