Zoeken

137 resultaten gevonden

  1. VR 2024/126 Ongezouten mening over de fietshelm van een afzwaaiend redactielid

    Column
    Het zal de oplettende raadpleger van de site van VR niet zijn ontgaan dat de redactieleden van dit blad tegenwoordig helm dragend worden afgebeeld. Het betreft een ludieke actie (tot stand gekomen ondanks enige weerstand binnen de groep) om de acceptatie van de fietshelm te bevorderen. Want het dragen van een helm kan veel vormen van ernstig letsel voorkomen. Nederland is een land van en voor fietsers, maar de intensiteit van het verkeer is enorm toegenomen, terwijl er ook veel andersoortige en veel snellere fietsen zijn bijgekomen. Smoelt een helm? Nee, natuurlijk niet en je haar gaat ervan in de war zitten. Zo’n helm is zo lastig meenemen wanneer je een boodschap gaat doen. Als de anderen geen helm dragen ben ik een nerd, ik rijd alleen korte afstandjes en zo kan ik nog wel even doorgaan. Waarom dan toch die helm?
  2. VR 2024/127 Onverzekerd rijden in auto. Risico dat slachtoffers worden benadeeld doordat zij hun schade niet kunnen verhalen.

    Jurisprudentie

    Het hof heeft de verdachte veroordeeld voor het onverzekerd rijden. Het hof heeft vastgesteld dat door het niet afsluiten van een verzekering de verdachte het risico heeft genomen dat slachtoffers zouden worden benadeeld doordat zij hun schade niet kunnen verhalen. Deze overweging is volgens de Hoge Raad niet zonder meer begrijpelijk, gezien de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen die juist tot doel heeft om slachtoffers te beschermen tegen schade veroorzaakt door onverzekerde motorrijtuigen, waarbij slachtoffers in beginsel schadeloos gesteld worden. Het cassatiemiddel heeft hier

  3. VR 2024/128 Artikel 6 WVW 1994. Rijden onder invloed. Geslaagde mediation.

    Jurisprudentie

    De verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt waarbij een frontale botsing heeft plaatsgevonden tussen de verdachte en een fietsster. De fietsster heeft daarbij zwaar lichamelijk letsel opgelopen en zal voor de rest van haar leven hulpbehoevend zijn. De verdachte is die dag, na bij een nieuwjaarsfeest te zijn geweest, achter het stuur gestapt terwijl hij onder invloed was van een aanzienlijke hoeveelheid alcohol, cocaïne en MDMA. Uit het bloedonderzoek blijkt dat voor alle middelen de concentraties ruim boven de toegestane grenswaarden lagen. Het hof benadrukt dat uit wetenschappelijk

  4. VR 2024/129 Dodelijk ongeval. Landbouwtractor met aan de achterkant een werktuig dat niet was voorzien van een breedtemarkering. Onvoldoende snelheid geminderd.

    Jurisprudentie

    De verdachte reed als bestuurder van een landbouwtractor met aan de achterkant een werktuig toen uit tegenovergestelde richting een wielrenner naderde. De wielrenner botste bij het passeren op het werktuig, waardoor hij ten val is gekomen en uiteindelijk is komen te overlijden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte niet gehandeld met de voorzichtigheid die van hem mocht worden verlangd, nu het brede werktuig, zonder voorgeschreven breedtemarkering, en de snelheid van de verdachte van 25 km/u ervoor hebben gezorgd dat het slachtoffer onvoldoende tijdig het werktuig achter de

  5. VR 2024/13 Deskundigenrapport niet bindend, omdat het vragen oproept die niet in deelgeschil kunnen worden beantwoord. Toekennen aanvullend voorschot.

