Zoeken

161 resultaten gevonden

  1. VR 2022/44 Fietser X wordt aangereden. Causaal verband tussen ongeval, klachten, beperkingen en verlies aan verdienvermogen?

    Jurisprudentie
    Op 11 maart 2014 wordt de vijftienjarige fietser X aangereden door een auto. ASR, de verzekeraar van de bestuurder, erkent aansprakelijkheid. Gedurende de hieropvolgende zes jaar vinden verscheidene gesprekken plaats tussen X en ASR, ondergaat X verscheidene neurologische en (neuro)psychologische onderzoeken en wordt X begeleid door een re-integratiedeskundige. De neuroloog, neuropsycholoog en verzekeringsarts van ASR stellen verscheidene klachten en beperkingen vast als gevolg van het ongeval. Op 23 augustus 2020 is bij beslissing van het UWV aan X een WIA-uitkering toegekend, waarbij de
  2. VR 2022/45 Ernstig letsel fietser na aanrijding met tractor. Hoogte smartengeld afhankelijk van aard en ernst letsel, aard aansprakelijkheid en bijzondere omstandigheden.

    Jurisprudentie
    Op 7 juli 2016 worden fietsster X en haar man Y van achteren geschept door een tractor met een maaibak aan de voorzijde. Y overlijdt ter plaatse en X wordt in comateuze toestand naar het ziekenhuis gebracht. X is zwaargewond en wordt tot en met 15 juli 2016 op de intensive care beademd. Nadat X uit haar coma ontwaakt, blijkt dat zij fysiek letsel en hersenletsel heeft geleden, waardoor cognitieve stoornissen zijn ontstaan. Pas rond 10 augustus 2016 wordt zij geïnformeerd over het overlijden van Y, maar het is onduidelijk of dit is binnengekomen. Van 12 augustus 2016 tot en met 1 februari 2017
  3. VR 2022/46 Aanrijding auto en fietser; voorrang; rijrichting; eigen schuld.

    Jurisprudentie
    Op 3 december 2018 om 6:40 uur fietst V - tegen de rijrichting in - op het fietspad naast weg X. Automobilist A rijdt dan (in tegengestelde richting) op weg X en slaat rechtsaf weg Y in. Die afslag is gelegen op een brede drempel, waarover ook het fietspad loopt. Op de drempel staat op dat moment een bestelbus die vanuit weg Y weg X wil oprijden. A heeft hierdoor geen goed zicht op het fietspad aan zijn linkerzijde, waar V rijdt. A komt bij het inrijden van weg X in botsing met V, die voor A van links kwam, van achter de bestelbus. Als gevolg van het ongeval loopt V ernstig letsel op aan zijn
  4. VR 2022/47 Automobilist rijdt voetganger aan; zebrapad; rood licht; 50% aansprakelijkheid.

    Jurisprudentie
    In december 2015 rond 16:40 uur steekt voetganger A de weg over (in de buurt van) een zebrapad, terwijl het voetgangerslicht op rood staat. Vlak voordat A de overkant van de straat bereikt, wordt hij aangereden door automobilist B. A loopt hierbij ernstig letsel op. A verzoekt een verklaring voor recht dat B voor 100% aansprakelijk is voor de schade van A als gevolg van het ongeval. De rechtbank oordeelt allereerst dat B geen beroep op overmacht toekomt. Niet kan worden gezegd dat B geen enkel verwijt treft. De rechtbank wijst erop dat B A met de rechter voorkant van zijn auto heeft geraakt
  5. VR 2022/48 Bewoner zorginstelling in elektrische rolstoel botst tegen zorgmedewerker; werkgeversaansprakelijkheid.

    Jurisprudentie
    A werkt bij zorgorganisatie B. Zij werkt als verzorgster van patiënten op de somatische afdeling. In 2013 is A in botsing gekomen met een bewoner in een elektrische rolstoel. Op het Melding Ongevallen Medewerker- formulier (MOM-formulier) heeft A aangegeven dat zij uit de slaapkamer van een bewoner kwam, toen is aangereden door een andere bewoner met een elektrische stoel, waardoor zij hard op haar knieën is terechtgekomen. A verzoekt een verklaring voor recht dat (i) B als werkgever op grond van art. 7:658 BW en (ii) C als WAM-verzekeraar van de elektrische stoel aansprakelijk is voor de
  6. VR 2022/49 Arbeidsongeval met heftruck en voetganger in loods.