    Jurisprudentie

    Op 22 juli 2008 is de destijds 29-jarige X een ongeval overkomen met een paard van de manege van Y. Allianz en Y erkennen aansprakelijkheid. Partijen zijn het erover eens dat sprake is van 25% eigen schuld van X. Op verzoek van X is door de rechtbank Audenaerde als arbeidsdeskundige benoemd. Y en Allianz zijn het niet eens met het rapport van Audenaerde. X verzoekt een verklaring voor recht dat partijen gebonden zijn aan het rapport en verzoekt een aanvullend voorschot op haar schade. De rechtbank wijst de verklaring voor recht af en een (lager) bedrag aan aanvullend voorschot toe. Zij

  6. VR 2024/131 Prejudiciële vragen gezondheidsrecht. Toestemming van patiënt voor inzage dossier.

    Jurisprudentie

    Een patiënte heeft een ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor een medische fout tijdens een operatie. Het ziekenhuis heeft vervolgens de patiënte gevraagd om toestemming om medische gegevens te delen met de medisch adviseur van hun aansprakelijkheidsverzekeraar. De advocaat van de patiënte heeft uitsluitend toestemming gegeven voor de medisch adviseur. Toch had een jurist die betrokken was bij de claim toegang tot haar medisch dossier. Het ziekenhuis kon niet vaststellen of de verwijten van patiënte terecht waren en heeft zich gewend tot de rechtbank. Naar aanleiding van deze situatie heeft de

  7. VR 2024/132 Val van fiets door stoepbord met linten. Aansprakelijkheid winkelier en verzekeraar.

    Jurisprudentie

    Op 1 juli 2020 kwam appellante ten val toen zij op haar e-bike reed. Ze liep hierbij een gecompliceerde breuk aan haar linker onderbeen op. Zij schrijft dit toe aan de gevaarlijk wapperende linten aan een stoepbord van de winkel van geïntimeerde. Zij heeft geïntimeerde en haar aansprakelijkheidsverzekeraar Achmea aansprakelijk gesteld voor de geleden en nog te lijden schade. Er is nog geen sprake van een medische eindsituatie. Achmea wees de aansprakelijkheid af en stelt dat er sprake was een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De rechtbank wees haar eerdere vorderingen af. Middels

  8. VR 2024/133 Bekende derde, mededelingsplicht verzekeringnemer, opzet om te misleiden, verval van recht op uitkering.

    Jurisprudentie

    Op 1 januari 2019 was A, in de uitspraak genoemd geïntimeerde 4, betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval als passagier met een Citroën Xsara Picasso, bestuurd door haar zus. De auto is meerdere keren over de kop geslagen. A raakte bekneld en liep wervelfracturen op, resulterend in een incomplete dwarslaesie. Na operatie en revalidatie verblijft ze nu in een aangepaste woning met 24-uurs zorg. Op het moment van het ongeval was A 50 jaar oud en stond ze onder beschermingsbewind. De auto was tot 6 december 2018 geregistreerd op naam van C. Op het moment van het ongeval stond de auto op naam

  9. VR 2024/134 Ongeval tussen minderjarige op elektrische fiets en auto. Aansprakelijkheid ouders.

    Jurisprudentie

    Op 9 juni 2022 vond in Amsterdam een aanrijding plaats tussen een minderjarige jongen op zijn elektrische fiets en een bestelauto. Het ongeval vond plaats op de Gerda Brautigamstraat. Het betreft een voorrangsweg en dit is aangegeven met borden en haaientanden op het fietspad. De jongen stak zonder voorrang te verlenen over en botste tegen eiser in zijn bestelauto. De politie heeft een proces-verbaal opgemaakt. In het getekende aanrijdingsformulier heeft eiser schade gemeld aan zijn motorkap, voorbumper en kentekenplaat. Via Univé Services B.V. heeft hij een schadecalculatie laten opstellen en

  10. VR 2024/135 Eenzijdig verkeersongeval. Verhaalsrecht WAM-verzekeraar op nabestaanden.

    Jurisprudentie

    In de nacht van 23 op 24 november 2018 heeft X met te veel alcohol op een auto bestuurd en een eenzijdig ongeval veroorzaakt waarbij een inzittende overleden is. De verzekeraar van X, De Vereende, heeft een schadevergoeding betaald aan de nabestaanden van het slachtoffer. De verzekeraar verhaalt nu de uitgekeerde schade en gemaakte kosten op X. Daar is X het niet mee eens en hij stelt dat het niet vast is komen te staan dat het ongeval is veroorzaakt door zijn alcoholgebruik. Op basis van artikel 8 WVW 1994 is het verboden om een voertuig te besturen onder invloed van te veel alcohol. De Hoge