    Jurisprudentie
    A (18 jaar oud) heeft een bijbaantje bij B. Op 3 april 2017 rijdt in de loods van B een heftruck (kooi-aap) over de voet van A. De bestuurder van de heftruck (X) werkt bij C. De eigenaar van de heftruck is D. C en D zijn WAM-verzekerd bij V. Het rapport van de Inspectie ZSW vermeldt dat het ongeval heeft plaatsgevonden tijdens het helpen lossen van een vrachtwagen van C met tapijtrollen. A liep samen met een collega naast de stapvoets rijdende heftruck (de een aan de linkerkant, de ander aan de rechterkant) mee naar de losplaats in het magazijn. Tijdens het meelopen naar de losplaats is de
  7. VR 2022/52 Rijden onder invloed. Bloedonderzoek. Strikte waarborgen. Termijn.

    Jurisprudentie
    De verdachte is vrijgesproken van rijden onder invloed omdat de termijn van art. 12 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer - bloedafname binnen 90 minuten na vordering medewerking aan voorlopig ademonderzoek of eerste contact dat aanleiding was tot vragen om medewerking aan bloedonderzoek - is overschreden.HR: Van ‘een onderzoek’ zoals bedoeld in artikel 8 lid 5 WVW 1994 is slechts sprake indien de waarborgen zijn nageleefd waarmee de wetgever dat onderzoek met het oog op de betrouwbaarheid van de resultaten daarvan heeft omringd. Aan de in artikel 12 lid 3 Besluit opgenomen
  8. VR 2022/53 Dood door schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend.

    Jurisprudentie
    Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte in de avondschemering, zonder tevoren of tijdens zijn manoeuvre richting aan te geven, met zijn auto vanuit een parkeerhaven scherp naar links sturend een 80 kilometer-weg is opgereden om op die weg te keren, waarna een botsing plaatsvond met een van links naderende motorrijder die ten gevolge daarvan is overleden. Het hof heeft voorts vastgesteld dat de verdachte de motorrijder niet heeft gezien, terwijl deze gedurende circa vier seconden voor de botsing voor hem zichtbaar moet zijn geweest. Het hof heeft op grond hiervan geoordeeld dat de verdachte
  9. VR 2022/54 Rijden onder invloed van cannabis. Termijn verzending bloedmonster. Termijn onderzoek. Mededeling uitslag bloedonderzoek.

    Jurisprudentie
    Tussen de datum van bloedafname en de bezorging van het bloed bij het laboratorium zijn zes dagen verstreken. Mede gelet op de omstandigheden waaronder het bloed na afname is bewaard en vervoerd, is hiermee voldaan aan het vereiste ‘zo spoedig mogelijk’ als bedoeld in art. 13 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.De termijn van twee weken genoemd in art. 16 van het Besluit staat niet rechtstreeks in verband met de juistheid en betrouwbaarheid van de resultaten van het verrichte onderzoek.Hoewel het ervoor moet worden gehouden dat de verdachte niet binnen één week na ontvangst
  10. VR 2022/55 Rijden onder invloed. Bloedproef. Bezorging bij laboratorium. Strikte waarborgen.

    Jurisprudentie
    Het hof kan slechts vaststellen dat de bloedmonsters op 17 oktober 2018 - en daarmee 15 dagen na het afnemen daarvan - in een geaccrediteerd laboratorium in Duitsland zijn aangekomen. Dit tijdsverloop kan naar het oordeel van het hof niet worden aangemerkt als ‘zo spoedig mogelijk’, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder d van het Besluit. Het hof oordeelt dan ook dat niet kan worden vastgesteld dat betreffende waarborg is nageleefd.Nu het voorschrift onderdeel uitmaakt van het stelsel van strikte waarborgen, dient het resultaat van het verrichte bloedonderzoek van het bewijs
  11. VR 2022/56 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Zeer onvoorzichtig en onoplettend. Strafmaat. Oriëntatiepunten.

    Jurisprudentie
    De verdachte heeft als bestuurder van een auto onder invloed gereden en daarbij zeer onvoorzichtig en onoplettend twee voetgangers aangereden met (zwaar) lichamelijk letsel van deze voetgangers als gevolg.Bij de bepaling van de op te leggen straf is de rechter niet gebonden aan de door het LOVS vastgestelde oriëntatiepunten. Het LOVS heeft niet de bevoegdheid om rechters hetzij bij wijze van algemeen verbindend voorschrift hetzij bij wijze van beleidsregel (bindende) aanwijzingen te geven ten aanzien van de strafoplegging in strafzaken. De opvatting van de advocaat-generaal dat de
  12. VR 2022/58 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig?

    Jurisprudentie
    De verdachte, bestuurder van een auto, heeft op de kruising (ten onrechte) geen voorrang verleend aan de snorfiets. Hij heeft stilgestaan, heeft naar links en rechts gekeken en heeft geen tegemoetkomend verkeer gezien. Vervolgens is hij linksaf opgetrokken, waarbij er van rechts een snorfiets met daarop een bestuurder en een passagier aan kwam rijden op het fietspad, waaraan de verdachte geen voorrang heeft verleend. Daardoor heeft een botsing met de snorfiets plaatsgevonden. Het hof is - met de verdediging - van oordeel dat het handelen van de verdachte niet zodanig onvoorzichtig was dat
  13. VR 2022/59 Dood en zwaar lichamelijk letsel door schuld. Rijden onder invloed van amfetamine. Inhalen. Mate van schuld.

    Jurisprudentie
    De verdachte haalde als bestuurder van een personenauto, terwijl hij verkeerde onder invloed van amfetamine, een voor hem rijdende auto in op het moment dat een tegenligger zo dicht genaderd was dat hij daarmee in botsing kwam. Bij dit ongeval werd één persoon gedood en liep een andere persoon zwaar lichamelijk letsel op. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gereden en is het verkeersongeval dientengevolge aan zijn schuld te wijten.
  14. VR 2022/60 Gevaar. Veiligheid op de weg. Dodelijk ongeval.

    Jurisprudentie
    De verdachte is als chauffeur op een vuilniswagen zonder te stoppen rechtsaf een kruising opgereden. Hij heeft daarbij twee fietsers over het hoofd gezien en hen geen voorrang verleend. Zij kwamen daardoor ten val. Slachtoffer 2, één van de fietsers, is met haar hoofd op het asfalt terecht gekomen en is enkele dagen later als gevolg van interne bloedingen komen te overlijden. Hoewel het hof terdege beseft dat de verdachte dit eveneens verschrikkelijk vindt en had gewenst dat dit nooit was gebeurd, is door zijn handelen de verkeersveiligheid in gevaar gebracht.
  15. VR 2022/61 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Mate van schuld. Geen verontschuldigbare onmacht.

    Jurisprudentie
    De verdachte heeft met haar personenauto (BMW) in een flauwe bocht naar rechts niet het verloop van de weg gevolgd, maar reed als het ware rechtdoor. Hierdoor kwam zij uiteindelijk geheel op de linker weghelft te rijden. Daardoor botste zij op de tegemoetkomende, door het slachtoffer bestuurde personenauto. De laatste liep daarbij zwaar lichamelijk letsel op. Dit verkeersgedrag van verdachte kan in beginsel de gevolgtrekking dragen dat de verdachte zich aanmerkelijk onoplettend en/of onvoorzichtig heeft gedragen en dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte als bedoeld in artikel 6
  16. VR 2022/65 Mobiele telefoon. Smartwatch. Vasthouden. Bewijs.

    Jurisprudentie
    De betrokkene betwist de waarneming van de verbalisant dat hij als bestuurder van een personenauto een mobiele telefoon in handen had. Hij voert onder meer aan dat hij op een smartwatch keek en de telefoon in de houder zat. Dit verweer is niet onderzocht. Mede gelet op de overige omstandigheden van het geval kan niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
  17. VR 2022/66 Parkeren. Hinder.

    Jurisprudentie
    Aan betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd voor: “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd” omdat de auto geparkeerd stond nabij een vuilcontainer. De hinder bestond hierin dat de gemeentelijke ophaaldienst door de plaats waar de auto geparkeerd stond zijn werk niet op de normale wijze en ongestoord kon uitvoeren. De chauffeur van de vuilniswagen had in de onderhavige omstandigheden een ingewikkelde manoeuvre moeten uitvoeren om alsnog de ondergrondse vuilcontainer te kunnen
  18. VR 2022/67 Parkeren. Plaatsen. Bromfiets. Huurovereenkomst. Huurscooter.

    Jurisprudentie
    Een huurscooter was door een huurder geplaatst waar dat niet was toegestaan (art. 27 RVV 1990). Ten tijde van de constatering van de gedraging was de huurovereenkomst afgelopen. Dit betekent dat de verhuurder als kentekenhouder aansprakelijk is voor de overtreding. De verhuurder had de mogelijkheid haar stilstaande scooters real time te traceren.
  19. VR 2022/68 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Roekeloos?

    Jurisprudentie
    Verdachte heeft na het gebruik van meerdere alcoholische consumpties (310 µg/l) met de door hem bestuurde personenauto gedurende enige tijd en over een langere afstand met een zeer hoge snelheid, van rond de 200 kilometer per uur over de rijksweg A2 gereden, terwijl op de locatie waar het verkeersongeval uiteindelijk heeft plaatsgevonden een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur gold. Hij heeft zich al slalommend door het verkeer begeven, heeft zeer dicht achter een ander voertuig gereden en heeft in strijd met het bepaalde in artikel 11 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!