  11. VR 2024/136 Verkeersongeval minderjarige. Vaststellen van schade. Berekening verlies van arbeidsvermogen.

    Jurisprudentie

    In deze zaak vordert X vergoeding voor de schade als gevolg van het verkeersongeval op 2 april 1999. X was destijds 11 jaar oud en werd die dag op zijn fiets aangereden door een streekbus. Hij kwam zodanig ten val dat hij aan het ongeval zwaar en blijvend hersenletsel overgehouden heeft. De rechtsvoorgangster van Allianz heeft aansprakelijkheid erkend, waarna de verdere schaderegeling op gang is gekomen. Een kinderneuroloog concludeerde in 2014 dat er sprake is van 58% blijvende functionele invaliditeit en dat X permanent afhankelijk is van een verblijf in een gezinsvervangend tehuis zonder

  12. VR 2024/137 Deelgeschil. Ongeval fietser - stadsbus. Gegrond beroep op overmacht.

    Jurisprudentie

    Op 10 juli 2020 stak X met haar elektrische (vouw)fiets de Vleutenseweg in Utrecht over. Ondanks het rode verkeerslicht voor fietsers kwam X met haar voorwiel in aanraking met de rechterzijkant van de bus die over de busbaan reed. De oversteekplaatsen op de plek van het ongeval zijn voorzien van verkeerslichten en haaientanden. X liep ernstig schedel- en hersenletsel op en is volledig arbeidsongeschikt geraakt. In deze procedure treedt Intermont als de gevolmachtigde van de WAM-verzekeraar van de vervoersmaatschappij op. X verzoekt de rechtbank om voor recht te verklaren dat Intermont gehouden

  13. VR 2024/14 Begroot de strafrechter de hoogte van het smartengeld anders dan zijn civiele collega?

    Artikel
    Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de gelaedeerde, op grond van artikel 6:106 BW, recht op een naar billijkheid vast te stellen bedrag. Dit geldt onder meer als de gelaedeerde lichamelijk letsel opliep, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Door de uitbreiding van de mogelijkheid voor slachtoffers van strafrechtelijk gesanctioneerde gedragingen om de door hen geleden schade te verhalen in het strafrecht, is in de afgelopen jaren een tendens te zien dat het steeds vaker de strafrechter is die de knopen doorhakt in het aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht. Een van deze knopen is de begroting van smartengeld. Hoewel het toetsingskader voor de begroting van het smartengeld voor de civiele en de strafrechter hetzelfde is, zal uit het hiernavolgende (§ 2) blijken dat tot op heden de hoogst toegewezen bedragen in het strafrecht hoger zijn dan in het civiel recht. In deze bijdrage onderzoek ik of er een verklaring is voor het geconstateerde verschil in de hoogst toegewezen bedragen (§ 3). Daarna bespreek ik welke initiatieven er zijn om tot harmonisatie te komen (§ 4). Deze bijdrage sluit ik af met een oproep aan de rechtspraktijk om, vooruitlopend op de uitkomsten van de hiervoor bedoelde initiatieven, het verschil tussen het hoogste in het strafrecht toegewezen bedrag en de hoogste door de civiele rechter toegewezen bedragen weg te nemen (§ 5). Daarbij zie ik een duidelijke rol voor de belangenbehartiger van het gelaedeerde en herhaal ik, ook in deze context, mijn eerdere oproep op het LSA Congres in januari 2023 om ter bevordering van de rechtsontwikkeling niet minder, maar juist meer te procederen in letselschadezaken.
  14. VR 2024/15 Het einde van de 'ncnp'-bureautjes

    Column
    Bij de meeste rechtbanken op de afdelingen kanton puilen de voorraadkasten uit met beroepen tegen verkeersboetes. Het gaat veelal niet om beroepen van burgers aan wie onterecht verkeersboetes zijn opgelegd, maar om beroepen die door ‘no cure no pay’-bureaus zijn ingesteld. Die bureautjes lieten zich op grote schaal machtigen om namens beboete verkeerszondaars beroepsprocedures volgens de WAHV te voeren. De inzet van procedures was niet gericht op het ongedaan maken van materieel onrecht, maar op het zodanig voeren van beroepsprocedures dat uiteindelijk een proceskostenvergoeding in de wacht kon worden gesleept. Die vergoeding kwam ten goede aan de ncnp-bureautjes. Zij hielden daar een dik belegde boterham aan over.
  15. VR 2024/16 Vasthouden mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Smartwatch. Mobiele telefoon.

    Jurisprudentie

    De betrokkene heeft een boete opgelegd gekregen voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. De gemachtigde van de betrokkene beweert dat de betrokkene een Apple Watch om zijn pols droeg die licht uitstraalde. De betrokkene bracht deze Apple Watch dicht bij zijn gezicht. Het licht dat de ambtenaar waarnam moet afkomstig zijn geweest van deze Apple Watch. De ambtenaar zou de Apple Watch bij vergissing hebben aangezien als mobiel elektronisch apparaat. Een smartwatch is echter uitgezonderd van artikel 61a RVV 1990, aldus de gemachtigde. De nota van toelichting bij

  16. VR 2024/17 Bewijs vasthouden elektronisch apparaat tijdens het rijden.

    Jurisprudentie

    Betrokkene is per beschikking een sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een elektronisch apparaat tijdens het rijden. Volgens betrokkene lag diens mobiele telefoon thuis en betrof het een haarborstel. Betrokkene bood de ambtenaar aan om de auto te doorzoeken om dit te controleren, dit werd geweigerd. De ambtenaar zou het vasthouden van het apparaat gezien hebben terwijl de betrokkene stelt dat de ambtenaar erg snel is langsgereden. De ambtenaar meent onbelemmerd zicht te hebben gehad voor twee seconden en hierbij een donker apparaat bij de mond te hebben waargenomen. Bij het gesprek met

  17. VR 2024/18 Parkeergelegenheid. Bestemd voor bepaalde voertuigcategorie.

    Jurisprudentie

    Het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd op een parkeergelegenheid bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen, terwijl het voertuig van de betrokkene geen elektrisch voertuig betrof. Volgens de gemachtigde van de betrokkene is ten onrechte een sanctie opgelegd, omdat ter plaatse geen bord E8 aanwezig was waarop werd aangegeven dat de parkeergelegenheid alleen was bestemd voor een bepaalde categorie voertuigen. Dat het ging om een parkeergelegenheid voor het opladen van elektrische voertuigen, werd aangegeven door middel van een bord E4 met een onderbord met daarop de tekst

  18. VR 2024/19 Vermindering verkeersboete en proceskosten bij te late uitspraak.

    Jurisprudentie

    De kantonrechter vermindert ambtshalve de verkeersboete vanwege een te late uitspraak in de zaak. De kantonrechter beslist echter niet dat de proceskosten moeten worden vergoed voor de fase waarin te laat uitspraak wordt gedaan. Hierbij gaat de kantonrechter in op zogeheten no cure no pay-bureau's die vele Wet Mulderzaken voeren. Volgens de rechter is het niet redelijk om een proceskostenvergoeding toe te kennen als de reden daarvoor mede in procedeergedrag is gelegen.

  19. VR 2024/20 Causaal verband, Whiplash Associated Disorder, motiveringsklachten, letselschade.

    Jurisprudentie

    Eiser bezit sinds 2003 een motor- en autorijschool. In 2011 werd hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt vanwege een nekhernia, beoordeeld door De Amersfoortse Verzekeringen. Hij ging deeltijd werken als vrachtwagenchauffeur. In 2012 werd eiser tijdelijk volledig arbeidsongeschikt na een pijnlijke beweging tijdens een rijles. Op 19 mei 2012 raakte hij betrokken bij een ongeval door een bij Vivium verzekerde automobilist. De aansprakelijkheid voor dit ongeval werd door Vivium erkend. De Amersfoortse verhoogde later het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser door toegenomen klachten. Eiser

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!